De ontwijde Johanniskerk van Konstanz
In Konstanz aan de Bodensee staat sinds eeuwen de Johanniskerk — een eerwaardig godshuis dat als een van de oudste van de stad wordt beschouwd. Toen het op zeker moment buiten gebruik werd gesteld, deed men er iets onbedachts mee. Het oude geloof leerde de stad echter hoe gevaarlijk het is om gewijde grond te ontwijden.
1 De kerk verworden tot stal
Nadat de Johanniskerk te Konstanz in onbruik was geraakt, werd zij door de stedelingen gebruikt voor heel andere doeleinden dan waar zij voor gewijd was. Men dreef er vee in en gebruikte de gewijde ruimte als stal — voor koeien, voor schapen, en bovenal voor geitenbokken. Aldus werd het oude godshuis ontwijd, en zijn altaren werden veranderd in voederbakken.
2 De halzen omgedraaid
Doch al het vee dat in de kerk werd gestald, ging er deerlijk te gronde. Met name de bokken werden ’s nachts door een onzichtbare macht aangevallen: bij het krieken van de dag vond men hen telkens met omgedraaide hals dood liggen, alsof een sterke geestenhand hen tijdens hun slaap had geknakt.
Toen niemand meer wist te verklaren waaraan dit kwam, begon de schrik door de stad te trekken. Men hield op de kerk als stal te gebruiken. De Johanniskerk werd opnieuw gewijd, en sindsdien stierf er geen vee meer op die plaats. Zo leerde Konstanz dat een gewijd huis ook door eeuwen heen niet ongestraft mag worden onteerd.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


