De rode burcht van Albi
Wie in Albi de Tarn oversteekt, ziet eerst geen kerk maar een muur. De kathedraal Sainte-Cécile is ruim honderdtien meter lang, haar wanden staan veertig meter recht overeind en zijn onderaan tweeénhalve meter dik. Geen luchtboog, geen portaalbeeld, geen waterspuwer. Alles is baksteen, de rode klei van de rivier, en de toren van achtenzeventig meter heeft de vorm van een donjon. Zo was het bedoeld.
1 De burcht van bisschop Castanet
Tussen 1209 en 1229 trok een kruistocht door de Languedoc tegen wat Rome ketterij noemde. Die oorlog kreeg de naam van deze stad: de kruistocht tegen de Albigenzen. Toch was Albi nooit het hart van de beweging; de naam bleef hangen omdat kroniekschrijvers hem al rond 1181 gebruikten. En de mensen die eronder vielen noemden zichzelf geen katharen. Dat woord komt uit een Duits strijdschrift van 1163 en is pas veel later door historici gangbaar gemaakt; zij spraken zelf van bons omes, goede mannen, goede christenen. Hoe strak hun kerk georganiseerd was, is onder historici nog altijd een open vraag.
Na de kruistocht was de bisschop van Albi ook heer van de stad. Bernard de Castanet, bisschop vanaf 1276 en tevens inquisiteur, voerde in 1286-1287 en opnieuw in 1299-1300 processen tegen inwoners die van ketterij werden verdacht. Op 18 januari 1277 besloot hij tot een nieuwe kathedraal; op 15 augustus 1282, het feest van Maria-Hemelvaart, legde hij de eerste baksteen. Vlak ernaast versterkte hij zijn residentie, het Palais de la Berbie, waar de rechtbank van de inquisitie zetelde.
Het gebouw laat niets in het vage. Blinde wanden, halfronde steunberen die als torens tegen de muur staan, vensters smal als schietgaten, één bescheiden ingang. Dit is geen kerk die uitnodigt; dit is een kerk die staat, elke dag zichtbaar voor wie eronderdoor liep. Het duurde twee eeuwen: rond 1390 was de ruwbouw klaar, op 23 april 1480 wijdde bisschop Louis Ier d’Amboise het hoofdaltaar. Castanet maakte het niet mee: de stad kwam tegen hem in opstand, in 1302 legde de Franse koning hem een zware boete op en nam zijn bezit in beslag. Hij moest Albi verlaten en stierf op 14 augustus 1317 in Avignon.
2 Het Oordeel voor wie niet lezen kon
Binnen is alles het tegendeel. Onder bisschop Louis d’Amboise kwam er tegen 1500 een koorhek van kalksteen te staan, achttien meter lang, laatgotisch tot in het waanzinnige: kant in steen, met honderden beelden van profeten, apostelen en engelen. En op de westelijke binnenmuur schilderde een meester wiens naam niemand kent het Laatste Oordeel, vijftien bij achttien meter.
Het werk leest van boven naar beneden. Bovenaan de zaligen. In het midden de opgestane doden, elk met het boek van zijn leven open op de borst gebonden. Onderaan de hel, verdeeld in zeven vakken, één per hoofdzonde, elk met een opschrift erbij. De hoogmoedigen liggen vastgebonden op raderen. De afgunstigen worden in ijskoud water gedompeld. De toornigen worden aan stukken gehakt in een kelder die op een slachthuis lijkt. De gierigen zitten in kuipen met gesmolten metaal. De gulzigen worden volgestopt met wat niemand eten wil. De onkuisen branden in een put.
Dat is geen versiering. Voor een kerkvolk dat niet lezen kon, was dit de preek: geschilderd, genummerd, van bijschrift voorzien. De overlevering wil dat men elkaar hier aanwees — dat is jouw zonde, en daar staat wat je ervoor krijgt. Wat daarvan echt gebeurde en wat latere vertelling is, valt niet na te gaan. De bedoeling van de schilder wel: hij telde de zonden, benoemde ze en gaf ze een prijs.
3 Het gat waar Christus stond
In 1693 werd de muur in het midden doorbroken om een doorgang te maken naar een kapel aan de voet van de toren. Precies daar, in het midden, stond Christus als rechter, met de aartsengel Michaël die de zielen woog. Die hele middenpartij is weg, en van de zeven vakken van de hel verdween er één mee. Het gat is nooit gedicht: het Laatste Oordeel van Albi hangt vandaag met een opening in zijn hart, en juist die leegte valt bezoekers het eerst op.
Buiten is Albi de rode stad gebleven. Over de Tarn ligt de Pont-Vieux, omstreeks 1035 tot 1040 besloten: honderdeenenvijftig meter lang, ooit met huizen erop en een tolboom in het midden, en nog altijd in gebruik. In 2010 zette UNESCO de hele Cité épiscopale op de werelderfgoedlijst. Het paleis waar ooit de inquisitie vergaderde, herbergt sinds 1922 het museum van Henri de Toulouse-Lautrec, die op 24 november 1864 in deze stad geboren werd.
De kathedraal is dus twee dingen tegelijk. Van buiten een dreigement in baksteen, van binnen een schilderij dat de gelovige zijn eigen einde voorhoudt. En midden in dat einde zit sinds 1693 een gat, gehakt door dezelfde kerk die het liet schilderen, omdat men een deur nodig had.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


