De dolle grens
Het Spaans Huiske, een herberg precies op de grens tussen het toenmalige Pruisisch en Belgisch Limburg, kreeg in 1843 een nieuwe grenspaal aan zijn westmuur. In de nacht van 14 op 15 mei 1843 schoof de paal zonder mensenhand drie meter naar het oosten. De herbergier Geerts vond hem ’s ochtends aan de andere kant.
1 De paal
Geerts had de avond ervoor de paal twee Pruisische douaniers zien planten: in het beton vastgegoten, met staalkabels onder de grond. «Onverschuifbaar voor honderd jaar,» had de oudste douanier gezegd. De ochtend daarop was de paal niet weg — hij was drie meter zuidoost van zijn oorspronkelijke plek, in de aarde geplant alsof hij daar twintig jaar had gestaan. Het beton onder zijn nieuwe positie was volgegoten alsof het maanden geleden was. De drie meter eraan voorafgaand was schoon: geen gat, geen ronde aarde, geen oude positie. Alsof de paal nooit ergens anders had gestaan.
2 Wat hij ermee deed
Geerts had die ochtend één keuze: de douaniers waarschuwen, of stilhouden. Hij stuurde een brief aan de Pruisische douane: «Heren, de grenspaal aan mijn westmuur staat sinds vannacht drie meter zuidoostelijker. Mijn herberg, die gisteren in Belgisch Limburg lag, ligt vandaag in Pruisisch Limburg. Ik vraag uw aanwezigheid.» De douaniers kwamen, vonden de paal verplaatst, vonden Geerts eerlijk, vonden geen mensenhand. Zij accepteerden de nieuwe positie. Geerts werd Pruisisch belastingplichtig met terugwerkende kracht tot 1830. Hij betaalde de Pruisische schuld. In de Belgische archieven zijn nog altijd de Geerts-jaren als «Belgisch» geregistreerd. In Pruisische als «Pruisisch». Geerts heeft één leven dubbel geleefd. Op zijn graf in Echt staat: «Hendrik Geerts — tweemaal staatsburger, éénmaal mens.»
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


