Shield
Trois-Ponts, Luik

De heuvel der gebroken harten

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In de heuvels rond Trois-Ponts, waar de Amblève en de Salm samenvloeien, leefden ooit de sottais — kleine wezens met handen als eekhoorns en ogen als gloeiende kolen. Ze woonden in de rotsspleten en holle bomen, onzichtbaar voor de meeste mensen. Maar één van hen, Glawenn genaamd, was de laatste die nog niet was vertrokken naar de diepe wouden. En hij bleef om een reden die geen van zijn broeders ooit zou begrijpen.

HW HW

1 De laatste sottai

Glawenn was oud, al wist niemand hoeveel eeuwen hij telde. De andere sottais waren één voor één vertrokken — naar de Hoge Venen, naar de grotten voorbij de Ourthe, naar plekken waar geen mens nog kwam. Maar Glawenn bleef. Elke ochtend klom hij op de rots boven het dal en keek hij naar het dorp beneden, naar het huis met de rode luiken waar een meisje genaamd Garite de was deed in de rivier.

Hij had haar zien opgroeien, van kind tot jonge vrouw. Ze had hem nooit gezien — sottais konden zich onzichtbaar maken als ze dat wilden — maar hij kende elk gebaar dat ze maakte, elke lach die ze liet horen wanneer de wind over het water speelde. Het was een liefde die geen naam had, want ze hoorde bij twee werelden die niet bij elkaar pasten.

Op een herfstochtend zag Glawenn dat Garite niet meer alleen naar de rivier kwam. Een jonge boer genaamd Thomas liep naast haar, en ze lachte op een manier die Glawenn nooit eerder had gehoord. Het was de lach van iemand die bemind werd.

2 De vloek op het land

Garite en Thomas trouwden bij het aanbreken van de winter. Ze betrokken een kleine boerderij op de helling boven de Amblève. Het eerste jaar bloeiden de velden en het vee was gezond. Maar in het tweede jaar begon het onheil. De oogst verschrompelde op het veld, het water in de put werd bitter en ’s nachts klonk er gehuil vanuit het bos dat geen wolf kon zijn.

Thomas vond op een ochtend een kring van verschroeide aarde rond zijn schuur. In het midden lag een steen met een teken dat hij niet kende — maar dat Glawenn, die vanuit de boomkruinen toekeek, onmiddellijk herkende. Het was het merkteken van een duivel, een lagere demon die zich voedde met de angst van boeren en hun land vergiftigde.

Die nacht deed Glawenn wat geen sottai ooit had gedaan: hij liet zich zien aan een mens. Thomas schrok zich lam toen het kleine wezen uit de struiken stapte, niet groter dan een kind van zes, maar met ogen die gloeiden als smeulende houtskool. Glawenn sprak met een stem als krakend ijs en legde Thomas uit wat er moest gebeuren. Samen zouden ze de duivel uitdagen — de sottai met zijn oude magie, de boer met zijn moed.

3 Het gebroken hart

De volgende nacht wachtten ze bij de verschroeide kring. De demon verscheen bij middernacht — een gedaante van rook en schaduw met horens als boomwortels. Hij lachte toen hij de boer zag, maar zijn lach stierf weg toen Glawenn tevoorschijn kwam. De sottai daagde de demon uit tot drie proeven: een proef van vuur, een proef van water en een proef van woorden.

Bij de eerste proef blies de demon vlammen over het veld, maar Glawenn zong een lied zo oud als de rotsen zelf en de vlammen doofden. Bij de tweede proef liet de demon de Amblève buiten haar oevers treden, maar Glawenn stampte driemaal op de grond en het water trok zich terug. Bij de derde proef moest de demon zijn ware naam noemen — en geen demon kan liegen over zijn naam wanneer een sottai ernaar vraagt. Toen de naam werd uitgesproken, verdween de gedaante met een schreeuw die de bomen deed trillen.

De vloek was gebroken, maar Glawenn betaalde de prijs. De oude magie had het laatste van zijn kracht opgebruikt. Hij keek nog één keer naar het huis met de rode luiken, waar Garite sliep zonder te weten wat er was gebeurd. Toen klom hij de heuvel op, de steile helling die uitkeek over het dal, en sprong. Waar hij viel, groeide de volgende lente een meidoorn die nooit meer zou bloeien. De mensen noemden de heuvel sindsdien de Thier des Cœurs fendus — de heuvel der gebroken harten.

Bron: Waalse volksoverlevering, Amblèvedal
Wist je dat? De sottais zijn kleine feeënwezens uit de Waalse folklore, verwant aan de nutons maar wilder en eenzamer. Volgens de overlevering verdwenen ze uit de Ardennen toen de mensen de oude bossen begonnen te kappen.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard