Shield
Reims, Grand Est / Marne

De Heilige Ampul van Reims

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In de kathedraal van Reims werden de koningen van Frankrijk niet zomaar gekroond — zij werden gezalfd. De olie daarvoor kwam uit een klein glazen flesje, de Sainte Ampoule, en volgens de overlevering was dat flesje bij de doop van Clovis door een witte duif uit de hemel gebracht. Van die ene ampul hing dertien eeuwen lang de heiligheid van een heel koninkrijk af, tot een man met een hamer er in 1793 een einde aan maakte.

HW HW

1 De duif boven het doopvont

Het is kerstdag, in het jaar 496 of 498 — de bronnen zijn het niet eens. Clovis, koning van de Franken, staat in het doopvont van Reims. Zijn zuster en volgens de overlevering drieduizend van zijn krijgers laten zich diezelfde dag dopen. De kerk hangt vol witte doeken en de menigte staat zo dicht opeen dat er geen doorkomen aan is.

Juist op het ogenblik dat bisschop Remigius de heilige olie nodig heeft, blijkt de geestelijke die het chrisma moet aandragen ergens in dat gedrang vast te zitten. Remigius zegt niets. Hij heft biddend het hoofd en wacht. Dan, zo wil het verhaal, daalt een witte duif door het gewelf, met in de snavel een ampul vol hemelse balsem. De bisschop neemt haar aan, zalft de koning, en spreekt de zin die generaties Franse schoolkinderen uit het hoofd hebben geleerd: buig uw nek, trotse Sicamber, aanbid wat gij verbrand hebt en verbrand wat gij aanbeden hebt.

Er zit een probleem in dat tafereel, en het is eerlijker dat meteen te noemen. Gregorius van Tours beschrijft de doop van Clovis rond 590 uitvoerig, maar zonder duif en zonder ampul. De vogel verschijnt pas bij Hincmar, aartsbisschop van Reims, die omstreeks 878 een leven van Sint-Remigius schrijft: bijna vierhonderd jaar na de gebeurtenis, in een tekst die vooral moest aantonen dat Reims en niemand anders het recht bezat koningen te zalven. Het wonder is dus ook een politiek document.

2 Het recht om te zalven

Het gevolg van dat verhaal was enorm. Wie in Reims gezalfd werd, was geen gewone vorst meer maar een gekozene, iemand die zijn macht rechtstreeks uit de hemel had ontvangen en niet uit de handen van zijn edelen. Vanaf de kroning van Lodewijk de Vrome in 816 tot die van Karel X in 1825 zijn bijna alle koningen van Frankrijk in Reims gezalfd. De ampul zelf werd bewaard in de abdij Saint-Remi buiten de stadsmuren, en verliet die alleen voor een kroning, in plechtige processie onder escorte van vier edelen te paard.

In de kathedraal nam de aartsbisschop met een gouden naald een hoeveelheid balsem uit het flesje die niet groter was dan een naaldpunt. Die werd op een patena vermengd met gewoon chrisma, en daarmee kreeg de koning zijn negen zalvingen: op het hoofd, de borst, de schouders, de armen en de handen. Hoe vaak men ook nam, zo hield men vol, het flesje raakte nooit leeg; de balsem vulde zichzelf aan.

In juli 1429 werd die logica op scherp gezet. Jeanne d’Arc drong erop aan dat de dauphin naar Reims trok, dwars door vijandelijk gebied, juist omdat hij alleen daar gezalfd kon worden. Op 17 juli 1429 gebeurde het, en Karel VII was daarna geen pretendent meer. Boven de deuren van diezelfde kathedraal staat de engel die de stad haar bijnaam gaf: een stenen figuur met een glimlach die alles wat er binnen gebeurde vreemd licht maakt.

3 De scherven van 1793

Op 7 oktober 1793 kwam er een einde aan. Philippe Rühl, lid van de Nationale Conventie, liet de ampul uit haar reliekhouder halen en sloeg haar in het openbaar aan gruzelementen op het voetstuk van het omvergehaalde standbeeld van Lodewijk XV, midden op de Place Royale in Reims. Het was geen vandalisme in een opwelling maar een uitgevoerd argument: zolang dat flesje bestond, bestond het idee dat een koning door God was aangewezen.

Wat Rühl niet had voorzien, is wat er daarna gebeurde. Omstanders raapten scherven op, en een deel van de ingedroogde balsem werd door een plaatselijke priester in veiligheid gebracht en jarenlang verborgen. Toen Karel X zich in 1825 als laatste koning in Reims liet zalven, waren die geredde resten er weer, opgelost in nieuwe balsem, in een reliekhouder die zijn voorganger al in 1819 had laten maken. Het rituele wonder was hersteld, alleen de monarchie niet: vijf jaar later joeg de revolutie van 1830 Karel X het land uit.

Wat er nu nog van over is, ligt in het Palais du Tau naast de kathedraal: een klein flesje met een paar korrels stof, en een reliekhouder die er kostbaarder uitziet dan zijn inhoud. Het is precies het soort voorwerp dat laat zien hoe een verhaal werkt. Vierhonderd jaar na Clovis bedacht in een schrijfkamer, dertien eeuwen lang serieus genomen door een heel koninkrijk, in vijf minuten kapotgeslagen, en toch niet helemaal weg te krijgen.

Bron: Hincmar van Reims, «Vita sancti Remigii» (ca. 878); Flodoard, «Historia Remensis ecclesiae» (10de eeuw); kroningsordines van Reims; collectie Palais du Tau.
Wist je dat? De kathedraal van Reims, de abdij Saint-Remi en het Palais du Tau staan sinds 1991 samen op de werelderfgoedlijst van UNESCO; in het Palais du Tau is de reliekhouder van 1819 te zien die hofgoudsmid Jean-Charles Cahier maakte voor de resten van de ampul. De vier edelen die het flesje van de abdij naar de kathedraal begeleidden heetten de otages de la Sainte Ampoule en moesten onder eed beloven het terug te brengen. Niet elke vorst kwam trouwens naar Reims: Hugo Capet werd in 987 in Noyon gekroond, Hendrik IV in 1594 in Chartres, en Napoleon liet zich in 1804 in Parijs kronen. Na de zalving raakte de nieuwe koning zieken met klierziekte aan, met de formule dat de koning hen aanraakt en God hen geneze.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard