Shield
Belfort, Bourgogne-Franche-Comté / Territoire de Belfort

De Leeuw van Belfort en de grens die een bocht maakte

Tier 0+ - Publiek 4 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Belfort ligt in de vlakke doorgang tussen de zuidelijke Vogezen en het Juragebergte, de trouée waardoor al eeuwenlang legers, karren en later treinen tussen Rijn en Rhône trekken. Boven de stad staat op een kalkrots een citadel die Vauban heeft uitgebouwd. Aan de voet van diezelfde rots ligt sinds 1880 een leeuw van rood zandsteen, ruim tien meter hoog, met de kop naar het westen gekeerd. Waarom hij die kant op kijkt, is een verhaal over één winter, één verdrag en een grens die om een stad heen loopt.

HW HW

1 De winter van 1870

Op 3 november 1870 sloten de troepen van generaal von Werder de stad in. Het bevel over de vesting had kolonel Denfert-Rochereau, dat jaar tot gouverneur benoemd; hij had de oude werken van Vauban, in de negentiende eeuw aangepast door generaal Haxo, laten aanvullen met nieuwe stellingen. Men noemde Belfort de stad van de zeven forten: het kasteel op de rots, de Hautes- en de Basses-Perches, la Justice, la Miotte, les Barres en Bellevue.

Het garnizoen telde ruim zeventienduizend man, grotendeels geen beroepssoldaten maar mobiele gardes, nationale gardisten en douaniers. In plaats van zich op te sluiten betwistten zij wekenlang elke naderingsweg. Vanaf begin december lag de stad onder bombardement; halverwege die maand kwamen de belegeraars dichterbij. De winter was streng, en vanaf januari liepen tyfus en pokken door de gelederen. Bijna geen huis bleef onbeschadigd.

Het ontzet kwam niet. Het Oosterleger van generaal Bourbaki naderde in januari tot op hoorafstand en trok zich op 18 januari terug. De wapenstilstand werd op 28 januari getekend, Belfort werd er op 15 februari in opgenomen, en op 18 februari 1871 ontving Denfert-Rochereau van Adolphe Thiers het uitdrukkelijke bevel de wapens neer te leggen. Na honderdvier dagen verliet het garnizoen de stad met een vrijgeleide en met de eigen wapens. Belfort was niet ingenomen; het werd overgedragen.

2 Een grens die om de stad heen loopt

In mei 1871 legde het verdrag van Frankfurt de nieuwe grens vast. De Elzas en een kwart van Lotharingen gingen naar het Duitse Rijk, en de opdeling volgde grotendeels de taalgrens: rond Belfort sprak men overwegend Frans, in de rest van de Elzas overwegend Elzasser Duits. Dat argument, en het feit dat de vesting niet gevallen was, gaven de Franse onderhandelaars genoeg om het arrondissement Belfort te behouden. In ruil gingen drie dorpen in de Moezelstreek naar het Rijk. Zo worden grenzen gemaakt: met redenen en met ruil.

Het stuk dat overbleef had geen naam. Het heette voorlopig het overblijvende arrondissement van de Haut-Rhin, hield jarenlang een eigen status, en werd pas op 18 februari 1922 officieel het negentigste Franse departement — dezelfde kalenderdag als de overgave, eenenvijftig jaar eerder. Sindsdien heet het Territoire de Belfort.

Al op 5 december 1871 besloot de gemeenteraad een gedenkteken op te richten. Burgemeester Édouard Mény wendde zich in 1872 tot Auguste Bartholdi, beeldhouwer uit Colmar, die de oorlog had meegemaakt als adjudant van Garibaldi. Men dacht aan een steen of een zuil bij het kerkhof; Bartholdi stelde een leeuw voor. Aan de burgemeester schreef hij dat het gevoel in het werk vooral de kracht van de verdediging moest tonen, en dat het geen overwinning en geen nederlaag in herinnering hoefde te roepen. Vijf jaar lang maakte hij voorstudies en tekende hij leeuwen in de Jardin des plantes in Parijs.

3 Rood zandsteen, blok voor blok

De gemeenteraad had witte kalksteen in gedachten. Bartholdi koos het rode zandsteen van Pérouse, een dorp een paar kilometer oostwaarts, dezelfde Vogezensteen waaruit de kerken van de Elzas zijn opgetrokken. Elk blok werd apart gehouwen, naar boven gereden en op een terras tegen de grijze kalkwand onder het kasteel gestapeld als metselwerk. Het is dus geen vrijstaand beeld maar een hoogreliëf tegen de rots. Het grondwerk begon in 1875, de laatste steen kwam er in september 1879 op.

Over de maten is lang losjes gedaan: de boeken schreven tweeëntwintig bij elf meter. In juni 2024 hebben landmeters het dier tot op de centimeter opgemeten: 19,06 meter lang en 10,56 meter hoog. Het blijft daarmee het grootste stenen beeld van Frankrijk. De leeuw is niet dood. Hij ligt, de kop geheven, de voorpoot op een pijl die hij zojuist heeft tegengehouden.

Eerst moest hij naar het oosten kijken. Na Duitse protesten — het Europa van Bismarck — werd de kop naar het westen gedraaid; de pijl tussen zijn poten wijst wel naar de grens, merkt Nicolas Surlapierre op, directeur van de musea van Belfort. Een officiële inhuldiging kwam er niet, want stad en beeldhouwer kregen ruzie over het overschot van de inzameling. Bartholdi betaalde op 28 augustus 1880 zelf een verlichting met bengaals vuur. De opdracht «Aux défenseurs de Belfort 1870-1871» kwam er later, betaald door de Club Alpin Français. In Parijs staat sinds 1880 op de place Denfert-Rochereau een kopie op een derde van de maat, vier meter hoog en zeven meter lang, in gedreven koper.

Bron: «Journal du siège de Belfort» (Gallica); Louis Dussieux, «Le siège de Belfort»; brieven van Bartholdi aan de burgemeester van Belfort (1872); verdrag van Frankfurt (1871); Yvette Baradel, Georges Bischoff en André Larger, «Histoire de Belfort, des origines à nos jours» (1985).
Wist je dat? Een hardnekkig verhaal wil dat Bartholdi zichzelf van het leven beroofde omdat hij vergeten zou zijn de tong van de leeuw te beitelen. Bij de schoonmaakbeurt van 2019 bleek de tong er gewoon te zitten, en Bartholdi is in 1904 aan tuberculose gestorven. Belfort mag sinds een decreet van 19 april 1896 het kruis van het Legioen van Eer in zijn wapenschild voeren. Een kopie van de leeuw op een tiende van de maat staat in graniet op Dorchester Square in Montreal. In 2020 kozen Franse televisiekijkers de leeuw met zijn citadel tot lievelingsmonument van het land.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard