Shield
Klundert, Noord-Brabant / West-Brabant

De bloedende hostie van Niervaart

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Ten noorden van Zevenbergen, waar de zeeklei van West-Brabant tegen het Hollandsch Diep aanloopt, ligt Klundert: een vestingstadje met wallen, bastions en een stadhuis dat een prins er heeft neergezet. Onder de polders eromheen ligt een ouder dorp begraven. Het heette Niervaart, en het is in de vijftiende eeuw in het water verdwenen. Wat ervan overbleef is geen steen, maar een verhaal: dat van een turfsteker die in het veen een hostie opgroef die begon te bloeden zodra hij haar aanraakte.

HW HW

1 De hostie in het veen

Het gebeurde omstreeks het jaar 1300. Joannes Bautoen, in de oude teksten Jan Bautoen genoemd, stak turf in de uitgestrekte moeren bij Niervaart, en hij was niet alleen: twee vrouwen werkten met hem mee. Volgens het middeleeuwse spel dat het verhaal navertelt, roken zij eerst iets. Een geur zo zoet dat Jan zei dat er onder de grond iets moest liggen. Zij groeven door, en in het veen lag een hostie, zuiver en onbesmet door de aarde die haar had bedekt.

Jan raapte haar op. Nauwelijks had hij haar in zijn hand of zij begon aan alle kanten te bloeden. Beschaamd en geschrokken liet hij haar los, en zij viel precies terug in de kuil waar zij gelegen had. Een van de vrouwen liep naar het dorp om de pastoor te halen. Die kwam blootsvoets, met niets dan een haren kleed om zich heen, en heel Niervaart liep achter hem aan. In een plechtige stoet werd de hostie naar het kerkje gedragen. Daar bleef zij bijna anderhalve eeuw, en daarheen kwamen de bedevaartgangers die later van de mirakelen konden getuigen.

2 De priem van meester Macharius

Niervaart lag in het bisdom Luik, en de bisschop wilde weten wat daar gebeurd was. Hij stuurde een kerkelijk rechtsgeleerde, in de bronnen meester Macharius genoemd, om het wonder te onderzoeken. Macharius ondervroeg Jan Bautoen en de beide vrouwen. Hun verklaringen kwamen overeen, maar hij geloofde er niets van, en ook de pastoor en de dorpelingen wuifde hij weg. Vrouwen, zei hij, zijn makkelijk om de tuin te leiden, en wie weet had die man ze wel met geld gepaaid.

Toen nam hij een ijzeren priem en stak. Viermaal ketste het ijzer af alsof hij op marmer stootte. Bij de vijfde stoot begon de hostie op vijf plaatsen tegelijk te bloeden, zoals Christus bloedde uit vijf wonden. Wat er daarna van Macharius werd, weten de bronnen zelf niet zeker. De een zegt dat hij van razernij zijn eigen handen afbeet, de ander dat hij onderweg naar Luik stierf en dood de stad werd binnengedragen. De kroniek besluit nuchter: hoe het ook was, God weet het.

Omstreeks 1500 maakte de Brusselse stadsdichter Jan Smeken van deze stof een toneelstuk van 1325 verzen. Hij liet het openen met twee duiveltjes, Sondich Becoren en Belet van Dueghden, die vanaf de rand van het veen toekijken hoe Jan zijn schop in de grond zet, en die er niets tegen kunnen beginnen.

3 Het water, Breda en de stad die terugkwam

Op het water kregen de duiveltjes wel vat. De Sint-Elisabethsvloed van 1421 zette de hele streek onder, een jaar nadat de plaats al was afgebrand, en daarna bleef het land onbereikbaar. Jan IV van Nassau, heer van Breda, kwam er zelf niet meer en schreef zijn zwager Jan van Heinsberg, bisschop van Luik, met het verzoek de hostie naar Breda te mogen overbrengen. Op 13 maart 1449 haalde een gezelschap van Bredase kanunniken, kapelaans, burgemeesters, schepenen en schutters het Sacrament per schip op. Het was al donker toen het de haven van Breda binnenvoer, maar door de kaarsen en fakkels van de menigte, noteert de kroniek, waren de straten zeer licht.

In Breda kreeg het Sacrament van Niervaert een eigen gilde in 1463, een kapel, een monstrans en een geschilderd retabel. Tijdens de Beeldenstorm van augustus 1566 verdween de hostie spoorloos; van het retabel werden tien panelen over de stad verspreid, en zes en een half daarvan zijn ooit teruggevonden.

Niervaart verdween ook. Pas in 1558 kwam er weer een dijk langs het Hollandsch Diep, en op de nieuwe polder verrees een stadje met rechte straten en een haventje: De Clundert. Willem van Oranje liet er vanaf 1583 wallen omheen leggen, uitgevoerd naar het ontwerp van Adriaen Anthonisz. Prins Maurits schonk eind 1620 het geld voor een stadhuis, dat er in 1621 kwam en er nog staat. In 1793 gaf de vesting zich na acht uur beschieting over aan de Fransen, in 1944 werd het stadje door terugtrekkende Duitse troepen in brand gestoken, en in 1953 stond negentig procent van het grondgebied onder water. Telkens kwam Klundert terug, op de plek waar de hostie uit het veen kwam.

Bron: J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (1933), nr. 222 «Het H. Sacrament van den Niervaart», opgenomen onder de kop Hostielegenden; het plaatsenregister vermeldt «Niervaart. Zie Klundert». Volledige OCR op Delpher, urn MMKB05:000038172. Middeleeuwse tekst: Jan Smeken, «Dat es tspel vanden heiligen sacramente van der Nyeuwer vaert», in P. Leendertz jr., Middelnederlandsche dramatische poëzie (1907), integraal op DBNL. Historische gegevens: nl.wikipedia (Klundert, Sacrament van Niervaert, Spel vanden heilighen sacramente vander Nyeuwervaert, Stadhuis van Klundert, Vestingwerken van Klundert), Canon van Moerdijk en Neerlandistiek.nl over de editie Kuiper/Jongen (2017).
Wist je dat? Sinninghe plaatste het verhaal onder de kop Hostielegenden, en zijn plaatsenregister verwijst kortweg: Niervaart, zie Klundert. Onder datzelfde trefwoord staan nog twee Klundertse sagen, waaronder die van de boer die omstreeks 1860 een zwarte kat van zijn erf schoot met een dubbeltje waarin een kruis was gekerfd. Het spel van Jan Smeken telt 1325 verzen en is het enige bewaard gebleven Nederlandse sacramentsspel; het is overgeleverd in een enkel handschrift in het Stadsarchief Breda. Van het geschilderde retabel dat de geschiedenis in beeld bracht zijn na de Beeldenstorm zes en een half van de tien panelen teruggevonden.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard