De zoutziederij van Rosenheim
De zoutziederij van Rosenheim, in bedrijf van 1810 tot 1958, ontving zout via de oude pijp uit Reichenhall. De zoutdamp in de ziedhuizen was zo dik dat men de hand voor de ogen amper zag. In 1820 zag arbeider Sepp Bichler in de damp een gezicht dat hij uit zijn dorp kende — van een tien jaar eerder verdronken broer.
1 De zoutdamp
Sepp Bichler werkte aan de ziedpan. De pekel kookte; de damp steeg. Sepp roerde met de lange roerstok. In de dikke damp voor zijn gezicht zag hij ineens een ander gezicht. Hij herkende: zijn broer Hans, in 1810 in de Mangfall verdronken bij een vlot-ongeluk, lichaam nooit gevonden.
2 Wat Hans zei
Hans sprak. Sepp hoorde hem niet met zijn oren; hij hoorde hem in zijn borst. Hans zei: «Sepp, ik ben niet in de Mangfall. Ik ben in de pekel, want de pekel komt uit Berchtesgaden en Berchtesgaden is met de Beierse Zee verbonden en die met alle wateren. Ik groet je. Ik ben niet treurig. Zeg moeder dat ik de Mangfall draag.»
3 De moeder
Sepp ging die avond naar zijn moeder. Hij vertelde alles. De moeder, sinds 1810 droevig, ademde voor het eerst sinds toen rustig in. Zij zei: «Ik wist dat hij niet weg was. Ik kon het niet bewijzen. Jij hebt het bewezen. Dank je.»
Sepp werkte nog dertig jaar aan de zoutziederij. Hij zag Hans nooit meer. Hij wist: elke zoutdamp, elk borrelend water, elke bron, elke put is met alle andere verbonden. Wie weet waar hij moet zoeken, ziet. Sepp leerde het andere arbeiders. Zij leerden het door. Tot 1958, toen de ziederij sloot, was het mond-op-mond-traditie: wie een verloren bloedverwant in de pekel zoekt, kan hem in de pan treffen, mits hij er recht op heeft. Sepps borstnotitie staat in het zoutarchief: «Hans was hier. Ik ook.»
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


