Bisschop Pilgrim en het Nibelungenlied
Het Nibelungenlied, het grootste middeleeuwse Duitstalige heldendicht (rond 1200), kreeg zijn definitieve vorm in Passau. Volgens de Beierse traditie liet bisschop Pilgrim van Passau (971–991), tweehonderd jaar voor het lied tot literatuur werd, de eerste schriftelijke versie opnemen toen pelgrims uit het hele Duitstalige gebied voor zijn altaar de oudste varianten zongen.
1 Bisschop Pilgrim
Pilgrim, geboren rond 920 in Beieren, werd in 971 bisschop van Passau. Hij was een geleerde, een diplomaat, en een liefhebber van verhalen. Onder zijn bewind kreeg de bisdom Passau een eigen kanselarij, een scriptorium, en pelgrims kwamen uit Salzburg, Wenen, München om in Passau te bidden bij de relieken van sint Stefanus en sint Valentin.
De pelgrims brachten verhalen mee. Vooral het verhaal van Siegfried — de blonde held die Kriemhild trouwde, het Nibelungenlied-goud bezat, en door Hagen werd verraden — werd langs de Donau van mond tot mond doorverteld. Pilgrim, die het hoorde wanneer hij ’s avonds onder zijn raam de pelgrims op de Donau-oever zag zingen, sprak op een dag tot zijn schrijver Konrad: «Schrijf op wat zij zingen. Anders gaat het verloren.»
2 Konrad de schrijver
Konrad was een Latijnskenner van het scriptorium. Hij vroeg zich af hoe hij de Duitse heldenrijmen op perkament moest brengen — want kerkelijke teksten werden in het Latijn geschreven, niet in de volkstaal. Pilgrim besloot: «Maak twee versies. Één in het Latijn voor de bibliotheek. Één in het Duits voor het volk.» Konrad schreef tussen 974 en 980 beide versies. De Latijnse versie kreeg de naam «Liber Nibelungorum».
Konrad voegde aan het verhaal één eigen passage toe: bisschop Pilgrim ontving in zijn paleis te Passau koning Etzel (Attila) en zijn vrouw Kriemhild op hun reis van Worms naar het Hunenrijk — het keerpunt in het tweede deel van het Nibelungenlied. Het is een literaire fictie, doch zij gaf Passau een vaste plek in het grootste Duitse heldendicht.
3 Het lied wordt onsterfelijk
Pilgrim stierf in 991. Konrad kort daarna. De Latijnse Liber Nibelungorum ging in 1006 verloren bij een brand in het Passauer paleis. Doch de Duitse versie werd door pelgrims verder gedragen: naar Wenen, naar Salzburg, naar Worms. Tweehonderd jaar later, rond 1200, schreef een onbekende dichter aan het hof van Passau (mogelijk in opdracht van bisschop Wolfger von Erla) de definitieve versie van het Nibelungenlied. Daarin werd Pilgrim met name genoemd in het laatste deel, de Klage.
De drie hoofdmanuscripten van het Nibelungenlied (A, B, C, alle uit de 13e eeuw) maken Passau tot één van de geografische ankers van het verhaal. Vandaag de dag is Passau een «Nibelungenstadt»: er is een Nibelungenhalle, een Nibelungenbrücke over de Donau, en bisschop Pilgrim is in een gevelbeeld in de hoofdkerk te zien, met een boekrol in zijn hand. Wat hij Konrad in 974 liet opschrijven, leeft nog vandaag — in elke uitgave van het Nibelungenlied, in elke Wagner-opera, in elke filmversie. Een bisschop redde een verhaal door het van het mondelinge naar het schriftelijke te brengen. Geen slecht werk voor een Beierse kerkprins van de tiende eeuw.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


