De smokkelzakskes van Baol
Wie door Baarle wandelt, stapt zonder het te merken tientallen keren de grens over. Het Brabantse dorp is een geheel, maar in snippers verdeeld over twee landen: het Nederlandse Baarle-Nassau en de Belgische enclaves van Baarle-Hertog liggen dwars door elkaar, dwars door straten en soms dwars door huiskamers. Zo’n dorp vertelt andere verhalen dan gewone dorpen. Het draagt drie gouden balen in zijn wapen, en over die balen wist een vrouw aan de bushalte in 1976 iets beters dan de wapenkunde: het zijn de smokkelzakskes van Baol.
1 Een dorp in snippers
De versnippering begon met een middeleeuwse ruil. Aan het einde van de twaalfde eeuw stonden hertog Hendrik I van Brabant en graaf Dirk VII van Holland tegenover elkaar; de hertog wilde een buffer tegen het opdringende Holland en zocht een bondgenoot in Godfried II van Schoten, heer van Breda. In 1198 werd Godfried zijn leenman en mocht hij een groot stuk land bij zijn bezit voegen, maar daarin bleven verspreide stukken liggen die aan de hertog of aan de abdij van Thorn toebehoorden. Zo ontstond een Baarle onder Breda, dat met de baronie later aan het huis Nassau kwam, en een Baarle onder de hertog.
Toen de Raad van State de grenzen in 1667 voor het eerst liet optekenen, telde men dertig enclaves: tweeëntwintig van Baarle-Hertog en acht van Baarle-Nassau, waarvan er zeven op hun beurt weer binnen de Belgische stukken lagen. Geen bezetter en geen grenscommissie heeft dat ooit rechtgetrokken. Pas in 1995 werden de enclavegrenzen voorgoed vastgelegde rijksgrenzen. Tot vandaag staan er huizen die aan de voorkant in een ander land liggen dan aan de achterkant, en beslist de voordeur bij welk land een gezin hoort.
2 Strobalen of smokkelzakskes
Op 16 juli 1817 werd aan Baarle-Nassau officieel een wapen verleend: op een azuren schild drie balen van goud. Blauw en goud zijn de rijkskleuren, die in Noord-Brabant wel vaker werden uitgedeeld wanneer de oude wapenkleuren niet juist waren doorgegeven; oorspronkelijk waren ze wit en rood, naar wapen en vlag van het aloude hertogdom Brabant. Men dacht bovendien dat de naam Baarle met die balen samenhing, een zogeheten sprekend wapen. Naamkundigen weten beter: Baarle is Baar-lo, een bos in een kale heidestreek, en met strobalen heeft dat niets te maken.
Maar het dorp houdt er een eigen lezing op na. In 1976 legde een vrouw die bij Baarle op de bus naar Breda wachtte, de drie voorwerpen in volle overtuiging anders uit: het zijn de smokkelzakskes van Baol, meneer. Want die van Baol waren door de eeuwen heen verwoede smokkelaars, die grotelijks profiteerden van de barre versnippering van hun gemeente en er heel wat rijker van werden dan je van een arm, afgelegen heidedorp zou verwachten. In de omtrek heetten de Baarlenaars dan ook Boarkelsche Lörzers, of kortweg Smokkeleers. Toen Nederland en België ooit onderhandelden over een ruil van gebied die aan de smokkelarij een einde moest maken, voelden de Lörzers daar niets voor: «Liever Belgisch verken als Hollandsch mensch», zeiden ze, en ze kregen hun zin. In het dorp staat vandaag een beeldje van een echte Baarlese pungelaar, met de smokkelzak op de rug.
3 Wat er spookt waar de grens loopt
De verzamelaar Jacques Sinninghe tekende in 1933 op wat er rond Baarle spookte, en het is geen toeval dat zijn sagen zich juist ophouden waar de gebieden elkaar raken. Bij het Klokven te Reuth, precies op de plek waar Baarle-Nassau grenst aan Baarle onder de hertog, verschijnt de gloeiende scheper: een herder die na zijn dood met vurige schapen over de heide dolen moet. En tussen de beek Bollekensloop en de weg naar Ulicoten, bij de Heihoef, ligt de Klokkenkuil. Daarin zonk ooit een klok weg, die elke kerstnacht in de diepte luidt. Eén keer is ze teruggevonden, maar toen men haar uit de kuil wilde trekken, braken de touwen, en sindsdien zinkt ze steeds dieper.
In de Witte Bergen, de heuvels tussen de Strooiebrug en het dorp, woonden de Witte Vrouwen. En in datzelfde zand rust volgens de overlevering de schatkist van koning Albertus, waarmee wel de aartshertog Albrecht bedoeld zal zijn. Na 1914 kreeg het verhaal een nieuw jasje: nu was het de oorlogskas van koning Albert van België, gevuld met louter gouden munten. De officieren die de schat begroeven, sneuvelden allen door de kogels van de «Duts» eer ze hun koning konden bereiken. De kist ligt er dus nog, diep in het zand tussen de heuvels, aan de goede of de verkeerde kant van een grens die toch niemand helemaal uit het hoofd kent.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


