Shield
Terneuzen, Zeeland / Zeeuws-Vlaanderen

De Vliegende Hollander van Terneuzen

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Waar het kanaal van Gent de Westerschelde bereikt, ligt Terneuzen, een stad van sluizen, dokken en zeeschepen die traag als drijvende flatgebouwen voorbijschuiven. Toch dankt de stad haar beroemdste inwoner niet aan de haven van vandaag, maar aan een schip dat nooit ergens aankomt. De Vliegende Hollander, het bekendste spookschip ter wereld, heeft volgens de overlevering zijn thuishaven in Terneuzen, en zijn verdoemde kapitein Willem van der Decken zou er geboren en getogen zijn. Hoe een klein vissershaventje aan de Schelde de thuishaven werd van een schip dat groter was dan zijn hele kade, is een verhaal op zich.

HW HW

1 De vloek bij Kaap de Goede Hoop

Het is paaszondag, ergens in de zeventiende eeuw. Het weer is slecht en de klokken roepen naar de kerk, maar kapitein Willem van der Decken maakt zijn schip zeilklaar. Wie hem waarschuwt dat een christenmens op deze dag niet uitvaart, lacht hij weg. Hij zet koers naar Oost-Indië, om de zuidpunt van Afrika, de route van de grote handelsvaart.

Bij Kaap de Goede Hoop steekt een storm op zoals de oudste matrozen er nog geen hebben meegemaakt. De bemanning smeekt om terug te keren naar de Tafelbaai. Van der Decken weigert. In blinde drift grijpt hij zijn stuurman en gooit hem overboord, en daarbij schreeuwt hij de woorden die zijn vonnis worden: “God of de duivel, de Kaap vaar ik om, al moet ik varen tot het Laatste Oordeel.” De hemel neemt hem op zijn woord.

Sindsdien doolt het spookschip tegen wind en stroom in over de wereldzeeën. Wie De Vliegende Hollander op zijn pad vindt, wacht averij, schipbreuk of erger. Soms zet de kapitein een sloep uit met brieven voor mensen die al eeuwen dood zijn. En in sommige versies mag hij eens in de zeven jaar aan land, op zoek naar een vrouw.

2 Een Engelse pen geeft het spook een thuishaven

Verhalen over spookschepen zijn zo oud als de zeevaart zelf, en tegen het einde van de achttiende eeuw kregen de Engelse versies er een Hollandse kapitein bij, mogelijk een echo van de rivaliteit tussen beide zeevarende naties. In mei 1821 kreeg die kapitein in het Schotse Blackwood’s Edinburgh Magazine voor het eerst zijn naam: Vanderdecken. Over Terneuzen werd toen nog met geen woord gerept.

Dat veranderde met Frederick Marryat (1792-1848), Engels marineofficier en veelgelezen romanschrijver. Zijn roman The Phantom Ship, verschenen als feuilleton vanaf 1837 en als boek in 1839, maakte van het dorpje “Terneuse” de geboorte- en woonplaats van Willem van der Decken. Marryat kende de streek: in 1809 nam hij deel aan de Engelse invasie van de Scheldemonding, en zijn fregat Imperieuse beschoot een kustbatterij in de Margarethapolder bij Terneuzen. Volgens sommige bronnen woonde hij er later zelfs een tijd; de Terneuzense heemkundigen betwijfelen dat en houden het erop dat niemand weet waarom hij juist deze stad uitkoos.

Want geloofwaardig was de keuze allerminst. In de eeuw waarin de sage speelt was Terneuzen een klein vissershaventje. De haven lag op de plaats van de huidige Markt en was zo smal dat ze ’s avonds met een boom werd afgesloten. Een Oost-Indiëvaarder van veertig meter kon er onmogelijk thuishoren; pas na het graven van het kanaal naar Gent, tussen 1825 en 1827, werd Terneuzen werkelijk een havenstad.

3 De stad die haar spookkapitein omarmde

Terneuzen had zijn spook kunnen wegwuiven als Engelse laster; vleiend is het verhaal over een goddeloze kapitein uit de Republiek immers niet. De stad deed het omgekeerde. In 1935 wakkerde uitgever Arie Littooij de belangstelling aan met een boekje over de sage. Panden in de Noordstraat en aan de Havenstraat werden aangewezen als geboortehuis en woonhuis van de kapitein, en rond 1930 wist men nog te vertellen dat het in dat geboortehuis spookte.

Vanaf de jaren zestig verscheen Van der Decken in levenden lijve, als verklede spookkapitein op markten en braderieën. In 1971 werd de Stichting De Vliegende Hollander opgericht, en op 11 mei 1972 onthulde de stad het monument van kunstenaar Piet Griep: de masten van het verzonken schip, oprijzend uit het water tussen Herengracht en Rosegracht. Tjaard de Haan schreef er een lied bij, gezongen door Marie-Cécile van Moerdijk. Bij vierhonderd jaar stadsrechten, in 1984, kreeg Terneuzen officieel de slogan stad van de Vliegende Hollander.

Sinds 2005 klinkt er jaarlijks een shantyfestival met de naam van het schip, en in 2006 voer Wagners opera Der fliegende Holländer de haven binnen, uitgevoerd op het Zeeland Nazomerfestival. Intussen zeilt het spookschip verder, van de Efteling tot Hollywood. Maar zijn thuishaven, daar twijfelt in Terneuzen niemand aan, ligt aan de Westerschelde.

Bron: Zeeuwse Ankers («De Vliegende Hollander in Terneuzen»), Encyclopedie van Zeeland (lemma De Vliegende Hollander, J.C. Dekker en Johan Francke), Heemkundige Vereniging Terneuzen (Edwin Hamelink) en Frederick Marryat, The Phantom Ship (1837-1839).
Wist je dat? In de eeuw waarin de sage speelt lag de haven van Terneuzen op de plaats van de huidige Markt en was ze zo klein dat ze ’s avonds met een boom werd afgesloten; een Oost-Indiëvaarder kan er nooit zijn thuishaven hebben gehad. Toch wijzen Terneuzenaren tot vandaag echte panden aan als geboortehuis en woonhuis van Van der Decken, en volgens de heemkundigen is de naam misschien zelfs een vertaalfout: het Engelse Flying Dutchman kan ook de vluchtende Hollander betekenen.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard