Tannhäuser in de Venusberg
Diep in Thüringen, tussen Eisenach en Gotha, ligt de Hörselberg, een langgerekte kalkrug boven het dal van de Hörsel. In de Middeleeuwen geloofde men dat vrouw Venus, de heidense godin van de liefde, binnen in die berg haar hof hield en dat wie haar lokstem volgde, door een spleet in de rots verdween. Het beroemdste slachtoffer was de ridder en zanger Tannhäuser. Zijn verhaal, opgetekend in het Tannhäuserlied rond 1450 en later door de gebroeders Grimm, eindigt in Rome — met een dorre pauselijke staf die tegen alle verwachting in begon te bloeien.
1 In de Venusberg
Tannhäuser was een edelman en Minnesänger die van hof tot hof trok en zong over de liefde. Op een avond reed hij langs de Hörselberg, toen uit een rotsspleet een rossig schijnsel viel en een stem hem bij zijn naam riep. In de opening stond vrouw Venus zelf, schoner dan enige aardse vrouw. Zij beloofde hem alle vreugden die een mens zich denken kan, en de ridder, moe van het zwerven, volgde haar naar binnen. De berg sloot zich achter hem.
Een vol jaar leefde Tannhäuser in de Venusberg, te midden van muziek, wijn en dansende vrouwen. Maar hoe zoeter het leven, hoe zwaarder zijn ziel werd. Hij begon te dromen van klokgelui, van de zon boven de akkers, van de Moeder Gods. Ten slotte smeekte hij Venus hem te laten gaan. Zij weigerde, bood hem een van haar speelgenoten tot vrouw aan en herinnerde hem aan zijn eden. Pas toen hij in zijn nood de naam van Maria aanriep, spleet de berg open en stond hij, knipperend tegen het daglicht, weer in het dal van de Hörsel.
2 De pelgrimstocht naar Rome
Door berouw verteerd trok Tannhäuser als boeteling naar Rome, barrevoets en in een grof kleed, om vergeving te vragen aan de hoogste rechter op aarde: paus Urbanus IV. Voor diens troon beleed hij alles — het jaar in de berg, de armen van vrouw Venus, de verloren tijd. Hij vroeg om boete, hoe zwaar die ook mocht zijn, als zijn ziel maar gered kon worden.
Maar de paus, leunend op zijn dorre pelgrimsstaf, sprak een vreselijk oordeel: «Zomin als deze staf ooit nog groene bladeren zal dragen, zomin kun jij Gods genade verwerven.» Voor wie bij de duivelse Venus had gewoond, was er geen vergeving. Gebroken verliet Tannhäuser de heilige stad. Hij zwierf dag en nacht door de bergen en vervloekte het uur waarop hij op genade had durven hopen.
3 De bloeiende staf
Drie dagen na zijn vertrek gebeurde het wonder. De dorre staf van de paus liep uit: frisse groene bladeren en witte bloesems bedekten het dode hout. Ontzet begreep Urbanus dat Gods barmhartigheid groter was dan zijn eigen oordeel. Hij zond ijlboden naar alle landen om de ridder terug te halen en hem alsnog vergeving te schenken.
Maar de boden kwamen te laat. Tannhäuser had de Hörselberg alweer bereikt en was voorgoed in de Venusberg teruggekeerd. Daar, zegt de sage, moet hij blijven tot de jongste dag — en voor de berg zit de getrouwe Eckart, die elke voorbijganger waarschuwt niet naar binnen te gaan. Het volk van Thüringen wees eeuwenlang het Hörselloch aan, een spleet waaruit vreemd gedruis klonk, als de poort van Venus.
De sage kreeg wereldfaam toen Richard Wagner haar in 1845 verwerkte in zijn opera «Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg». Wagner smolt het oude lied samen met een tweede Thüringse overlevering: de Sängerkrieg, de legendarische zangwedstrijd die rond 1206 op de Wartburg bij Eisenach zou zijn gehouden, waar dichters als Wolfram von Eschenbach en Walther von der Vogelweide om de hoogste eer — en om hun leven — zongen. Zo werden burcht en berg, die elkaar over het dal aankijken, voorgoed met elkaar verbonden.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


