Shield
Vinkt, Oost-Vlaanderen

De Grijmkater

Tier 0+ - Publiek 3 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Op de grens van Vinkt en Aarsele, waar het land lager wordt en het water dichtbij de oppervlakte komt, lag een poel die ze de Grijmput noemden. Het was geen plek waar je naartoe ging. Niet omdat er een verbod op stond, maar omdat iedereen die er geweest was terugkwam met hetzelfde verhaal: iets in dat water, of vlak erboven, was niet goed. En rond middernacht, als de bossen rondom de put het donkerst waren, hoorde je het — een geluid dat geen mens en geen gewoon dier kon maken.

HW HW

1 De Grijmput

De Grijmput was een donkere, stille waterplas, omringd door bomen die zo dicht stonden dat het zonlicht er amper doordrong. Aan de ene kant lag het Vennebos, een oud bos dat al eeuwen bestond en waarvan de bomen knoestig en scheefgegroeid waren alsof ze iets probeerden te ontwijken. Aan de andere kant strekte het Rotbos zich uit naar het oosten, en ten westen en zuiden lag het Balduinsaktenbos — een naam die al duister klonk nog voor je er een voet had gezet.

Tussen deze bossen, in het dal waar de beek de laagste grond zocht, lag de put. Overdag was het er stil — een onnatuurlijke stilte, vonden de boeren, want zelfs de vogels zongen er niet. Maar ’s nachts veranderde de stilte in iets anders. Rond middernacht begon het: een geluid dat opsteeg uit de poel of uit de aarde eronder, een gebrul zo laag en zo luid dat het de bewoners van het Goed Ter Borcht — het dichtstbijzijnde huis van stand — uit hun slaap schrok.

2 Het beest in het donker

De mensen noemden het de Grijmkater — een kater, ja, maar niet zoals een gewone kater. Wie hem zag, en dat waren er weinig want de meesten vluchtten voor ze goed en wel hadden gekeken, beschreef een beest zo groot als een hond, pikzwart, met ogen die gloeiden als gesmolten goud. Zijn gebrul was geen gemiauw — het was een janken, een huilen, een geluid dat door je ribben sneed en je het gevoel gaf dat de grond onder je voeten niet langer te vertrouwen was.

Hij verscheen altijd bij de put, nooit ergens anders. Soms zat hij op de oever, kaarsrecht, als een schildwacht die over iets waakte wat beter verborgen bleef. Soms liep hij in cirkels rond het water, zijn staart laag, zijn kop naar de grond alsof hij luisterde naar stemmen die alleen hij kon horen. En soms, op de donkerste nachten, klonk zijn gebrul zo ver dat ze het in het centrum van Vinkt konden horen — een geluid dat moeders hun kinderen deed vasthouden en mannen de deur op slot deed draaien.

De ouderen wisten: dit was geen kat. Dit was iets dat de vorm van een kat had aangenomen, iets uit de bossen, uit de tijd dat de bomen nog ouder en de nachten nog langer waren.

3 Het verdwijnen

Het verhaal vertelt dat de Grijmkater verdween toen de bossen werden gekapt. Eerst het Balduinsaktenbos, dan het Rotbos, stuk voor stuk geveld voor landbouwgrond en brandhout. Met elk bos dat viel, werd de nacht rond de Grijmput een beetje stiller. En toen het laatste stuk oud woud was verdwenen en het zonlicht voor het eerst in eeuwen de put bereikte, was het beest er niet meer.

Althans, dat zeiden ze. De boeren die de grond bewerkten waar ooit het bos had gestaan, merkten op dat er in de buurt van de Grijmput nog altijd katten rondzwierven — niet één of twee, maar tientallen, groepjes verwilderde beesten die tussen het riet en de struiken leefden alsof ze op iets wachtten. Niemand wist waar ze vandaan kwamen. Niemand kon ze vangen. En ’s nachts, als de wind de goede kant op stond, hoorde je soms nog iets — niet het gebrul van vroeger, maar een zacht gehuil, ver weg, alsof het beest niet verdwenen was maar alleen dieper was weggezonken, onder de grond, onder het water, wachtend tot de bossen terugkwamen.

Bron: Vlaamse Volksverhalenbank (VVB), Vinkt
Wist je dat? Vinkt behoort sinds de gemeentefusie van 1977 tot Deinze. Het Museum van Deinze en de Leiestreek (MUDEL) toont werken van de Latemse School, waaronder Emile Claus en Gustave De Smet.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard