De Spaanse furie van Naarden
Naarden ligt in het Gooi, tussen Amsterdam en Amersfoort, en is vandaag een van de best bewaarde vestingsteden van Europa: een ster met zes bastions in een dubbele gordel van wallen en grachten. Wie over die wallen loopt, ziet een stadje van nog geen duizend huizen, keurig en stil. Maar de vorm van die ster is geen ornament. Zij is het antwoord op wat hier gebeurde op 1 december 1572, toen Naarden zich overgaf en zijn burgerij daarna in enkele uren werd uitgemoord. Dit is geen legende. Er was een ooggetuige die het heeft opgeschreven.
1 De stad geeft zich over
In augustus 1572 was Naarden in handen van de geuzen gekomen, met steun van een deel van de bevolking. De stad werd verdedigd door nauwelijks honderdtwintig Duitse soldaten onder Jan Kruysbergen en een dertigtal ruiters uit Amersfoort. Hulp uit de omliggende steden bleef uit; de Staatse troepen waren uitgeput en muitten.
Op 28 november verscheen de graaf van Bossu voor de poorten om de stad voor de koning op te eisen. Er werd geschoten, er werd onderhandeld, er werden ijlboden uitgestuurd. Het antwoord dat terugkwam was overal hetzelfde: capituleer, eervol, zolang het nog kan. Ondertussen stond Don Frederik, de zoon van de hertog van Alva, al klaar om het Gooiland binnen te trekken. Hij kwam van Mechelen en van Zutphen, waar zijn leger die herfst al had huisgehouden.
Op 30 november sloot de voorhoede de stad van alle kanten in. Een delegatie van zeven Naarders trok naar het Spaanse kamp bij Laag-Bussum; onder hen Lambertus Hortensius, rector van de Latijnse school. Halverwege de weg naar Bussum troffen zij Julian Romero, aan wie Don Frederik de hele zaak had overgelaten. De Naarders wierpen zich aan zijn voeten en boden hem de sleutels aan. Romero verzekerde hun tot driemaal toe dat burgers en bezetting niets aan lijf of goed zou overkomen. Op schrift zette hij het niet. En niemand van de delegatie vroeg erom.
2 De Gasthuiskerk
Op 1 december reed Romero met achtentwintig soldaten de stad binnen. Schepen Gerrit Pieter Aertszoon, die had onderhandeld, nodigde hen uit voor een feestelijke maaltijd. Achter hen kwamen er vierhonderd, en daarna nog veel meer: de grachten lagen bevroren, de muren waren verlaten. De Naarders onthaalden hen zo goed als zij konden.
Daarna riep Romero de inwoners bijeen in de Gasthuiskerk, het middeleeuwse gebouw dat toen als stadhuis diende. Daar zouden zij de nieuwe eed van trouw aan de koning afleggen. Ongeveer vijfhonderd mensen verzamelden zich binnen. Een priester kwam voor en zei hun dat zij een uur hadden om zich op de dood voor te bereiden. Toen sloegen de deuren open en verschenen de musketiers.
Wat volgde duurde geen uur. In de kerk, in de toren, op straat en in de huizen werd de burgerij gedood; daarna werd de stad in brand gestoken om wie zich verstopt had naar buiten te dwingen. Men telde naderhand ruim achthonderd doden, de slachtoffers onder het puin niet meegerekend. Ongeveer zestig mensen ontkwamen, van wie er twintig op losgeld gespaard bleven. Don Frederik verbood op straffe des doods om vluchtelingen onderdak of voedsel te geven, en gaf bevel dat niemand zonder zijn toestemming begraven mocht worden; negen dagen bleven de lichamen liggen. Vijf dagen na het bloedbad werd burgemeester Maarten Laurentz opgehangen in zijn eigen deur.
3 De getuige en de ster
Onder de weinigen die het overleefden was Hortensius zelf. Hij zag met eigen ogen hoe zijn zoon Augustinus werd vermoord; hij werd mishandeld, maar een oud-leerling, jonkheer Lieven van Weldam, wist te bereiken dat de graaf van Bossu hem liet weghalen. Hortensius vluchtte naar Utrecht, zag zijn stad achter zich branden, en schreef op wat hij had gezien. Zijn Latijnse boek over de opkomst en de ondergang van Naarden werd in 1866 door prof. Peerlkamp in het Nederlands vertaald en is sindsdien de kern van alles wat wij van die dag weten. Eind 1573 keerde hij terug naar een hofstede buiten de stad; hij stierf in 1574 en ligt in de Grote of Sint-Vituskerk, waar zijn grafsteen nog te zien is. Op de veel latere gedenksteen staat een verkeerd sterfjaar.
De stad zelf herstelde sneller dan men zou denken. De Spanjaarden hadden muren en poorten laten slopen en de grachten laten dempen; in december 1573 stond Naarden alweer onder Staats bestuur, in 1574 werd de reformatie ingevoerd, en in 1579 begon de aanleg van nieuwe vestingwerken naar het Oudnederlandse stelsel, met Adriaen Anthonisz als voornaamste ontwerper. De ster die er nu ligt is jonger: na de herovering van 1673 door Willem III ontwierp Adriaan Dortsman, met hulp van Nicolaas Witsen, de dubbele gordel van wallen en grachten die Willem Paen in 1685 voltooide.
En het gebouw waarin het gebeurde staat er nog altijd, midden in de stad.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


