Shield
Borculo, Gelderland / Achterhoek

De gang onder de Joriskerk

Tier 0+ - Publiek 5 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Borculo ligt aan de Berkel, maar die rivier is daar niet vanzelf komen stromen. De oude hoofdstroom liep vanaf Haarlo naar het noordwesten; die bedding heet vandaag de Bolksbeek. De Berkel is verlegd, en wel om het kasteel beter verdedigbaar te maken. Zo heeft Borculo zijn water gekregen zoals het zijn verhalen heeft gekregen: door mensenwerk, en met een bedoeling. Op 10 augustus 1925 kwam er iets voorbij dat zich aan geen enkele bedding hield.

HW HW

1 De Hof, de stad en de bisschop

In de twaalfde eeuw duiken de heren van Borculo voor het eerst op in geschreven bronnen. Zij hoorden bij het kasteel dat omstreeks die tijd was gebouwd op een goed verdedigbare plek aan de Groenlose Slinge. Bij dat kasteel ontstond de nederzetting, en in Borculo heette het kasteel nooit anders dan de Hof. Het stond precies waar drie kerspelgrenzen samenkwamen: Eibergen, Groenlo en Geesteren, alle drie onder het bisdom Münster.

Als nederzetting wordt Borculo pas in 1337 genoemd, toen de heer en de vrouwe van Borculo er een kapel stichtten. In 1375 kreeg de plaats stadsrechten. Die zijn alleen bekend uit een stuk dat in 1590 opnieuw is opgemaakt, omdat het oorspronkelijke charter bij een stadsbrand verloren was gegaan. In 1509 werd de kapel losgemaakt uit het moederkerspel Geesteren en tot parochiekerk verheven, met Joris als patroonheilige.

De heerlijkheid Borculo was een Münsters leen en bleef dat tot 1615. Toen stelde het Hof van Gelre en Zutphen — strikt genomen onbevoegd, want het ging om een leen van de bisschop — in een erfopvolgingstwist graaf Joost van Limburg Stirum in het gelijk. Vanaf dat moment hoorde de heerlijkheid juridisch bij het graafschap Zutphen. In 1777 kocht prins Willem V haar, en daarom voert de Nederlandse koning nog altijd de titel heer van Borculo. Het grote kasteel werd omstreeks 1760 gesloopt, het kleinere gebouw dat ervoor in de plaats kwam in 1870. Alleen de kelders bleven over, onder de muziekschool aan de Hoflaan.

2 Tien augustus 1925

Op 10 augustus 1925 trok in de namiddag en de vroege avond een zwaar buiencomplex van zuidwest naar noordoost over Nederland: over Brabant, langs Nijmegen, door de Liemers en de Achterhoek naar Twente en verder Duitsland in. Hoogstwaarschijnlijk zat er een supercel in. In Brabant werden dorpen als Zeeland, Langenboom en Escharen zo goed als weggevaagd. Het schadespoor liep verder langs Grave, Millingen, Didam, Doetinchem, Ruurlo, Borculo en Neede.

Tegen zeven uur bereikte het Borculo, en van alle getroffen plaatsen kreeg dat stadje het zwaarst te verduren. Wat er precies gebeurde is nog altijd onderwerp van discussie; mogelijk was het een tornado van de kracht F4. De windhoos had een diameter van een tot twee kilometer. Zevenhonderdvijftig huizen raakten beschadigd, tweehonderdveertig daarvan zo zwaar dat ze verloren waren, en tweeduizend mensen hadden geen dak meer boven het hoofd. Dat er in het hele rampgebied vier doden vielen en tachtig gewonden, is achteraf nauwelijks te bevatten.

Daarna kwam het publiek. Uit heel Nederland reisden mensen naar de Achterhoek om te kijken. Er werden zelfs busreizen naar Borculo verkocht, en er ontstonden files, een verschijnsel dat men in 1925 nog nauwelijks kende. Naar schatting kwamen er in twee weken een half miljoen kijkers. Uit de schadefondsen werd drie miljoen gulden uitgekeerd, waarvan 2,2 miljoen naar Borculo alleen. De Joriskerk, zwaar beschadigd, werd in de jaren erna hersteld; het schip kreeg toen kruisribgewelven onder het zadeldak.

3 Wat de verteller in 1963 nog wist

Bijna veertig jaar later, op zaterdag 9 november 1963, zat verzamelaar G.J.H. Krosenbrink in Borculo tegenover een verteller die in de archiefstukken H. Holstege heet. Wat Holstege die dag vertelde, staat nu in de Volksverhalenbank van het Meertens Instituut, in het Achterhoeks waarin hij het zei. Zijn eerste verhaal ging over de Hof: van het kasteel moest vroeger een gang naar de kerk hebben gelopen. En dan komt de zin waar het om draait. «In 1925 met den cycloon zat in den hook van de karke un gat, maor zee bunt der neet wied in ewes. Daor lag allemaole puun in.»

Zo werkt een sage. De ramp is geen ramp meer maar een bewijsstuk. Volkskundigen kennen het motief als de onderaardse gang waardoor belegerden ontkomen, en het wordt bij talloze kastelen verteld. In Borculo kreeg het een datum.

Holstege vertelde die middag meer. Vlakbij ligt de Schoolte, een grote waterplas die nooit droogvalt en bijna nooit dichtvriest. Met de cycloon woei de bergkap van Blankenborg weg, en die is nooit teruggezien; ze hebben er in de Schoolte nog naar gezocht, maar hij zal wel onderin liggen, zo diep is het daar. En hij wees op de Waterster, een bos met een kolk in het midden en aan alle kanten gegraven grachten, zodat het net een ster lijkt; dat hoorde vroeger bij de Hof. Twee maanden later dateerde een verteller in Haarlo de brand van de boerderij Hartelman met dezelfde klok: het was 1925, want in de zomer was de cycloon en toen is het dak opnieuw kapotgejaagd. De oude Schoolprins had het voorspeld, zei hij, want die had een dwaallichtje in het rieten dak zien kruipen. In Borculo begon de tijdrekening opnieuw op 10 augustus.

Bron: Sagen uit de Volksverhalenbank van de Lage Landen (Meertens Instituut), Collectie Krosenbrink: KROSENBRINK007801, 007802 en 007806, verteld door H. Holstege te Borculo op 9 november 1963, en KROSENBRINK008808, verteld door A.J. Arentsen te Haarlo op 8 januari 1964; verzamelaar G.J.H. Krosenbrink. Historische gegevens: nl.wikipedia (Borculo, Heerlijkheid Borculo, Stormramp van 1925, Joriskerk) en heerlijkheidborculo.nl.
Wist je dat? De verhalen van H. Holstege staan in de Volksverhalenbank onder de codes KROSENBRINK007801, 007802 en 007806, met als bronvermelding Collectie Krosenbrink, verslag 78. Verzamelaar G.J.H. Krosenbrink is de Achterhoekse streektaalschrijver Henk Krosenbrink (1928-2015), die van 1980 tot 1990 directeur was van het Staring Instituut in Doetinchem. Nog geen twee jaar na Borculo werd buurdorp Neede op 1 juni 1927 getroffen door een vermoedelijk nog krachtiger tornado, met een veel smaller schadespoor.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard