Het Mirakel van Amersfoort
Boven de daken van Amersfoort rijst de Onze-Lieve-Vrouwetoren bijna honderd meter de lucht in, door de stad liefkozend Lange Jan genoemd. Wie de toren ziet, ziet zelden wat eronder ligt: geen kerk meer, maar de herinnering aan een klein Mariabeeldje van pijpaarde dat in 1444 in de stadsgracht belandde. Uit die vondst groeide een van de drukste bedevaartsoorden boven de rivieren, en uit de offergaven van de pelgrims rees de toren zelf omhoog. Dit is niet het verhaal van de Amersfoortse kei, maar van het Mirakel van Amersfoort, dat de stad haar hoogste baken schonk.
1 Het beeldje in de gracht
In het najaar van 1444 reisde Geertje Arends van Nijkerk naar Amersfoort. Zij was op weg om in te treden in het Sint-Agnietenklooster en droeg een klein Mariabeeldje van pijpaarde met zich mee. Het beeldje vond zij te lelijk en te armoedig voor het klooster, en onderweg wierp zij het in de buitengracht, ter hoogte van wat vandaag de Scheltussingel heet.
Enkele dagen later, kort voor Kerstmis, kreeg de dienstmeid Margriet Albert Gijsen driemaal hetzelfde visioen: zij moest naar een bepaalde plek in de gracht gaan, dicht bij de Kamperbuitenpoort. Onder het ijs vond zij daar het weggegooide beeldje terug. Zij nam het mee naar huis en stak er een kaars bij aan, die volgens de overlevering driemaal langer brandde dan hout en pit toelieten. Haar biechtvader bracht het beeldje daarop naar de Onze-Lieve-Vrouwekapel, en daar begon het verhaal pas goed.
Een gedenksteen in de oude stadsmuur markeert nog altijd de plek van de vondst. Het oorspronkelijke beeldje is later tot gruis vergaan; de resten worden bewaard in de Oud-Katholieke kerk Sint Joris op ’t Zand, naast een anoniem schilderij uit omstreeks 1525 dat de vondst verbeeldt.
2 Wonderen en de Vrouwevaart
Wat een weggegooid beeldje leek, werd al snel het middelpunt van een stroom pelgrims. Binnen enkele jaren trokken zij bij duizenden naar Amersfoort, en de faam van de plek reikte tot ver buiten de landsgrenzen. In de loop van ongeveer een eeuw werden honderden genezingen en uitreddingen aan het beeldje toegeschreven. Een zogenoemd Mirakelboek, waarvan twee zestiende-eeuwse afschriften bewaard zijn, tekende er ruim vijfhonderdvijftig op.
Om al die bezoekers te ontvangen verrees omstreeks 1460 een nieuwe bedevaartskerk, de Onze-Lieve-Vrouwekerk, waarvan het koor werd gevormd door de bestaande kapel. Vanaf 1446 werd op de zondag voor Pinksteren een grote processie gehouden, de Vrouwevaart, die het hele jaar door bezoekers naar de stad bleef trekken.
De bloei duurde tot de zeventiende eeuw. Na de Reformatie ging de Vrouwevaart in afgezwakte vorm nog door, met steun van het stadsbestuur, maar de staatsgreep van Maurits van Oranje in 1618 maakte er een einde aan. Na 1630 liep het aantal pelgrims snel terug. Pas in 1933 herstelde het Onze Lieve Vrouwegilde de Vrouwevaart in ere, en tot op vandaag wordt er jaarlijks een stille omgang langs de oude route gelopen.
3 De toren die de pelgrims bouwden
De blijvendste erfenis van het mirakel staat nog altijd overeind. Met de offergaven van de pelgrims begon men, waarschijnlijk kort na 1444, aan de bouw van een vrijstaande toren bij de kerk. In 1470 was hij voltooid. Met ruim achtennegentig meter is de Onze-Lieve-Vrouwetoren de op twee na hoogste laatmiddeleeuwse toren van Nederland; naast de spits staat een klein zijtorentje, dat samen met de hoofdspits Maria en kind verbeeldt.
De toren overleefde wat de kerk niet overleefde. Na de Reformatie kwam het gebouw in gereformeerde handen en werd het later onder meer als kruitopslag gebruikt. In 1787 vloog die voorraad de lucht in; de explosie legde de kerk in puin, maar de apart gebouwde toren bleef staan. Sindsdien rijst hij alleen boven de stad, zonder het schip waaraan hij ooit hoorde.
Vandaag telt de toren driehonderdzesenveertig treden en geldt zijn voet als het kadastraal nulpunt van Nederland, het punt van waaruit het hele land wordt ingemeten. Wie de trap beklimt, kijkt uit over Amersfoort en de Eem, en staat zonder het te weten boven de plek waar een meisje ooit een beeldje te lelijk vond om te houden. Het beeldje is vergaan, maar de toren die eruit voortkwam draagt de stad nog altijd.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


