Het bloed en het vuur van Meerssen
Waar de Geul zich door het Heuvelland naar de Maas haast, ligt Meerssen, een dorp dat groter is dan zijn plattegrond. Koningen hielden er een palts, en in 870 werd er een rijk verdeeld. Maar wat Meerssen eeuwenlang op de kaart zette, gebeurde in de kerk: in 1222 stroomde er bloed uit een gebroken hostie, opgetekend door een monnik die erover schreef alsof hij naast het altaar had gestaan. En toen de kerk in 1465 in lichterlaaie stond, liep een boer uit het gehucht Raar dwars door het vuur om het Allerheiligste te redden. Bij zijn terugkeer bleek een engel zijn akker geploegd te hebben. Meerssen viert beide wonderen nog altijd, acht dagen lang.
1 Het wonder in de kelk
Meerssen was oud koningsgoed. In 870 verbleven er de gezanten die het Verdrag van Meerssen sloten, en in 968 schonk koningin Gerberga, weduwe van een hertog en van een koning, het rijke domein aan de abdij van Sint-Remigius in Reims. De monniken stichtten er een proosdij, en rond 1222 verzorgden vier benedictijnen uit Reims de eredienst in de kerk die op de plaats van de oude palts stond.
In dat jaar, zo schrijft de cisterciënzer Caesarius van Heisterbach in zijn wonderverhalen, zou een van de broeders de mis lezen en vergat hij water en wijn in de kelk te gieten. Pas vlak voor het onzevader, toen hij de doek van de kelk nam, zag hij dat die leeg was. Radeloos riep hij Gods barmhartigheid aan, en een stem van boven antwoordde: uw gebed is verhoord. De priester brak de hostie en liet een deel in de kelk vallen. Toen gebeurde het: uit het hostiedeeltje stroomden bloed en water, zoals bloed uit doorgesneden aderen gutst, tot de kelk voor een derde gevuld was. In de beker zag men geen wijn, maar menselijk bloed.
De kelk werd verzegeld. Twee jaar later reisde Koenraad van Urach, bisschop van Porto en pauselijk legaat, door de streek. Hij liet het zegel verbreken en stelde de kelk acht dagen tentoon voor ieder die haar zien wilde. Het bloed was purperrood en met de jaren ingedikt. Van heinde en verre kwamen pelgrims naar het Sacrament van Mirakel, en de kerk moest worden vergroot om de stroom aan te kunnen.
2 De boer van Raar
De kerk brandde in 1288 grotendeels af en werd in de veertiende eeuw vervangen door een gotisch godshuis dat niet langer aan Sint-Remigius was gewijd, maar aan het Heilig Sacrament zelf. Het waren onrustige tijden: overal in en rond het Luikse en Limburgse land woedde oorlog. In 1465 sloeg het noodlot toe. Volgens de overlevering staken huurlingen van de heer van Borgharen de kerk in brand, en het vuur greep zo snel om zich heen dat niemand het tabernakel met het sacrament nog kon bereiken.
Op de hoogte boven het dorp, bij het gehucht Raar, liep een jonge boer achter zijn ploeg. Hij zag de rook boven de kerk, liet paard en ploeg staan en snelde naar beneden. Voor de brandende kerk sloeg hij een kruisteken, baande zich een weg door het vuur, opende het tabernakel en droeg het Allerheiligste ongeschonden naar buiten, naar de pastoor. Toen hij daarna naar zijn akker terugkeerde, vond hij het werk voltooid: een engel had zijn onderbroken voren tot het einde doorgeploegd.
Het vuurwonder maakte Meerssen beroemder dan het bloedwonder ooit had gedaan. De pelgrims kwamen met steeds meer. In 1476 trokken de inwoners van Beek, geteisterd door branden in hun eigen dorp, barrevoets en in wollen boetekleren naar Meerssen; bij een van hun processies moesten er biechtstoelen buiten de kerk worden gezet. Met de giften van de bedevaartgangers werd de kerk hersteld en verrees het rijke noorderportaal, waarvan het dak diende om de relieken te tonen aan de menigte op de Markt.
3 Gestolen bloed, blijvend feest
Tussen 1500 en 1517 bouwde men in het koor een sacramentstoren van witte zandsteen, twaalf meter hoog, om het wonderbare bloed en de heilige hostie waardig te bewaren. Lang heeft het bloed er niet meer gerust. In 1578, in de woelige jaren van de Opstand, werd het Heilig Bloed gestolen en vernietigd, mogelijk door muitende soldaten. Meerssen stond met lege handen, maar de verering week niet: voortaan richtte de devotie zich op het uitgestelde sacrament in een grote zilveren monstrans, en de herinnering aan de twee wonderen bleef het hart van de bedevaart.
Die taaiheid werd beloond. Op 16 juni 1938 verhief paus Pius XI de kerk tot Basiliek van het Heilig Sacrament, een eer die rechtstreeks op de oude wonderen teruggaat. De gotische kerk van Limburgse mergel geldt als het hoogtepunt van de Maasgotiek in Nederland, en in de vensters van het koor gloeit het vuurwonder van 1465 tot vandaag in glas en lood.
Elk jaar, op de donderdag na Drievuldigheidszondag, opent het Octaaf van Meerssen. Acht dagen lang trekken processies uit de omliggende parochies naar de basiliek, en de processie op Sacramentszondag gaat afwisselend door Meerssen of omhoog naar Raar, naar de velden van de landman. Daar, zeggen de mensen, liep ooit een engel achter de ploeg. Wie in het Heuvelland tussen de hagen staat en de klokken hoort, begrijpt waarom een dorp aan de Geul twee wonderen nooit vergeten is.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


