Gijsbrecht van Aemstel
Rond het jaar 1300 was Gijsbrecht van Aemstel heer van het jonge Amsterdam. Zijn naam werd onsterfelijk door een verhaal van verraad en verlies, en door het toneelstuk dat Joost van den Vondel er drie eeuwen later over schreef, jarenlang gespeeld rond de jaarwisseling.
1 De list in de nacht
In het verhaal wordt Amsterdam belegerd door vijanden van Gijsbrecht, maar de stad houdt stand achter haar muren. Dan wordt zij niet met kracht maar met bedrog genomen. Onder de dekmantel van een wapenstilstand, of verborgen in schepen die als vreedzame vracht binnenvoeren, dringen de vijanden de stad binnen, juist wanneer men zich veilig waant in de kerstnacht. Wat de muren niet konden, deed de list.
2 Het verlies en het toneel
Er volgt een nacht van brand, moord en wanhoop; Gijsbrecht ziet zijn stad vallen en moet vluchten, alles achterlatend. Zo eindigt zijn heerschappij in verraad. Eeuwen later maakte Vondel van die val een groot treurspel, met de heldhaftige Gijsbrecht, zijn trouwe vrouw Badeloch en het beroemde slot waarin een engel de toekomst van Amsterdam voorspelt. Het stuk werd een instituut: generaties Amsterdammers zagen rond nieuwjaar hun stad ten onder gaan en herrijzen op het toneel. Zo bleef Gijsbrecht van Aemstel leven, niet als de verliezer van één nacht, maar als het zinnebeeld van een stad die uit haar as opstond.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


