De straatvlinder van Roggel
Truike Coopmans uit Roggel was sinds haar jeugd door iedereen «de straatvlinder» genoemd: zij liep dagelijks vier uur door alle straten van Roggel zonder doel, op zoek naar «wat te zien valt». In 1898 begon zij de schoolkinderen mee te nemen.
1 De wandelingen
Truike begon dit op 12 september 1898, op haar veertigste, na een rouwjaar voor haar moeder. Zij vroeg schoolmeester Lemmens of zij vrijdagmiddagen de oudste klas (twaalfjarigen) mocht meenemen op haar wandeling. Lemmens, die haar al jaren bewonderde, gaf toestemming. De afspraak: vrijdagen van 13 tot 16 uur, vier kinderen per keer (rotation door de hele klas), wandeling door Roggel zonder route, zonder doel, met één opdracht: «Wat ziet de straatvlinder vandaag dat zij gisteren niet heeft gezien?»
2 Wat zij hun leerde
Truike leerde hen niet de natuur, niet de geschiedenis, niet de wiskunde. Zij leerde hen de aandacht. Wanneer een kind zei «Truike, daar is een dakgoot kapot» antwoordde zij «Goed gezien. Vraag je af waarom.» Wanneer een kind zei «Truike, het sneeuwt» antwoordde zij «Goed gezien. Vraag je af welke richting de wind heeft.» In 34 jaar nam zij naar schatting 1.700 schoolkinderen mee. In 1932, op haar vierenzeventigste, stierf zij in haar slaap. Bij haar begrafenis spraken vier oud-leerlingen, drie van hen leraar geworden, één burgemeester van Leudal. Allen zeiden hetzelfde: «Truike heeft mij geleerd dat alles waardig is om te zien als ik het werkelijk zie. Dat is mijn leven geweest.» Op haar grafsteen staat één woord: «Vlinder».
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


