Shield
Eichstätt, Bayern / Oberbayern

Het Walburgisöl van Eichstätt

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Eichstätt ligt in een bocht van de Altmühl, tussen de kalkrotsen van het Altmühltal in Oberbayern. Boven de stad, op de Walburgiberg, staat de abdij Sint-Walburg, waar sinds 1035 benedictinessen wonen. In de crypte onder de kerk ligt een stenen graf. En elk jaar, zeggen de zusters, tussen de twaalfde oktober en de vijfentwintigste februari, verzamelt zich onder die steen een heldere vloeistof: druppel na druppel, in een schaal van metaal. Men noemt het Walburgisöl, hoewel het geen olie is. De zusters vangen het op, gieten het in kleine flesjes en geven die mee aan wie erom vraagt. Dit is het verhaal van de vrouw in dat graf.

HW HW

1 De koningsdochter uit Wessex

Zij werd omstreeks het jaar 710 geboren in Wessex, in het zuidwesten van Engeland — volgens de overlevering als dochter van een edelman die latere kronieken koning Richard noemden, en van Wunna. Twee broers had zij: Willibald en Wunibald. Toen zij een jaar of tien was, brachten haar ouders haar naar het klooster van Wimborne in Dorset, waar abdis Tetta de meisjes onderwees. Zesentwintig jaar bleef zij daar: lezen, schrijven, zingen, geneeskruiden.

Toen kwam de vraag uit het oosten. Bonifatius, de Angelsaksische missionaris die de kerk in Germanië opbouwde, zocht vrouwen die konden lesgeven. Walburga stak met een groep nonnen de zee over. De overlevering vertelt van een storm die opstak toen het schip de kust naderde, en van Walburga die op het dek knielde en bad tot de golven gingen liggen. Sindsdien is zij patrones van zeelieden en van wie in storm verkeert.

In Franken vond zij haar broers terug. Wunibald had in Heidenheim aan de Hahnenkamm een klooster gesticht; toen hij in 761 stierf, nam Walburga de leiding over en maakte er een dubbelklooster van, mannen en vrouwen onder de regel van Benedictus, met haarzelf als abdis van de vrouwen. Ruim achttien jaar bestuurde zij het. Op vijfentwintig februari 779 stierf zij daar.

2 De weg naar Eichstätt

Bijna honderd jaar lag zij in Heidenheim. Het klooster raakte in verval, en omstreeks 870 liet bisschop Otgar van Eichstätt haar gebeente overbrengen naar zijn bisschopsstad, naar de Heilig-Kruiskerk op de heuvel. Dat die kerk kort daarna haar naam kreeg, zegt genoeg over wat er volgde. De dag van de overbrenging — en waarschijnlijk ook van haar heiligverklaring, die aan paus Hadrianus II wordt toegeschreven — is de eerste mei. Daarom heet de nacht ervoor tot vandaag Walpurgisnacht: de nacht die in het volksgeloof vol heksen en vuren staat, maar die haar naam ontleent aan een Engelse abdis.

Omstreeks 894 schreef Wolfhard van Herrieden, een geestelijke uit het bisdom, zijn «Miracula sanctae Waldburgis»: een lange verzameling wonderverhalen over wat er bij haar graf gebeurde. Blinden, lammen, bezetenen — Wolfhard noteerde ze bij naam, met dorp en al, alsof hij een register bijhield.

Op vierentwintig juni 1035 stichtte graaf Leodegar van Lechsgemünd bij die kerk een klooster voor benedictinessen; zijn nicht Imma werd de eerste abdis. Zeven jaar later, in 1042, legde men het gebeente in een stenen sarcofaag. En vanaf dat jaar, melden de bronnen, begon de steen te druppelen.

3 De druppels onder de steen

Het gaat om weinig. In een goed jaar enkele liters, in een schraal jaar nauwelijks een halve. De vloeistof verzamelt zich onder de sarcofaag, wordt via een koperen buisje in een schaal geleid en door de zusters opgevangen. Zij vullen er kleine glazen flesjes mee en geven die weg aan de kloosterpoort, met een gebedskaartje erbij. Als medicijn wordt het niet aangeboden: de abdij noemt het uitdrukkelijk een teken, geen geneesmiddel.

Wat is het dan? Water. Dat is geen ontnuchtering van deze eeuw — olie heet het alleen omdat men in de middeleeuwen elk vocht uit een heiligengraf zo noemde. Een laboratoriumonderzoek bevestigde het nog eens: helder, neutraal van zuurgraad, hard kalkwater zoals de Jurakalk van de hele vallei het levert.

De zusters betwisten dat niet. Zij wijzen op de wanden van de crypte, waar meer dan twaalfhonderd votiefplaatjes hangen: kleine geschilderde tafereeltjes van mensen die ziek waren en beter werden, van kinderen die het haalden, van boeren wier vee genas. Wie in oktober de trap naar de crypte afgaat, hoort het beginnen. Wie in het voorjaar terugkomt, vindt de schaal droog. Daartussen ligt de winter, en de vraag die niemand in Eichstätt oplost: waarom precies tussen haar twee feestdagen?

Bron: Wolfhard van Herrieden, «Miracula sanctae Waldburgis» (ca. 894–899); Hugeburc van Heidenheim, «Vita Willibaldi» (ca. 780); kloostertraditie van de abdij Sint-Walburg te Eichstätt.
Wist je dat? Het Walburgisöl is chemisch gewoon water: laboratoriumonderzoek toonde een neutrale zuurgraad en een hoge kalkhardheid, passend bij het Jurakalkgesteente waarop het Altmühltal rust. De naam «olie» komt uit de middeleeuwen, toen elk vocht uit een heiligengraf zo werd genoemd. Walburga is in de kunst te herkennen aan een flesje op een boek. De abdij wordt sinds 1035 door benedictinessen bewoond en werd in 1914 tot abdij verheven.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard