Rixt van het Oerd
Op het oostelijkste punt van Ameland, ver weg van de dorpen Buren en Nes, ligt het Oerd: een eenzaam duingebied waar het zand nooit stilstaat. Daar leefde, lang geleden, een vrouw die Rixt heette. De eilanders schuwden haar als een heks. Met haar lantaarn lokte zij ’s nachts schepen op de zandbanken — tot de zee haar eigen zoon Sjoerd terugbracht. Die ene nacht is zij van de duinen verdwenen, en sindsdien doolt zij rond als spook.
1 De vrouw in de duinen
Op het Oerd, het wilde oosten van Ameland, leefde Rixt alleen in een lage hut van wrakhout en plaggen. Haar man was lang geleden op zee gebleven; haar enige zoon Sjoerd was als knaap opgevaren met een Vlielander schipper. Sindsdien zat zij alleen tussen de duinen, en de eilanders zeiden dat zij niet pluis was. Zij sprak niet, zij groette niet, zij had geen vee, en toch ontbrak haar nooit eten of drinken — want zij was een strandjutster, en wat de zee gaf was van haar.
Doch wat de zee niet gaf, riep zij. In stormnachten ging zij hoog op het Oerd staan, met een lantaarn aan een paal vastgebonden. Wie van zee de schemering doorzocht, dacht een vuurtoren te zien, of een veilig licht aan land. Dan stuurden de schippers op het licht aan — en liepen vast op de zandbanken voor het Oerd, waar geen reddingboot ooit op tijd kwam. ’s Ochtends was de kust bezaaid met balken, balen en lichamen. Rixt verzamelde wat zij brauchte, lachte hoog op, en verdween in haar hut.
2 Het schip op de bank
Op een herfstavond — de wind kwam uit het noordwesten, recht op de kust — ging Rixt zoals altijd uit met haar lantaarn. Een schip naderde uit zee. Zij hees haar licht omhoog en wachtte. Het schip stuurde aan, sloeg op de buitenste bank, en brak in twee. De gillen van de bemanning werden door de wind aan flarden gescheurd. Rixt liep door het opspattende water naar de eerste lichamen die aanspoelden.
Zij keerde een lijk om, om het te beroven. Toen ging de maan even door de wolken. Bij het bleke licht herkende zij — haar zoon. Sjoerd. Hij droeg nog de zilveren ring die zij hem op zijn elfde verjaardag gegeven had. Zij zonk neer in het zand en gilde een gil die de gehele nacht over het Oerd dreunde. De eilanders in Buren hoorden het en sloegen kruisen.
3 Rixt op het Oerd
Toen de jutters de volgende ochtend op het strand kwamen, vonden zij geen Rixt meer. Haar lantaarn lag uitgedoofd in het zand, haar hut was leeg. Sommigen zeiden dat zij in de zee was gelopen. Anderen zeiden dat zij door de duinen was opgenomen, levend gestraft, en daar nu doolde tot het einde van de wereld.
Tot vandaag, zegt men op Ameland, hoort men in stormnachten op het Oerd een vrouwenstem die roept: «Sjoerd! Sjoerd!» door de duinen. En soms ziet een wandelaar tussen het helmgras een licht bewegen, dat wenkt en weer dooft. Wie het volgt, raakt de weg kwijt; wie thuiskomt, brengt geen woord uit voor drie dagen. Zo waakt Rixt over haar Oerd — voor altijd op zoek naar de zoon die de zee haar heeft teruggegeven, in ruil voor alle anderen.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


