Shield
Provins, Île-de-France / Seine-et-Marne

De roos van Provins

Tier 0+ - Publiek 4 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Wie in Provins de helling naar de bovenstad opklimt, loopt tussen wallen uit de dertiende eeuw en passeert de Tour César, de donjon die onderaan vierkant is en halverwege achthoekig wordt. Onder de straten lopen kilometers gangen, ooit steengroeven, later opslagplaatsen voor kooplui. Twee keer per jaar hield de stad hier een van de grote jaarmarkten van Champagne. En overal, op uithangborden en in de etalages van de suikerbakkers, staat dezelfde rode bloem: de roos van Provins, waarover men al eeuwen een verhaal vertelt dat te mooi is om zomaar los te laten.

HW HW

1 De graaf die liederen schreef

De held van het verhaal heet Thibaud. Hij werd in 1201 in Troyes geboren, was graaf van Champagne en werd in 1234 ook koning van Navarra. Men noemde hem de Liedjesmaker, want hij gold als een van de grootste trouvères van zijn tijd. Hij voerde ook de kruistocht der baronnen aan, die hem tegen het einde van de jaren dertig naar het Oosten bracht. Hij stierf in 1253 in Pamplona.

De overlevering wil dat hij van die reis meer meebracht dan roem. In zijn bagage, zeggen ze in Provins, zat een rozenstruik met donkerrode, halfgevulde bloemen en een geur die bleef hangen. Hij liet hem planten in de tuinen onder zijn stad. Binnen enkele generaties stonden de hellingen onder de wallen vol rozen.

Het is een prachtig verhaal en het is nergens vastgelegd. Geen enkele oorkonde uit Thibauds eigen tijd noemt een roos. Anderen schreven de invoer trouwens toe aan koning René, twee eeuwen later, wat al aangeeft hoe los die traditie staat. En in 1933 zette de rozenkweker en plaatselijke historicus Charles Cochet-Cochet er een streep door: de roos van Provins is gewoon Rosa gallica, een soort die in Midden- en Zuid-Europa van nature groeit, die Grieken en Romeinen al kenden en in bijna elke middeleeuwse tuin stond. Ze hoefde niet uit het Oosten te komen. Ze was er al.

2 Wat de stad uit de bloembladen haalde

Wat wél vaststaat, is wat Provins met die bloem heeft gedaan. De vorm die er groeide, Rosa gallica officinalis, heet niet voor niets de apothekersroos: haar bloembladen houden na het drogen hun kleur en een groot deel van hun geur. Dat maakte van een sierbloem een grondstof en van die grondstof een bedrijfstak.

In de werkplaatsen van de stad werd de roos gedroogd, gestampt, gekookt en gestookt. Men maakte er honing van, siroop, een vloeibare en een droge konfijt, en fijne poeders. Twee artsen, Charles Estienne en Jean Liebault, schreven in 1583 op hoe rozenwater gedistilleerd hoorde te worden: in glazen vaten en niet in loden, anders verloor de bloem geur en smaak. Aan die bereidingen werden allerlei werkingen toegeschreven, tegen buikpijn, koortsen of geelzucht. Dat is geschiedenis en geen advies: het is wat men toen geloofde, niet wat iemand vandaag zou aanraden.

De handel liep langs de jaarmarkten. Gedroogde rozen en konfijt uit Provins reisden het hele koninkrijk door en verder, tot in het Oosten. Vanaf 1310 kreeg elke voorname bezoeker een zakje of een kussen van gedroogde bloembladen aangeboden. Lodewijk XIV kreeg bij zijn laatste bezoek, in 1681, vierentwintig pond rozenkonfijt mee. Op 21 september 1828 overhandigden twaalf meisjes hetzelfde geschenk aan Karel X. Toen was de bloeitijd al voorbij: nog vóór de Revolutie klaagde de Provinse scheikundige Christophe Opoix dat rode rozen van elke herkomst zich als rozen van Provins lieten verkopen.

3 De rode roos van Lancaster

Aan de bloem hangt nog een tweede verhaal, en dat reikt tot over het Kanaal. In 1276 hertrouwde Blanche van Artois, weduwe van de koning van Navarra en gravin van Champagne, in Parijs met Edmund van Lancaster, de broer van de Engelse koning, bijgenaamd Crouchback. Via haar werd hij graaf van Champagne en dus heer over Provins. Edmund was de eerste die een rode roos als heraldisch teken voerde, en na de slag bij Bosworth in 1485 werd die rode roos het embleem van Lancashire. Provins zegt sindsdien graag: die roos komt van bij ons.

Ook hier past voorzichtigheid. Welke soort of welke kweekvorm de Lancaster-roos precies was, ligt niet vast; men vermoedt Rosa gallica officinalis. Dat de struik zelf uit Provins meereisde, is aannemelijk maar nergens opgeschreven. Het is een overlevering die op een echt huwelijk steunt, en dat is voor een overlevering al veel.

De stad zelf is intussen wel gedocumenteerd. Op 13 december 2001 kwam Provins op de werelderfgoedlijst van UNESCO, als «stad van middeleeuwse jaarmarkten» en als getuige van de handelssteden van de twaalfde en dertiende eeuw. En de roos is gebleven. Aan de voet van de bovenstad ligt een rozentuin van ruim drie hectare met honderden variëteiten; in juni, wanneer de gallica’s opengaan, klinken er concerten tussen de perken. In de winkels staan nog altijd rozenhoning, rozenkonfijt en rozensnoep. Wie de legende niet gelooft, ruikt haar toch.

Bron: Provinse overlevering; Charles Estienne en Jean Liebault (1583); Christophe Opoix (eind achttiende eeuw); Charles Cochet-Cochet (1933); UNESCO-inschrijving nr. 873 (2001).
Wist je dat? De roos van Provins is Rosa gallica officinalis, de apothekersroos, met halfgevulde karmijnrode bloemen en een dikke bos goudgele meeldraden. De soort is in Frankrijk een beschermde plant. De rozentuin aan de voet van de bovenstad beslaat ruim drie hectare, telt honderden variëteiten en draagt het label Jardin remarquable. De wal rond de bovenstad is nog zowat twaalfhonderd meter lang en telt tweeëntwintig torens van uiteenlopende vorm. De Tour César is de enige bekende achthoekige donjon op vierkante basis. En de onderaardse gangen waren oorspronkelijk groeven waar men walkaarde won, de vette klei waarmee de lakenwevers hun wol ontvetten.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard