Vrouw Holle
Een vlijtig meisje laat haar spoel in de put vallen en springt erachteraan. Ze komt in een andere wereld en dient daar Vrouw Holle, wier veren bedden ze zo goed uitschudt dat het op aarde sneeuwt. Bij haar vertrek wordt ze met goud overgoten. Haar luie stiefzuster probeert hetzelfde en komt met pek terug.
1 De put en de andere wereld
Een weduwe had twee dochters: haar eigen, die lelijk en lui was, en een stiefdochter die mooi en vlijtig was. De stiefdochter moest al het werk doen en elke dag bij de put zitten spinnen tot haar vingers bloedden.
Op een dag viel de spoel, bebloed als hij was, in het water. De stiefmoeder beval haar hem te halen. Het meisje sprong in de put, verloor het bewustzijn, en toen ze bijkwam lag ze op een weide in de zon, met duizenden bloemen om zich heen.
Ze liep die wereld in. Een oven riep haar: haal het brood eruit, het verbrandt. Ze haalde het eruit. Een appelboom riep: schud mij, mijn appels zijn rijp. Ze schudde hem. Zo kwam ze bij een huisje waar een oude vrouw uit het venster keek met zulke grote tanden dat het meisje wilde vluchten.
2 Het opschudden van de bedden
Maar de oude riep haar vriendelijk terug. Ze heette Vrouw Holle, en ze bood haar dienst aan: als het meisje het huishouden goed deed, zou het haar goed gaan. Vooral moest ze de bedden flink opschudden, zodat de veren vlogen; dan sneeuwde het op aarde.
Het meisje deed het werk grondig en had het goed. Toch werd ze na een tijd zwaarmoedig, en ze begreep zelf dat het heimwee was. Ze zei het eerlijk. Vrouw Holle nam het haar niet kwalijk, prees haar en bracht haar naar een grote poort. Toen die openging viel er een regen van goud over haar heen, en het goud bleef aan haar kleven. Ook haar spoel kreeg ze terug. De poort sloot, en ze stond weer boven bij het huis van haar moeder. De haan op de put riep: kukeleku, onze gouden jonkvrouw is er weer.
De stiefmoeder wilde hetzelfde geluk voor haar eigen dochter. Die stak zich met opzet in de vinger, wierp de spoel in de put en sprong erachteraan. Maar zij liet het brood in de oven verbranden, liet de appels aan de boom, en deed bij Vrouw Holle het werk elke dag slordiger, tot ze de bedden helemaal niet meer opschudde. Toen ze wegging, ging dezelfde poort open, maar in plaats van goud viel er een ketel pek over haar heen. Dat pek bleef haar leven lang aan haar zitten. De haan riep: kukeleku, onze vuile jonkvrouw is er weer.
Er is een ding aan dit sprookje dat het van alle andere onderscheidt: het beloont geen schoonheid, geen slimheid en geen geluk, maar iemand die haar werk grondig doet en die eerlijk zegt dat ze naar huis wil. Dat is een tamelijk Hessische moraal.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


