Het Christusbeeld van de Wonderen te Bastia
Bastia spiegelt zich in haar oude haven: huizen van vijf en zes verdiepingen, schouder aan schouder geklemd, gevels in oker en roest waarvan de luiken klapperen in de wind van zee, en daarboven de Genuese citadel op haar rots. Achter de oude kathedraal, in een steegje waar je binnenloopt zonder er erg in te hebben, staat een oratorium. Daar hangt een houten kruis dat in de loop van de eeuwen zwart is geworden. De mensen van Bastia noemen het u Cristu Negru, de Zwarte Christus, en ook het Christusbeeld van de Wonderen: zij zeggen dat de zee het hun gegeven heeft.
1 Het kruis dat uit zee kwam
De overlevering plaatst het in 1428, in de nacht van 2 op 3 mei. Twee ansjovisvissers, die het geheugen van de stad Camugli en Giuliani noemt, haalden hun netten binnen voor de kust van Bastia. Op het zwarte water dreef iets dat noch op wrakhout noch op een boomstam leek. Zij roeiden ernaartoe en zagen een groot houten kruis met het lichaam van Christus eraan, dat rechtop stond in de deining. Aan de vier uiteinden brandden, zegt de legende, vier kleine lichten die de wind niet doofde.
De twee mannen hesen het kruis in hun boot en zetten koers naar de kust. Het nieuws liep voor hen uit: toen zij de kiezels raakten, stond de halve vissershaven al met lantaarns op hen te wachten. Men droeg het kruis omhoog naar de bovenstad. Nog altijd vertelt men dat het niet wilde blijven waar het eerst was neergezet, en dat het zelf zijn plaats koos, in de kleine kapel van de broederschap van het Heilig Kruis, waar het sindsdien is gebleven.
Van die nacht is niets bewezen en alles verteld. Zeker is dat de stad de datum heeft onthouden. Al bijna zes eeuwen zijn het de mensen van de zee die het feest van 3 mei openen, en niemand in Bastia heeft hun dat recht ooit betwist.
2 De rampen die niet kwamen
Het hout is met de jaren donkerder geworden, tot een bijna zwart bruin; daar komt de Corsicaanse naam vandaan, u Cristu Negru. Maar de titel die de broederschap het in haar boeken geeft is een andere: het Allerheiligste Kruisbeeld van de Wonderen. En de wonderen zijn in Bastia niet van het soort dat men navertelt met namen en jaartallen erbij. Het zijn de rampen die niet gekomen zijn.
In de zestiende en de zeventiende eeuw kwam de pest telkens weer met de schepen mee de havens van de Middellandse Zee binnen. Wanneer de ziekte de stad naderde, haalde men het kruisbeeld uit zijn nis en droeg men het door de straten, met de broeders erachter en de hele bevolking daar weer achter. Aan die tochten schrijft Bastia het einde van meer dan een epidemie toe. Ook in tijden van honger en bij dreiging van buitenaf werd het beeld naar buiten gedragen.
Van die angst voor de pest staat elders in de stad nog een getuige. In de benedenstad, aan wat nu de rue Napoléon heet, richtten de Bastianen in 1590 een oratorium op voor de heilige Rochus, de beschermer tegen besmettelijke ziekten, die volgens de overlevering een epidemie aan de poorten van de stad tot staan bracht; het gebouw werd in 1604 vergroot en geheel herbouwd. Twee gebedshuizen, twee manieren om hetzelfde te vragen.
3 Het oratorium en de derde mei
De broederschap van Santa Croce is de oudste van Bastia; haar spoor gaat terug tot het begin van de vijftiende eeuw. Zij bestuurde het Genuese hospitaal naast haar kapel, waar men zich over armen, gebrekkigen en vondelingen ontfermde. In 1542 liet zij, met pauselijke toestemming, een kapel bouwen op grond die toebehoorde aan de basiliek Sint-Jan van Lateranen te Rome; het huidige gebouw kwam er in 1600. Toen de Engelse vloot de stad op 17 november 1745 beschoot, ging het oude interieur verloren. Wat men er vandaag ziet is jonger: een gewelf en wanden vol verguld stucwerk in de Genuese barocchetto, aangebracht tussen 1758 en 1775.
Elk jaar op 3 mei gaat het beeld naar buiten. Aan de avonden ervoor gaat een noveen vooraf; op de dag zelf wordt er een mis in het Corsicaans gezongen. Tegen de avond nemen de broeders het kruis op de schouders en gaat de stoet door de nauwe straten van Terra Nova, de bovenstad binnen de citadel, en omlaag naar de oude haven van Terra Vechja, waar de zee wordt gezegend. Vissers lopen mee, met de andere broederschappen en met wie maar wil.
Het is de stoet van een hoofdstad die het niet meer is. Genua stichtte de burcht in de jaren tachtig van de veertiende eeuw, en in 1453 verliet de gouverneur van het eiland Biguglia om zich in Bastia te vestigen. Van toen af bestuurde men Corsica vanaf deze rots. Ajaccio nam die rol later over; het kruis uit zee bleef.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


