Shield
Ravenstein, Noord-Brabant / Maasland

De zwartmakers van Ravenstein

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Ravenstein is klein: het historische stadje beslaat nog geen dertig hectare, geklemd tussen de Maasdijk en zijn eigen grachten. Toch was het eeuwenlang de hoofdplaats van een heel land. Het Land van Ravenstein hoorde niet bij Brabant en niet bij de Republiek; het had zijn eigen heer, zijn eigen gerecht en zijn eigen galgenveld. In zo’n smal, vrij gebied kon iemand zich verbazend lang schuilhouden — en dat deed in de zeventiende eeuw een man van wie het volk zeker wist dat hij een verbond met de duivel had gesloten: Kobus van der Schlossen, hoofdman van de zwartmakers.

HW HW

1 De raaf op de steen

De stad begon als een tolpost. In 1360 liet Walraven van Valkenburg, leenman van de hertog van Brabant, zijn kasteel bij Herpen afbreken en aan de oever van de Maas een nieuwe burcht bouwen, waar hij eenvoudiger tol kon heffen op het verkeer over de rivier. De hertog belegerde dat slot in 1364 tevergeefs. In 1380 verleende Reinout van Valkenburg, een halfbroer van Walraven, aan de nederzetting die eromheen was gegroeid stadsrechten.

Waar de naam vandaan komt, is nooit uitgemaakt. Het toeristisch informatiecentrum houdt het op rave, gracht, en stein, een adellijk stenen huis; anderen horen er gewoon de voornaam van de stichter in. De heraldiek koos een derde weg en maakte er een plaatje van. Toen de Hoge Raad van Adel het gemeentewapen op 16 juli 1817 bevestigde, luidde het blazoen: van zilver, beladen met een raav van sabel, staande op een steen van lazuur. Een sprekend wapen dus — raaf plus steen. Op het oudste stadszegel zat de vogel er al op, op twee ronde stenen, naast het schildje van Filips van Kleef.

De buurdorpen hebben dat plaatje overgenomen als scheldwoord. In zijn verzameling volksverhalen uit Noord-Brabant noteerde Willem de Blécourt onder het kopje Ravenstein één droog woord als spotnaam voor de inwoners: raven.

2 De zwarte bende in de bossen van Slabroek

Het Land van Ravenstein was een lappendeken van dorpen langs de Maas en op de heide, met twee hoofdplaatsen: Ravenstein zelf en Uden. Het maakte bestuurlijk noch territoriaal deel uit van het hertogdom Brabant en kon daardoor na 1648 zelfstandig blijven, terwijl de aangrenzende Meierij van ’s-Hertogenbosch Staats werd. Vanaf 1630 was het in handen van het katholieke huis Palts-Neuburg. De godsdienstvrijheid keerde terug, kloosterorden die uit de Republiek waren gevlucht vonden er onderdak, en katholieken van over de grens kwamen er de mis bijwonen.

Zo’n gebied heeft ook een keerzijde: een grens die overal dichtbij ligt en een rechtsmacht die ergens ophoudt. In de tweede helft van de zeventiende eeuw maakte een bende oud-soldaten het Land onveilig. Zij heetten de zwartmakers, omdat zij hun gezicht met roet zwart maakten voordat zij op rooftocht gingen. Hun hoofdman was Jacobus van der Schlossen, in de volksmond Kobus. De bende hield zich schuil in de uitgestrekte bossen van Slabroek bij Uden, in wat vandaag de Maashorst heet.

Wat de rechtsdienaren ook probeerden, Kobus glipte hun telkens door de vingers, en iedereen wist waarom: hij had een pact met de duivel gesloten. Toen zij hem op een dag bijna te pakken hadden, sprong hij met een plons in een ven en veranderde voor hun ogen in een bos biezen. Het water borrelde — brobbelde — nog na. Die plek in de Maashorst heet nog altijd de Brobbelbies.

3 Drie maanden in de kerker

Ook de stad zelf komt in de verhalen voor. Op een nacht brak Kobus in Ravenstein in bij een rijk huis. Er begon een hond te blaffen, mensen kwamen de straat op, en op de kinderkopjes schoot de vluchtende rover niet op. Toen zag hij een kar met meelzakken voorbijrijden en sprong er achterop. Bij de stadspoort werd de kar doorzocht, maar niemand zag hem: hij had zichzelf in een meelzak veranderd. In Huisseling, vertelt men daar, veranderde hij zich in een knotwilg, waartegen de veldwachter kwam staan plassen — Kobus hield er natte voeten aan over.

De werkelijkheid was harder. Van der Schlossen werd gegrepen en zat drie maanden in de kerker van Ravenstein, waar pastoor Marquerink hem naar verluidt nog tot inkeer bracht. In juli 1695 werd hij terechtgesteld. De taken en de lasten van die executie werden over het hele Land verdeeld: de vijf Maasdorpen moesten het vervoer van de veroordeelde naar de gerechtsplaats verzorgen. Over de plek zelf lopen de lezingen uiteen — het galgenveld bij Elft op de grens met Escharen, of de markt van Ravenstein.

Op het schavot zou hij het toegestroomde volk twee raadgevingen hebben nagelaten. Stuur je kinderen nooit zonder geld naar markt of kermis, want zo heb ik zelf het stelen geleerd. En: houd een hond, want de honden hebben mij ’s nachts het vaakst verjaagd.

Bron: Nederlandse Volksverhalenbank (Meertens Instituut): BLECOURTNB0567 «7. Ravenstein» — spotnaam «Raven», uit Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord-Brabant (Het Spectrum, 1980, p. 243) — en INZ00032 «De Brobbelbies», INZ00033 «Een ontsnapping uit Ravenstein» en FAB068 (Brabants Dagblad, 5 september 2006). Verder: BHIC, «Kobus van der Slossen en het pact met de duivel», naar Reggie Naus, Zwartmakerij in het Land van Ravenstein. De geschiedenis van Jacobus van der Schlossen (2006); huisseling.nl (Geschiedenis); nl.wikipedia (Ravenstein (stad), Land van Ravenstein, Wapen van Ravenstein); Stichting Vestingwerken Ravenstein en Toeristisch Informatiecentrum Ravenstein; Omroep Brabant (27 juli 2025) over de stadsbrand van 1606.
Wist je dat? De stadsbrand van 1606 legde Ravenstein in de as; het huis aan de Kolonel Wilsstraat 13 werd al in 1607 herbouwd en staat er nog. De barokke Sint-Luciakerk van 1735 is betaald uit de opbrengsten van de Ravensteinse Loterij en geldt als de enige Nederlandse kerk in die stijl buiten de provincie Limburg. Van de vesting resteren twee van de drie poorten, de stadsgrachten, een bolwerk, een ravelijn, twee hoornwerken en twee rondelen uit 1522-1526, die pas in 1997 bij dijkverzwaringswerkzaamheden werden teruggevonden en in 1999 weer zijn opgemetseld.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard