De draak op het Belfort
Hoog boven Gent, op de top van het Belfort, zit een draak. Niet van vlees en bloed, maar van koper en goud, met geopende bek en gespreide vleugels. Al sinds 1377 bewaakt hij de stad — maar waar kwam hij vandaan?
1 De reis
De legende begint ver van Gent, ver van Vlaanderen, aan de oevers van de Bosporus. In Constantinopel, zo vertelt het verhaal, hing een gouden draak op de koepel van de Hagia Sophia — oorlogsbuit of geschenk, niemand weet het precies. Maar toen graaf Boudewijn IX van Vlaanderen in 1204 op kruistocht trok en Constantinopel veroverde, nam hij de draak mee naar huis.
Wat er daarna met het beest gebeurde, vertellen de bronnen verschillend. Volgens sommigen schonk Boudewijn de draak aan het stadje Biervliet als beloning voor trouwe dienst. Anderen zeggen dat de draak rechtstreeks naar Brugge ging, waar hij tweehonderd jaar lang op een kerktoren prijkte als symbool van macht en rijkdom.
2 De verovering
In 1382 trok Gent ten strijde tegen Brugge bij de slag van Beverhoutsveld. De Gentenaren, aangevoerd door Filips van Artevelde, versloegen de Bruggelingen en plunderden de stad. En te midden van de buit, tussen de zilveren schalen en de fluwelen gordijnen, vonden zij de draak — glanzend, dreigend en prachtig.
De draak werd in triomf naar Gent gebracht en op de hoogste plek van de stad geplaatst: de top van het Belfort, de toren die de stadsvrijheden bewaakte. Want in het Belfort lag de geheime kamer waar de stadskeuren werden bewaard, de documenten die de vrijheid van Gent garandeerden. En wat beter om die vrijheid te bewaken dan een draak die al in Constantinopel had gewaakt, al in Brugge had gewaakt, en nu voor Gent zou waken?
3 De wachter
De draak zit er nog altijd. Niet meer de oorspronkelijke — die is allang vergaan door wind en tijd — maar zijn opvolger, en de opvolger van zijn opvolger. De huidige draak, de derde, werd in 1980 gesmeed door metaalbedrijf Aelbrecht-Maes en is een beest van formaat: drie meter vijfenvijftig lang, vierhonderdvijfenvijftig kilo zwaar, met een vergulde huid die bij zonsondergang gloeit alsof hij vanbinnen brandt.
Bij bijzondere gelegenheden werd de draak omringd door gloeiende kolen, zodat het leek alsof hij vuur spuwde — een vuurspuwende wachter boven een stad die zich nooit liet temmen. In 2018, tijdens de Gentse Feesten, spuwde de draak opnieuw vuur, voor het eerst in bijna tweehonderd jaar.
Wie vandaag over de Korenmarkt wandelt en omhoog kijkt, ziet hem zitten: stil, geduldig, met die eeuwig geopende bek. Hij bewaakt nog altijd de vrijheden van Gent, zoals hij ooit de schatten van Constantinopel bewaakte en de trots van Brugge. En wie goed luistert, op een stille avond als de wind door de klokken van het Belfort blaast, hoort misschien het zachte geruis van koperen vleugels die zich nooit zullen vouwen.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging Steden, gilden en poorters
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


