De Muizentoren van Bingen
In een hongerjaar liet aartsbisschop Hatto van Mainz de klagende armen in een schuur drijven en de schuur in brand steken. Hun geschreeuw noemde hij het piepen van muizen. Nog diezelfde nacht kwamen de muizen. Ze volgden hem overal, tot in de toren die hij midden in de Rijn bij Bingen liet bouwen, en daar aten ze hem op.
1 Het hongerjaar
De oogst was mislukt, en niet voor het eerst. Wie graan had, had macht, en aartsbisschop Hatto van Mainz had graan. Zijn schuren stonden vol terwijl in de dorpen langs de Rijn de mensen gras kookten en de kinderen opzwollen van de honger.
De armen trokken naar zijn poort. Ze vroegen niet om een gift, ze vroegen om verkoop tegen een prijs die te betalen viel. Hatto liet hen wachten. De menigte groeide, want honger is een goede boodschapper, en na enkele dagen stonden er honderden voor zijn residentie te schreeuwen.
Toen liet Hatto weten dat hij zou uitdelen. Iedereen die brood wilde moest zich verzamelen in een grote lege schuur buiten de stad. De mensen gingen erin, dankbaar, en verdrongen elkaar in de deuropening.
2 Het piepen van de muizen
Hatto liet de deuren grendelen en de schuur in brand steken. Wat er daarna te horen was, zeggen alle versies hetzelfde, keerde hij om tot een grap. Hij zei tegen zijn gevolg: hoort ze eens piepen, de korenmuizen.
Dat woord was zijn vonnis. Diezelfde nacht kwamen de muizen uit de as van de schuur, uit de velden, uit de kelders van de stad. Ze liepen niet weg voor mensen, ze liepen op hem af. Ze vraten zijn voorraden, zijn wandtapijten, zijn kleren, en zijn naam uit het houten wapenbord boven de haard, letter voor letter.
Hatto vluchtte. Hij trok van burcht naar burcht, en overal kwamen ze achter hem aan, een grijze stroom die de Rijn afzakte zoals hij zelf.
3 De toren in de rivier
Toen bedacht hij zijn laatste toevlucht. Bij Bingen ligt een eiland van rots midden in de stroom, op het gevaarlijkste punt van de rivier, waar het water door het Binger Loch schiet. Daar liet hij een toren bouwen, met de rivier als gracht. Geen muis, dacht hij, zwemt de Rijn over.
Hij vergiste zich. In de nacht kwam het water tot leven. De muizen zwommen, duizenden tegelijk, verdronken bij duizenden en kwamen toch aan. Ze klommen langs de muren, door de schietgaten, onder de deur door. Ze vonden hem boven in de toren en lieten niets van hem over.
Zo vertelt men het in Bingen, en de toren staat er nog: een smal wit gebouw op zijn rots, dat sinds de negentiende eeuw vooral dienst deed als seinpost voor de scheepvaart. Wie de naam nuchter bekijkt, ziet iets anders. Mautturm heette hij, tolltoren, want hier moest elk schip betalen voor de doorvaart. Van Maut naar Maeuse is een klein verschil in klank en een groot verschil in verhaal. De boeren die de tol betaalden, hadden misschien hun eigen redenen om te vertellen dat de heer van de toren door ongedierte werd opgegeten.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


