De Zielebrug van Zukerke
Tussen de vaarten van Wenduine en Brugge-Oostende, vlakbij het dorp Zukerke, lag een klein bruggetje dat door de dorpelingen met eerbied werd genoemd: de Zielebrug. Niet omdat het een heilige plaats was, maar omdat daar iets gebeurde wat niemand kon verklaren.
1 De vrek en zijn dood
In het dorp Zukerke woonde een boer van wie men zei dat hij één van de schraapstanden der hele regio was. Jaar in, jaar uit scantte hij alles, gaf niets, maakte niemand gelukkig. Hij hield van geld en van niets anders. De dorpelingen vervloekten hem. “Die ellendeling zal niet eens in de hemel komen,” zeiden ze. “De duivel zal hem in pezen nemen.” Maar de vrek scheen zich niets aan te trekken van de verwensingen. Hij bleef sparen, sparen, sparen. Zijn gezicht werd grijs, zijn lijf verschrompelde, zijn ogen groeven zich dieper weg in hun kassen. Iedereen wist dat hij niet lang meer zou leven. En inderdaad, op een regenachtige novemberavond, stierf hij. Zijn ziel verliet zijn lichaam, maar waar ging het heen?
2 De huifkar en de Zielebrug
De uitvaart werd georganiseerd, want ook een vrek verdient een begrafenis. Men legde hem in een doodskist en zette die op een witte huifkar, zoals de traditie was. De lange stoet wagens reed langzaam naar het kerkhof. Ter hoogte van Zukerke, waar het bruggetje over de vaart liep, gebeurde iets verschrikkelings. De bestuurder van de huifkar verloor even zijn concentratie. Of misschien was het de duivel zelf die zijn hand eraan had? Hoe het ook zij, het wieltje van de kar raakte een stenen muurtje van de brug. De kar schommelde, wiebelde en kantelde. Met een luid gekraak stukken de houten zijkanten van de kar open. De doodskist kantelde en viel rechtstreeks het donkere water in. Gedurende momenten bleef iedereen bevrozen van schrik staan. Toen kwam de eerste man uit zijn verdoving. “Naar beneden!” riep hij. Mannen sprongen in het water, duikten diep, zochten in de modder. Maar de kist was verdwenen. De rivier had hem opgeslokt, of de bodem had hem verzwolgen. Ze vonden niets.
3 Het borrelende water en de verloren ziel
Vanaf die dag zagen de dorpelingen iets vreemds bij de Zielebrug. Zeker, op rustige nachten, wanneer het water normaal zou moeten zijn, begon het water naast het bruggetje te borrelen. Niet als een natuurlijke bron, nee, maar als iets dat ademde, iets dat worstelde, iets dat schreeuwde in de duisternis. Oude vrouwen zeiden dat het de ziel van de vrek was, die geen rust kon vinden omdat zijn lichaam niet op de begrafplaats van het dorp rustte. Zijn ziel dwaalde rond, voortdurend zoekend naar verlossing. Sommigen zeiden dat zij soms, op erg donkere nachten, de stem van de vrek hoorden uit het water roepen: “Mijn geld! Mijn geld! Geef me mijn geld terug!” Want zelfs na zijn dood kon hij niet los van zijn geldverzameling. De Zielebrug werd gevreesd. Reizigers vermeden het bruggetje in het donker. Priesters kwamen regelmatig om te bidden, hopend de gekwelde ziel naar het hiernamaals zou gaan. Maar het water bleef borrelen. Tot op de dag van vandaag, zeggen de dorpelingen, borrelt het water naast de Zielebrug wanneer de nacht donker genoeg is. En wie goed luistert, kan misschien nog altijd de treurnis horen van een ziel die geen rust zal vinden, omdat hij geen waarheid kende dan die van zijn geld.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging Water, dijken en de zee
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


