Shield
Berkhout, Noord-Holland / West-Friesland

De boer met het duivelsboek

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aan de westkant van West-Friesland, waar het lint van Berkhout zich uitstrekt tussen Hoorn en het open weideland van Koggenland, woonde ooit een boer die geen gewone boer was. Herk Ooievaar heette hij, en de dorpelingen fluisterden dat hij kon toveren. Melk die niet wilde koken, deuren die vanzelf opengingen, mensen die geen vin meer konden verroeren: het werd allemaal aan hem toegeschreven. Rond 1900 tekende de arts Cornelis Bakker deze verhalen op uit de mond van de bewoners, en zo bleef Herk bewaard, ergens tussen spot, ontzag en oude dorpsangst.

HW HW

1 De boer met het duivelsboek

Volgens de overlevering had Herk zijn kennis niet uit de boeken van geleerden, maar uit een geheimzinnig duivelsboekje. Dat boek zou eerder hebben toebehoord aan een schippersknecht, die het tevergeefs in het vuur had geworpen; de vlammen wilden het niet verteren. Ook Herk raakte het niet meer kwijt. Niemand wilde het overnemen, en verbranden lukte evenmin. Zo dwong het boek hem zijn kunsten te blijven gebruiken, of hij wilde of niet.

En die kunsten waren van een eigenaardige, bijna speelse soort. Tijdens een deftige visite veranderde Herk de hoofden van de gasten in dierenkoppen: de een kreeg de snuit van een varken, de ander de kop van een spreeuw. Het duurde maar even en het gezelschap lachte er hartelijk om, maar de boodschap was duidelijk: de gewone regels van de natuur golden voor hem niet. Melk weigerde te koken zolang hij dat wilde, en warme chocolademelk bleef in de kan hangen, hoe men de pot ook kantelde.

Het dorp waarin dit alles zou zijn gebeurd, is oud. Berkhout wordt al omstreeks 1312 vermeld als Berchout, een naam gevormd uit berk en hout, het oude woord voor bos. West-Friesland kende nauwelijks adel; de bevolking regelde haar eigen zaken en hield vast aan haar eigen verhalen. In zo’n gemeenschap, dicht opeen langs een enkele weg, groeide een figuur als Herk moeiteloos uit tot een legende.

2 De macht om vast te zetten

Wat Herk vooral berucht maakte, was zijn vermogen om mensen en dingen stil te zetten. Wie met hem in botsing kwam, merkte plotseling dat hij geen stap meer kon verzetten. Het bekendste voorbeeld gaat over een brutale Duitse maaier, een van de seizoensarbeiders die in de zomer naar West-Friesland trokken. Terwijl de dorpelingen ter kerke gingen, stond de man openlijk te wateren voor het oog van iedereen. Herk vond dat zo onbetamelijk dat hij hem in die houding liet verstijven, zodat hij de hele dienst lang moest blijven staan. Pas toen de maaier het na afloop nederig vroeg, hief Herk de betovering op.

Zelfs trekschuiten en rijtuigen kon hij tot stilstand brengen. Wie hem onheus bejegende, zag zijn schuit niet meer vooruitkomen of de jaaglijn breken, tot de schipper hem vriendelijk verzocht door te mogen varen. Ook de dominee van Berkhout, die niets van zulke tovenarij wilde geloven, moest eraan geloven. Toen hij zijn pijp wilde stoppen, kreeg hij zijn vingers niet meer in beweging, en zijn lepel bracht hij niet meer naar zijn mond. Van dat ogenblik af was ook de predikant overtuigd.

De macht reikte, zeiden de mensen, tot over de drempel van zijn eigen boerderij. Bedelaars die aan het hek verschenen, kon hij een half uur laten staan voor hij ze weer losliet. En vanuit zijn huiskamer zou hij alle deuren van de hoeve tegelijk hebben kunnen openen, zonder een vinger uit te steken.

3 Cornelis Bakker en de herinnering aan Herk

Dat wij deze verhalen nog kennen, danken we aan de arts Cornelis Bakker (1863-1933). Hij was huisarts in Broek in Waterland en tegelijk een gedreven verzamelaar van volksverhalen. Terwijl hij zijn patiënten bezocht, luisterde hij naar wat er in de streek werd verteld en schreef het op, meer dan vijfhonderd verhalen in totaal. Hij werkte samen met de taalgeleerde Gerrit Jan Boekenoogen en publiceerde in 1928 zijn boek Volksgeneeskunde in Waterland. Zonder zijn aantekeningen was Herk Ooievaar allang vergeten geweest.

De herinnering hield lang stand. Nog in de jaren vijftig van de vorige eeuw schreef een dorpsbewoner de verhalen over de boer op, alsof ze pas gisteren waren gebeurd. Toen Herk stierf, zo ging het, verdween ook het geheim van zijn zwarte kunst, tot opluchting van velen in de omgeving. Het duivelsboekje werd nooit meer teruggevonden.

Berkhout draagt zijn eigen geschiedenis nog zichtbaar met zich mee. De oude dorpskerk, gewijd aan Sint-Joris de drakendoder, wiens beeld in het dorpswapen staat, brandde in de nacht van 3 december 1883 volledig af; een gevangene had in de torencel zijn bed in brand gestoken. Op dezelfde plek verrees in 1885 de kerk die er nu nog staat, sinds 1989 rijksmonument en tegenwoordig cultureel centrum. Wie langs het oude lint loopt, ziet de draak op het wapenschild en denkt onwillekeurig aan die andere strijd tussen goed en kwaad: de boer met zijn boek dat niet wilde branden.

Bron: Sage uit de collectie-Bakker, opgetekend door dorpsarts en verhalenverzamelaar Cornelis Bakker (1863-1933), bewaard in de Nederlandse Volksverhalenbank. Naverteld in Willem de Blécourt e.a. (red.), Verhalen van stad en streek. Sagen en legenden in Nederland (Amsterdam 2010) en op Oneindig Noord-Holland («Zwarte magie in Waterland»). Historische gegevens: nl.wikipedia (Berkhout, Koggenland) en Westfries Genootschap.
Wist je dat? Het duivelsboekje uit de verhalen hoort tot een bekend volksmotief: een grimoire dat de eigenaar niet kan verbranden of wegdoen en hem dwingt te blijven toveren. Cornelis Bakker legde ruim vijfhonderd Noord-Hollandse verhalen vast voor de taalgeleerde Gerrit Jan Boekenoogen en publiceerde in 1928 Volksgeneeskunde in Waterland. De oude kerk van Berkhout, gewijd aan Sint-Joris, ging in 1883 in vlammen op nadat een gevangene in de torencel zijn bed had aangestoken.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard