Shield
Blaubeuren, Schwäbische Alb

De schone Lau van de Blautopf

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In Blaubeuren, aan de voet van de Schwäbische Alb, ontspringt een diepe blauwe karstbron: de Blautopf. In het diepste van die put, zo vertelt de oude sage, woonde de schone Lau, een halfgodin van het water. Eduard Mörike maakte haar onsterfelijk in zijn novelle van 1853. Zij is een van de bekendste figuren uit het Schwabische sagenboek.

HW HW

1 De waternimf in de blauwe put

In de diepte van de Blautopf woonde de schone Lau, een halfgodin uit het geslacht van de Donaumeerminnen. Haar haar was groen als waterplanten, haar ogen blauw als bergmeren, en haar staart glansde van zilveren schubben. Haar moeder was een mensenvrouw, haar vader een stroomgeest van de Zwarte Zee.

De Blautopf was met haar onderaardse gangen verbonden met de Donau, en zo had Lau de hele wereld der wateren tot haar beschikking. Toch was zij ongelukkig. Haar man, een grimmige merman, had haar vervloekt: zolang zij geen kind ter wereld kon brengen dat leefde, mocht zij de Blautopf niet verlaten. Vier kinderen had zij gebaard, en alle vier waren dood ter wereld gekomen.

2 De vloek van de melancholie

Lau was zo zwaarmoedig geworden dat zij niet meer kon lachen. Haar tranen vermengden zich met het water van de Blautopf, en wie aan de rand van de bron stond, hoorde soms een diepe zucht uit de aarde komen. Zij werd al magerder, haar schubben verloren hun glans, en de mensen van Blaubeuren vonden ’s morgens dode vissen op het oppervlak van de bron drijven.

Een wijze vrouw, die de oude sproken kende, sprak een onthulling uit: enkel wanneer Lau weer leerde lachen, zou zij genezen en zou haar lichaam de kracht vinden om een levend kind te baren. Doch hoe kon men een sombere meerminneprinses, gevangen in een diepe bron, doen lachen?

3 De waardin van de Nonne

De waardin van de herberg «Zur Nonne» in Blaubeuren had reeds van de schone Lau gehoord. Zij was een vrolijke vrouw, vol Schwabisch goedlachs, en zij waagde de tocht naar de Blautopf. Zij riep Lau bij haar naam, en de waterprinses kwam bovendrijven, bleek en zwijgend.

De waardin nodigde haar aan haar tafel: aan de Blautopf zaten zij samen, terwijl de waardin grappen vertelde, gekkigheden uithaalde, alle dwaze gewoontes van de Blaubeurse boeren nadeed en met haar dochters spottende liedjes zong. Eerst trok Lau alleen de mondhoeken samen. Dan verscheen er een gleuf van een glimlach. En na uren plotseling: een schaterlach, klaterend over het oppervlak van de bron als zilveren regen.

4 De terugkeer naar de Donau

Vanaf die dag bezocht Lau de waardin elke avond. Zij leerde lachen tot zij gezond werd, haar schubben weer glansden en haar wangen bloosden. Toen baarde zij een kind, een dochter, levend en sterk. De vloek was gebroken.

Maar ook haar gevangenschap was opgeheven. Lau nam afscheid van Blaubeuren, schonk de waardin een gouden koffertje voor haar gastvrijheid, en gleed door de onderaardse gangen weg naar de Donau, naar haar oude vader. De Blautopf bleef achter, blauw en stil. Sommigen zeggen dat zij ’s zomers nog terugkeert; wie geluk heeft, hoort een diepe lach uit de bron klinken, één keer en dan nooit meer.

Bron: Eduard Mörike, Das Stuttgarter Hutzelmännlein (met de Märchen Die Historie von der schönen Lau), Stuttgart 1853.
Wist je dat? De Blautopf is met zijn diepte van 21 meter een van de diepste karstbronnen van Duitsland. Door bijzondere lichtbreking lijkt het water bij goed weer indigo-blauw. Achter de bron strekt zich een kilometers lang onderwater-grottensysteem uit dat pas in de 20e eeuw werd ontdekt door duikers.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard