De Heilige Ampul van Reims
In de kathedraal van Reims werden de koningen van Frankrijk niet zomaar gekroond — zij werden gezalfd. De olie daarvoor kwam uit een klein glazen flesje, de Sainte Ampoule, en volgens de overlevering was dat flesje bij de doop van Clovis door een witte duif uit de hemel gebracht. Van die ene ampul hing dertien eeuwen lang de heiligheid van een heel koninkrijk af, tot een man met een hamer er in 1793 een einde aan maakte.
1 De duif boven het doopvont
Het is kerstdag, in het jaar 496 of 498 — de bronnen zijn het niet eens. Clovis, koning van de Franken, staat in het doopvont van Reims. Zijn zuster en volgens de overlevering drieduizend van zijn krijgers laten zich diezelfde dag dopen. De kerk hangt vol witte doeken en de menigte staat zo dicht opeen dat er geen doorkomen aan is.
Juist op het ogenblik dat bisschop Remigius de heilige olie nodig heeft, blijkt de geestelijke die het chrisma moet aandragen ergens in dat gedrang vast te zitten. Remigius zegt niets. Hij heft biddend het hoofd en wacht. Dan, zo wil het verhaal, daalt een witte duif door het gewelf, met in de snavel een ampul vol hemelse balsem. De bisschop neemt haar aan, zalft de koning, en spreekt de zin die generaties Franse schoolkinderen uit het hoofd hebben geleerd: buig uw nek, trotse Sicamber, aanbid wat gij verbrand hebt en verbrand wat gij aanbeden hebt.
Er zit een probleem in dat tafereel, en het is eerlijker dat meteen te noemen. Gregorius van Tours beschrijft de doop van Clovis rond 590 uitvoerig, maar zonder duif en zonder ampul. De vogel verschijnt pas bij Hincmar, aartsbisschop van Reims, die omstreeks 878 een leven van Sint-Remigius schrijft: bijna vierhonderd jaar na de gebeurtenis, in een tekst die vooral moest aantonen dat Reims en niemand anders het recht bezat koningen te zalven. Het wonder is dus ook een politiek document.
2 Het recht om te zalven
Het gevolg van dat verhaal was enorm. Wie in Reims gezalfd werd, was geen gewone vorst meer maar een gekozene, iemand die zijn macht rechtstreeks uit de hemel had ontvangen en niet uit de handen van zijn edelen. Vanaf de kroning van Lodewijk de Vrome in 816 tot die van Karel X in 1825 zijn bijna alle koningen van Frankrijk in Reims gezalfd. De ampul zelf werd bewaard in de abdij Saint-Remi buiten de stadsmuren, en verliet die alleen voor een kroning, in plechtige processie onder escorte van vier edelen te paard.
In de kathedraal nam de aartsbisschop met een gouden naald een hoeveelheid balsem uit het flesje die niet groter was dan een naaldpunt. Die werd op een patena vermengd met gewoon chrisma, en daarmee kreeg de koning zijn negen zalvingen: op het hoofd, de borst, de schouders, de armen en de handen. Hoe vaak men ook nam, zo hield men vol, het flesje raakte nooit leeg; de balsem vulde zichzelf aan.
In juli 1429 werd die logica op scherp gezet. Jeanne d’Arc drong erop aan dat de dauphin naar Reims trok, dwars door vijandelijk gebied, juist omdat hij alleen daar gezalfd kon worden. Op 17 juli 1429 gebeurde het, en Karel VII was daarna geen pretendent meer. Boven de deuren van diezelfde kathedraal staat de engel die de stad haar bijnaam gaf: een stenen figuur met een glimlach die alles wat er binnen gebeurde vreemd licht maakt.
3 De scherven van 1793
Op 7 oktober 1793 kwam er een einde aan. Philippe Rühl, lid van de Nationale Conventie, liet de ampul uit haar reliekhouder halen en sloeg haar in het openbaar aan gruzelementen op het voetstuk van het omvergehaalde standbeeld van Lodewijk XV, midden op de Place Royale in Reims. Het was geen vandalisme in een opwelling maar een uitgevoerd argument: zolang dat flesje bestond, bestond het idee dat een koning door God was aangewezen.
Wat Rühl niet had voorzien, is wat er daarna gebeurde. Omstanders raapten scherven op, en een deel van de ingedroogde balsem werd door een plaatselijke priester in veiligheid gebracht en jarenlang verborgen. Toen Karel X zich in 1825 als laatste koning in Reims liet zalven, waren die geredde resten er weer, opgelost in nieuwe balsem, in een reliekhouder die zijn voorganger al in 1819 had laten maken. Het rituele wonder was hersteld, alleen de monarchie niet: vijf jaar later joeg de revolutie van 1830 Karel X het land uit.
Wat er nu nog van over is, ligt in het Palais du Tau naast de kathedraal: een klein flesje met een paar korrels stof, en een reliekhouder die er kostbaarder uitziet dan zijn inhoud. Het is precies het soort voorwerp dat laat zien hoe een verhaal werkt. Vierhonderd jaar na Clovis bedacht in een schrijfkamer, dertien eeuwen lang serieus genomen door een heel koninkrijk, in vijf minuten kapotgeslagen, en toch niet helemaal weg te krijgen.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


