Het beleg van Orléans en het feest van 8 mei
Van oktober 1428 tot mei 1429 lag Orléans in de tang. De stad bewaakte de laatste grote Loire-overgang die de Franse koning nog in handen had; viel zij, dan lag het hele zuiden open. Wat er in de eerste week van mei gebeurde, viert de stad sindsdien elk jaar op 8 mei — op een handvol onderbrekingen na onafgebroken, sinds 1430.
1 Zeven maanden achter de muren
Op 12 oktober 1428 verscheen het Engelse leger onder Thomas Montagu, graaf van Salisbury, voor de stad. Orléans lag op de noordoever; de enige oeververbinding was de Pont des Tourelles, een stenen brug die aan de zuidkant uitkwam op twee vestingtorens: les Tourelles. Daarvóór hadden de verdedigers een aarden bolwerk opgeworpen. Op 24 oktober gaven zij bolwerk en torens op, en de stad liet enkele bogen van haar eigen brug springen om de doorgang te versperren.
Twee dagen later keek Salisbury vanuit een venster van de veroverde Tourelles naar de stad, toen een kanonschot de vensterstijl versplinterde. Een scherf verminkte zijn gezicht; hij stierf kort daarna in Meung. De Engelsen waren hun opperbevelhebber kwijt, maar het beleg ging door: een gordel van bastilles rond de stad, te dun om haar volledig in te sluiten maar dicht genoeg om de bevoorrading te wurgen.
De verdediging berustte bij Jean de Dunois, de Bastaard van Orléans, samen met Raoul de Gaucourt, La Hire en Xaintrailles. Op 12 februari 1429 probeerde een Frans ontzettingsleger bij Rouvray een Engels konvooi te onderscheppen, geladen met gezouten haring voor de vasten. Het mislukte grondig; de nederlaag heet sindsdien de journée des Harengs. In de stad zakte de moed weg, en in april werd al gesproken over overgave aan de hertog van Bourgondië.
2 De eerste week van mei
Op de avond van 29 april 1429 reed Jeanne door de Porte de Bourgogne naar binnen, achter een bevoorradingskonvooi aan dat via de zuidoever was aangevoerd. Formeel voerde zij niets aan: geen aanstelling, geen eigen troepen. Wat zij meebracht was een wit vaandel en een reputatie die haar vooruit was gesneld.
Op 4 mei viel de bastille Saint-Loup ten oosten van de stad; Jeanne lag te slapen toen de aanval begon, schrok wakker en reed erheen. Op 6 mei staken de Fransen de Loire over, vonden Saint-Jean-le-Blanc verlaten en bestormden het klooster des Augustins. Op 7 mei begon de aanval op het bolwerk voor de Tourelles. Bij een stormladder trof een pijl haar tussen hals en linkerschouder. Ze werd van het veld gedragen, huilde, liet de wond verbinden en kwam terug toen de aanval doodliep. Toen haar vaandel de wal raakte, ging het voetvolk erin. De brugoverspanning achter de Tourelles brandde en bezweek; de Engelse bevelhebber William Glasdale verdronk in de Loire, in zijn harnas.
Op 8 mei stelden de Engelsen zich in slagorde op voor de stad. De Fransen kwamen naar buiten maar vielen niet aan — het was zondag. Na enige tijd draaiden de compagnieën af. Het beleg was voorbij zonder dat er die dag één slag was geleverd.
3 De stad die haar gelofte hield
Nog datzelfde jaar liep er een dankprocessie van de kathedraal naar de Tourelles en over de brug terug. Vanaf 1430 werd zij jaarlijks gehouden. De stadsrekeningen van 1429-1431 — kurkdroge boekhouding, geen legende — noteren de uitgaven: was, fakkels, de betaling van de prediker. Dat is het harde bewijs. In 2026 telde Orléans de 597e editie; in bijna zes eeuwen is het feest ongeveer achtenveertig jaar uitgevallen, door de godsdienstoorlogen, de Revolutie en de Eerste Wereldoorlog. Sinds 2018 staat het op de Franse inventaris van immaterieel erfgoed.
De stad bouwde er haar eigen decor bij. Op de Place du Martroi verrees in 1855 het ruiterstandbeeld van Denis Foyatier, onthuld op 8 mei. De brug zelf bestaat niet meer: na de opening van de nieuwe Pont Royal, het huidige Pont George-V, werd de middeleeuwse brug vanaf 1760 afgebroken. Sinds 1947 speelt elk jaar een meisje uit Orléans de rol van Jeanne in de stoet, gekozen uit kandidaten die katholiek zijn en zich in de stad verdienstelijk hebben gemaakt.
Wat de stad viert is niet helemaal wat de bronnen zeggen. Het Journal du siège d’Orléans, de uitvoerigste kroniek, is een generatie na de feiten samengesteld en pas in 1466 door de klerk Soudan op perkament gezet; het is partijdig voor de edelen en zit vol datumfouten. De getuigen die in 1455-1456 onder ede over Orléans spraken, beschrijven haar vooral als vaandeldraagster, niet als veldheer: zij droeg naar eigen zeggen liever haar banier dan haar zwaard. Dat zij twee jaar na de bevrijding in Rouen op de brandstapel eindigde, hoort bij een ander verhaal. Voor Orléans is het eenvoudige feit al opmerkelijk genoeg: een stad die in 1430 een gelofte deed en die bijna zes eeuwen later nog nakomt.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


