Shield
Chamonix-Mont-Blanc, Auvergne-Rhône-Alpes / Haute-Savoie

De bezwering van de gletsjers van Chamonix

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Wie vandaag met het tandradtreintje naar Montenvers klimt, kijkt uit over een grijze steenwoestijn met ergens diep beneden een streep vuil ijs. Vierhonderd jaar geleden kwam het ijs juist het dal in, winter na winter, en at het weiden, akkers en hele gehuchten op. De mensen van Chamonix zagen daarin geen weersverschijnsel maar kwaadwilligheid — en zij vroegen hun bisschop of hij er een einde aan wilde maken.

HW HW

1 Het ijs dat de weiden opat

Het dal van Chamonix was in de zeventiende eeuw een arm hoogdal van het hertogdom Savoie: rogge, gerst, wat vee, en een reeks gletsjertongen die van de Mont Blanc naar beneden hingen — de Bois, de Argentière, de Tour, de Bossons, de Taconnaz. Rond 1600 begonnen die tongen te groeien, en niet een beetje. In 1610 noteerde de Savoyaardse ambtenaar Nicolas de Crans dat de gletsjer een goed deel van het land en het dorp Le Châtelard geheel had verwoest. Zes jaar later vond hij er nog zes lege huizen staan, met het ijs er vlak naast.

Het gehucht La Bonnanay, in 1458 gesticht, verdween omstreeks 1643 volledig; er bleef alleen een veldnaam van over in het kadaster. In 1644 stond de tong van de Mer de Glace zo ver in het dal dat men vreesde dat hij de Arve zou afdammen. De belastingheffer moest zijn aanslag verlagen, want de grond die hij belastte lag onder het ijs.

Voor de dorpelingen was dat geen natuurkunde. Een gletsjer bewoog, kraakte ’s nachts, spuwde stenen en ademde kou: dat was iets levends. Men sprak van draken die zich uit de bergen naar beneden wonden, van demonen die in het ijs huisden en het front voor zich uit duwden. Wie zo denkt, roept geen ingenieur. Die roept een priester.

2 De bisschop tegen de gletsjer

De eerste keer gebeurde dat in 1644. De boeren van Chamonix stuurden een smeekschrift naar de kanunniken van Sallanches, waarin zij de volstrekte ondergang van huis en have voorspelden. Kanunnik Jean Deffoug regelde de plechtigheid, en in juni van dat jaar trok de bisschop van Genève, Charles-Auguste de Sales, met een processie het dal in. Op één dag werden vijf gletsjers gezegend. De kroniek meldt dat het ijs zich daarna terugtrok en tot 1663 rustig bleef.

Toen het opnieuw begon, kwam er zwaarder geschut. In 1690 reisde Jean d’Arenthon d’Alex, sinds 1661 prins-bisschop van Genève met zetel te Annecy, zelf de bergen in. Met wijwater, kruis en relieken trok hij in processie naar de gletsjertongen, sprak de gebeden van de bezwering uit en beval het ijs zich terug te trekken. Het was geen zegening meer maar een uitdrijving: men verjoeg wat men er meende aan te treffen.

Het werkte, althans volgens de getuigen. Een verslag uit die jaren houdt vol dat de gletsjers zich zo ver hadden teruggetrokken dat zij nu een half kwart mijl verderop lagen. Toen het ijs in de negentiende eeuw opnieuw kwam, werd de bezwering in 1818 herhaald, en nog in 1860 trok men er weer mee op uit.

3 Wat het klimaat werkelijk deed

De tweede laag van het verhaal is minder plechtig en veel groter. Van ruwweg 1300 tot 1850 lag over Europa de Kleine IJstijd: koele, natte zomers waarin de wintersneeuw op hoogte niet meer wegsmolt. Een gletsjer die meer krijgt dan hij verliest, groeit — met tientallen jaren vertraging, want het ijs moet eerst de hele lengte afleggen. De opmars rond 1600 en die rond 1640 waren precies dat, en de maxima die volgden liggen rond 1730, 1825 en 1852. In 1825 stond bij Les Bois een ijswand van veertig meter naast de huizen.

Wat de kronieken na 1690 zagen, was dus een gletsjer die om zijn eigen redenen even inhield: een paar warmere zomers, tientallen jaren eerder gevallen. De bisschop kwam op het goede moment, niet met het goede middel. En juist dat maakt het verhaal de moeite waard. Het laat zien wat mensen doen wanneer er iets op hen afkomt dat niemand kan tegenhouden en niemand kan uitleggen: zij zoeken er eerst een dader bij, en dan een middel tegen die dader.

Het slot is bitter grappig. Sinds 1830 is de Mer de Glace tweeënhalve kilometer korter geworden en meer dan honderdvijftig meter dunner; sinds 1983 gaat het hard, met meters dikte per jaar. De trap van het station van Montenvers naar de ijsgrot werd elk seizoen langer, tot ongeveer 580 treden in het begin van de jaren twintig; in 2024 kwam er een kabinebaan naast om de afdaling te verkorten. Het bevel van 1690 wordt eindelijk opgevolgd. Het dal zou willen dat het ijs ongehoorzaam was gebleven.

Bron: Kroniekberichten uit het dal van Chamonix (Nicolas de Crans, 1610–1616); processie- en zegeningsakten van het bisdom Genève-Annecy (1644, 1690); Emmanuel Le Roy Ladurie, «Histoire du climat depuis l’an mil» (1967); meetreeksen van de Franse glaciologie.
Wist je dat? De naam Mer de Glace komt van twee Engelse reizigers, William Windham en Richard Pococke, die het ijsveld in 1741 beschreven als een bevroren zee in storm. De ijsgrot aan de voet van de gletsjer, de grot van de Arveyron, was al in de achttiende eeuw een toeristische bezienswaardigheid en smolt in 1873 weg. Het tandradtreintje naar Montenvers rijdt sinds 1908. En de gletsjer geeft nog altijd wrakstukken terug van twee Air India-toestellen die in 1950 en 1966 op de Mont Blanc verongelukten: in 2012 kwamen bij de tong Indiase kranten uit 1966 tevoorschijn, nog leesbaar, en een jaar later een doos met edelstenen.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard