Shield
Arnhem, Gelderland

Het Duivelshuis van Arnhem

Tier 0+ - Publiek 3 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aan de Koningstraat in Arnhem staat sinds 1545 het Duivelshuis: een statig renaissancepaleis dat sinds 1830 dienstdoet als stadhuis. De bouwheer was Maarten van Rossum, de meest gevreesde veldheer van Gelderland, die de gevel liet versieren met duivels en saters — volgens sommigen de duivels die zijn gewetenszware leven hadden afgeleid, volgens anderen de duivels die hij zelf hielp opwekken.

HW HW

1 De gevreesde veldheer

Maarten van Rossum was geen gewone Gelderse edelman. Hij was opperste veldheer van hertog Karel van Gelre, en zijn bijnaam in de Lage Landen was «de zwarte hond van Gelre». Hij plunderde ’s-Gravenhage in 1528. Hij verbrandde Antwerpen in 1542. Hij was zo gevreesd dat moeders aan hun kinderen zeiden: «Eet uw soep op, of Maarten van Rossum komt.» Karel V noemde hem «de wreedste mens die ooit de Lage Landen heeft betreden».

In zijn laatste levensjaren liet Van Rossum een renaissancepaleis bouwen aan de Koningstraat in Arnhem, om zich daar terug te trekken. Het werd voltooid in 1546. De bouwmeester was de Antwerpse architect Cornelis Floris II, dezelfde die later het stadhuis van Antwerpen ontwierp.

2 De duivels op de gevel

Op de gevel van het paleis liet Van Rossum geen heiligen, geen edellieden, geen wapenschilden plaatsen. Hij liet drie sater-figuren in zandsteen uithakken, met paardenpoten, gehoornde hoofden en grijnzende muilen. Boven hen kwam een gevleugelde duivel met een bok in zijn klauwen. De Arnhemmers, die door de bouwsteigers liepen, zagen het en kruisten zich.

Toen op de inwijdingsavond de pastoor van de Eusebiuskerk binnenkwam om het huis te zegenen, weigerde hij. «Heer Maarten, de duivels op uw gevel zijn niet figuratief. Zij wonen daar.» Van Rossum lachte hard. «Goed, mijnheer pastoor. Dan blijven zij daar. En als ik sterf, mogen zij mij meenemen. Het is mij om het even.»

3 De dood van Van Rossum

Maarten van Rossum stierf in juni 1555 in Arnhem, vermoedelijk in zijn paleis. Hij werd niet door de duivels meegenomen — ten minste niet zichtbaar. Hij werd begraven in de Eusebiuskerk, met een statig praalgraf, in 1555 nog niet door de Reformatie verwoest. Doch in de uren na zijn dood, vertelt het volk in Arnhem, hoorden de wachten in het paleis vreemde geluiden uit de gevel: gegrinnik, geknars, een gefluister.

Het Duivelshuis bleef staan, kreeg later andere bewoners, werd in 1830 stadhuis. De saters op de gevel staan er nog. Op koude novemberochtenden, zegt men in Arnhem, druppelt er soms water uit hun ogen. Niet omdat het regent. Tot vandaag wordt op het Duivelshuis op één bepaald moment in het jaar — zaterdagochtend van Allerzielen, 1 of 2 november — door een nieuwe pastoor van Arnhem stilletjes wijwater op de gevel gesprenkeld. Volgens de officiele stadsgeschiedenis is dat «onderhoud». Volgens de Arnhemmers is dat anders.

Bron: Arnhems stadsarchief; W. Smit, «Het Duivelshuis te Arnhem» (1894); volkstraditie sinds de 16e eeuw.
Wist je dat? Het Duivelshuis (1545–1546) is een van de oudste renaissancegevels van Nederland en sinds 1830 in gebruik als Arnhems stadhuis. De drie saters/duivels op de gevel werden in 1830 gerestaureerd door Hendrik van Brakel. Maarten van Rossum (ca. 1490–1555) was opperste veldheer van hertog Karel van Gelre en leidde de plundering van ’s-Gravenhage in 1528 en van Antwerpen in 1542.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard