Shield
Saint-Émilion, Nouvelle-Aquitaine / Gironde

De kluizenaar Émilion en zijn grot

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Boven de vallei van de Dordogne, waar de heuvels van de Gironde onder wijngaarden liggen, staat een stadje dat de naam draagt van een man die vooral met rust gelaten wilde worden. Émilion kwam uit Bretagne en zocht een plek waar niemand hem kende. Hij vond een holte in de kalksteen, een natuurlijke schuilplaats op het zuiden, met water dat uit de rots kwam. Twaalf eeuwen later ontvangt dat stadje elk jaar ongeveer een miljoen bezoekers, en onder zijn straten ligt een kerk die uit de berg is weggehakt.

HW HW

1 Het brood onder de mantel

In Vannes, de oude hoofdstad van het Bretoense Broerec, diende een jongeman in het huis van een graaf. De overlevering noemt hem nu eens intendant, dan weer huisknecht of eenvoudig de bakker van het hof; wie die graaf precies was, heeft niemand opgeschreven. Wat men wel vertelde: de knecht droeg brood de deur uit. Geen gestolen brood voor zichzelf, maar brood voor de armen van het land, dag na dag, buiten het weten van zijn meester.

Op een ochtend stond de graaf hem op te wachten. «Wat draag je daar onder je mantel?» De knecht zweeg. Zijn meester beval hem de plooien te openen. En toen de mantel openviel, lag er geen brood in, maar — zegt de ene lezing — een handvol houtspaanders; in de andere lezing een schoot vol bloemen. De graaf liet hem gaan.

Het is een mooi verhaal, en het is niet van hem alleen. Hetzelfde wonder wordt verteld over Elisabeth van Hongarije, over Roseline de Villeneuve in de Provence en over Nicolaas van Tolentino in Italië: brood dat bloemen wordt onder een mantel die een echtgenoot of een meester opendoet. Het is een wandelmotief, geen ooggetuigenverslag. En over Émilion zelf weten wij niets buiten één tekst, een vita waarvan de oudst bekende versie pas uit de twaalfde eeuw stamt, vier eeuwen na zijn dood.

2 De grot, de bron en de zetel

Hij vertrok. Langs de Atlantische kust trok hij zuidwaarts en kwam terecht in het klooster van Saujon bij Royan, waar hij monnik werd en volgens de overlevering opnieuw achter de oven stond. Ook daar bleef hij niet. Toen er te veel volk op zijn naam afkwam, ging hij dieper het land in, tot in het woud van Combes boven de Dordogne, op een plek die toen Ascumbas heette.

Daar vond hij zijn holte. De vita somt op wat erin stond: een oratorium, een bed, een tafel, een zetel en een bron. Het water werd opgevangen in een uitgehakt bassin met treden, diep genoeg om iemand onder te dompelen; er werd gedoopt. Zeventien jaar zou hij er hebben geleefd; hij stierf in 767. Rond zijn kluis timmerden zijn leerlingen hun eerste hutten, uit die hutten groeide een dorp en uit het dorp een stad die zijn naam overnam.

De zetel staat er nog, uitgehouwen in de wand. Er hangt een volksgeloof aan dat de mensen van het stadje graag doorvertellen: een vrouw die een kind wenst en op die zetel plaatsneemt, zou binnen het jaar zwanger raken. Het toeristenkantoor bewaart de geboortekaartjes die het daarvoor jaar na jaar krijgt toegestuurd. Wie dat hoort, moet weten wat het is: overlevering, niets meer dan dat.

3 Een kerk uit de rots en de rode toga’s

Een paar passen van die grot begonnen steenhouwers tegen het einde van de elfde eeuw aan iets onwaarschijnlijks: zij hakten een kerk uit de kalksteen. Niet opgebouwd uit blokken, maar weggenomen uit de berg, van boven naar beneden gewerkt. Bijna vijftienduizend kubieke meter rots ging eruit. Wat overbleef is een schip van elf meter hoog met zes traveeën, gedragen door pijlers die nooit ergens anders hebben gestaan. Van buiten ziet men er weinig van: een gevel, drie hoge vensters, een klokkentoren op het plein. Het is een van de grootste kerken ter wereld die zo zijn ontstaan.

De stad bleef graven. Onder de huizen ligt een tweede stad van gangen en oude steengroeven, waaruit het materiaal kwam voor de muren, de poorten en de kloosters daarboven. Saint-Émilion is uit zichzelf gebouwd.

En dan is er de wijn. In 1199 gaf Jan zonder Land de stad haar Jurade, een raad van notabelen die recht sprak en, wat zwaarder woog, met een zegel instond voor elk vat dat naar Engeland vertrok. De Revolutie maakte er in 1789 een einde aan; in 1948 riepen de wijnboeren haar terug als broederschap. Tweemaal per jaar trekken de jurats in hun rode toga door de straten, en vanaf de Toren van de Koning kondigen zij in juni hun oordeel over de nieuwe wijn af en in september het oogstbericht. Sinds 1999 staat de hele juridiction op de werelderfgoedlijst van UNESCO als cultuurlandschap: een historisch wijnbouwlandschap dat gaaf bewaard bleef en nog altijd werkt.

Bron: Vita van Émilion, oudst bekende versie uit de twaalfde eeuw; mondelinge overlevering van Saint-Émilion; werelderfgoeddossier Juridiction de Saint-Émilion (UNESCO, 1999).
Wist je dat? Saint-Émilion telt nog geen tweeduizend inwoners maar ontvangt ongeveer een miljoen bezoekers per jaar. De heilige wordt gevierd op 16 november en geldt als patroon van de wijnhandelaars. De macarons van het stadje worden er gebakken sinds de ursulinen in 1620 hun klooster stichtten. Het uithakken van de monolithische kerk kostte bijna vijftienduizend kubieke meter rots. In Parijs draagt een metrostation aan lijn 14 de naam Cour Saint-Émilion, naar de oude wijnpakhuizen van Bercy.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard