De kabouterkoning van Hoogeloon
Ten noordoosten van Hoogeloon, een Kempendorp in de Brabantse gemeente Bladel, ligt in het Hoogeloons bos bij de Kleine Beerze een ronde, met gras begroeide heuvel: de Kaboutersberg. Wie er langsfietst, komt in het dorp op het Valensplein een bronzen mannetje met een kroon tegen: Kyrië, koning van de Kempense kabouters. Al generaties lang vertellen de Kempenaren over hem. Onder die sage ligt echter een geschiedenis van steen en tijd, van een Romeinse heer die zich hier liet begraven, lang voordat er ooit een kabouter werd genoemd.
1 Het kaboutervolk van de Kempen
Lang geleden leefde er in de Kempen een geheimzinnig kaboutervolk. Overdag lieten de kleine wezens zich nooit zien, maar zodra de klok tien uur sloeg en de boeren hun olielampen doofden, kwamen zij tevoorschijn. Zij klopten op ramen en deuren, riepen iedereen naar bed en verzetten dan bergen werk: zij timmerden, bakten brood, maakten kaas en hielpen de molenaar het Kempische graan malen. Bij het gloren van de dag keerden zij terug naar huis, naar de Kaboutersberg in de hei van Hoogeloon.
Één regel stond vast: bij hun werk wilden de kabouters door geen mens bekeken worden. Wie het toch waagde, werd gestraft. Een nieuwsgierige boer bleef op een nacht wakker om te zien wie al dat werk verzette. Hij gluurde door het sleutelgat van zijn schuur, maar voor hij iets kon onderscheiden kreeg hij een sleutel in het oog. Halfblind bleef hij achter, en de kabouters besloten hem nooit meer te helpen.
Over dit volk regeerde koning Kyrië. Volgens de overlevering woonde hij op de Kerkakkers, in de Kaboutersberg, een van de oude grafheuvels in de hei. Van daaruit ondernam het kaboutervolk zijn tochten door de streek. Zolang de mensen hen met rust lieten, was alles koek en ei: de Kempenaren kregen welkome hulp, en het kleine volk leefde ongestoord zijn afgeschermde leven.
2 De dood van koning Kyrië
De halfblinde boer kon zonder de nachtelijke hulp zijn boerderij nauwelijks meer draaiende houden. Om toch eten op tafel te krijgen, pakte hij op een dag zijn geweer en trok de omliggende heide op. In het hoge gras zag hij iets bewegen. Een korhoen, dacht hij, mikte en schoot.
Maar toen hij dichterbij kwam, zag hij dat hij iets anders had geraakt. Het was koning Kyrië zelf. Volgens de overlevering viel het schot in de hei bij Riethoven; dodelijk gewond had de vorst nog net de kracht om zijn volk te bereiken voor hij bezweek. De boer, die maar al te goed de wraak van de kabouters kende, sloeg op de vlucht en zwoer nooit meer terug te keren.
Die avond merkten de kabouters dat hun koning verdwenen was. Zij lieten overal lekkernijen achter, en wie ze vond, hoorde gefluister: ga naar huis en vertel dat Kyrië dood is. Zo ging het nieuws als een lopend vuurtje door de Kempen. Hun treurende volk droeg de koning naar de Kaboutersberg en begroef hem daar. Kort daarna zagen de Kempenaren een grote stofwolk over de heide trekken. Sindsdien zijn de kabouters uit de Kempen verdwenen, met onbekende bestemming. Alleen een standbeeld bleef achter, om de mensen eraan te herinneren goed en hulpvaardig te zijn.
3 Wat onder de berg lag
De Kaboutersberg is ouder dan de sage die haar naam gaf. In de tweede eeuw na Chr. liet een welgestelde heer op de Kerkakker bij Hoogeloon een stenen villa in Romeinse stijl bouwen, in deze uithoek van het rijk een volstrekt uniek gebouw van bijna twintig bij ruim vijftig meter. Het was opgetrokken uit Ardenner zandsteen, gedekt met dakpannen uit de Maasvallei en voorzien van beschilderd stucwerk, een badhuis en een vorm van vloerverwarming, met koud en warm water door loden leidingen.
Ongeveer driehonderd meter naar het noordoosten, in het Koebos bij de Kleine Beerze, liet dezelfde heer een indrukwekkend grafmonument aanleggen. De grafheuvel was ongeveer twintig meter in doorsnede en vier tot vijf meter hoog, aan de voet omgeven door een ring van natuursteen en waarschijnlijk bekroond met een stenen graftoren met afbeeldingen van de heer en zijn vrouw. Zo’n monument is buiten steden als Nijmegen en Maastricht nergens in Romeins Nederland teruggevonden. Eeuwen later, toen niemand de oorsprong nog kende, geloofden de mensen dat deze heuvel de woning van kabouterkoning Kyrië was.
De heuvel domineerde lang het landschap, tot hij werd afgegraven en verdween. Pas bij een opgraving van de Vrije Universiteit Amsterdam in 1988 werden de restanten teruggevonden, en in 2012 is de grafheuvel met zijn stenen ommuring in het beekdal gereconstrueerd, nu als verblijf voor vleermuizen. In het dorp zelf herinnert een bronzen beeld aan de sage: in 1985 maakte Wim Gubbels het standbeeld van koning Kyrië op het Valensplein. Wie goed en gemoedelijk blijft, zeggen de Kempenaren, ziet de kabouters misschien ooit nog eens terug.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


