De stichting van Amsterdam
Volgens de Amsterdamse stichtingslegende strandden in 1175 twee Friese vissers, Wolfert en Tijmen, met een zwarte hond op een zandbank in de Amstelmonding. Een storm verdreef hen. De hond bleef op de bank zitten. De vissers bouwden een hut bij hem. Zo begon Amsterdam.
1 De stranding
Wolfert (twintig) en Tijmen (achttien) waren vissers uit Stavoren. Op 14 oktober 1175 werden zij door een Noord-zee-storm afgeslagen, hun visserboot kwam in de Zuiderzee terecht en raakte beschadigd. Zij dreven met één half-werkend zeil naar het westen, zonder kompas, met aleen Wolferts zwarte hond Bruun (vier jaar oud) als gezelschap. Op 15 oktober ’s ochtends strandden zij op een zandbank in de Amstelmonding (waar de Amstel in het IJ stroomt). De boot was kapot.
2 Wat de hond deed
De vissers gingen aan land om hulp te zoeken. Bruun, de hond, ging niet mee. Hij ging op de zandbank zitten en bleef. Wolfert riep hem; geen reactie. Tijmen probeerde; geen reactie. De hond keek naar het westen, naar de Amstelmonding, en zat. Wolfert en Tijmen begrepen na een uur dat Bruun niet zou komen. Zij zagen ook dat de zandbank perfect lag — tussen twee waterstromen, beschermd door duintjes, dichtbij visgronden. Zij besloten te blijven. Zij bouwden in oktober 1175 een hut van wrakhout naast de hond. Andere Friese vissers stranden in de jaren erna ook, sommigen bleven, andere vertrokken. In 1185 stond er een dorp van zeven hutten. In 1275 noemde graaf Floris V het in zijn tolprivilege «Amestelledamme» — dam van de Amstel. In 2026 is het Amsterdam met 880.000 inwoners. Bruun stierf in 1180, zes jaar oud, op de zandbank. Wolfert begroef hem op de plek waar nu het Centraal Station staat. Wolfert stierf in 1218 op zijn drieenzestigste; zijn graf is verloren. Maar het is in Amsterdamse traditie dat ergens onder het Centraal Station nog Bruuns botten liggen, die het echte fundament van de stad zijn.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


