Shield
Vézelay, Bourgogne-Franche-Comté / Yonne

Maria Magdalena op de heuvel van Vézelay

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Boven het dal van de Cure verheft zich in Bourgogne een heuvel die de Fransen la colline éternelle noemen, de eeuwige heuvel. Bovenop staat de basiliek Sainte-Marie-Madeleine, en in haar crypte staat een reliekhouder waarvan de abdij vanaf de elfde eeuw beweerde dat hij de beenderen van Maria Magdalena bevatte. Hoe die relieken in Bourgondië belandden, is het verhaal van een vrome diefstal — door de monniken zelf verteld als een redding.

HW HW

1 De monnik die een heilige kwam halen

Rond 858 stichtten graaf Girart van Roussillon en zijn vrouw Berthe een klooster in het dal van de Cure. Toen Noormannen de vlakte onveilig maakten, verhuisden de monniken in 873 naar de top van de heuvel erboven. Twee eeuwen lang was het daar een abdij zoals vele andere.

Wat Vézelay beroemd maakte, was een graf dat er niet lag. Volgens de overlevering stuurde de abt in de negende eeuw een monnik, Badilon genaamd, naar Saint-Maximin in de Provence, waar Maria Magdalena begraven zou liggen na de overtocht die het zuiden van Frankrijk in eigen legenden bewaart. De Saracenen bedreigden de kust; Badilon opende het graf, nam de beenderen mee en droeg ze naar het noorden. In de kloosterkroniek heet dat geen diefstal maar een redding: de heilige wilde zelf verhuizen, anders had zij haar gebeente wel zwaar gemaakt.

Hard te maken is daar weinig van. Geen tekst van vóór het jaar 1000 noemt de relieken. Pas rond 1037 tonen de monniken ze aan pelgrims, omstreeks 1050 wordt Maria Magdalena patrones van de abdij, en in 1058 bevestigt paus Stefanus IX met een bul dat Vézelay haar lichaam bezit. Die bul is gedocumenteerd; wat erin staat, blijft geloof.

2 De heuvel waar kruistochten begonnen

De pauselijke erkenning maakte van de heuvel een van de grote bedevaartsoorden van het Westen. Vézelay werd bovendien vertrekpunt van de Via Lemovicensis, een van de vier Franse hoofdwegen naar Santiago de Compostela. Wie uit Vlaanderen of het Rijnland kwam, klom de dorpsstraat op en begon vanaf de kerkdeur aan de tocht naar Galicië.

Zoveel volk vroeg om een grotere kerk. In 1120 sloeg de bliksem in en brandde het schip uit, kort voor het feest van Magdalena, terwijl het dorp vol pelgrims stond. De abdij herbouwde ruimer dan tevoren: een romaans schip met afwisselend lichte en donkere boogstenen, en in de narthex een timpaan uit de jaren 1120-1140 waarop Christus met uitgestrekte handen de Geest over de apostelen uitzendt.

Op paaszondag 31 maart 1146 stond Bernardus van Clairvaux op de noordelijke helling van de heuvel, omdat geen kerk de menigte kon bevatten, en predikte de Tweede Kruistocht. Koning Lodewijk VII nam er het kruis. Vierenveertig jaar later, in 1190, verzamelden Richard Leeuwenhart en Filips II Augustus hier hun legers voor de Derde Kruistocht.

3 Het licht en de twijfel

Het einde kwam uit de Provence. In 1279 liet Karel van Anjou in Saint-Maximin graven en vond een sarcofaag die men als het echte graf van Magdalena erkende, met pauselijke instemming. Het argument was pijnlijk eenvoudig: lag het lichaam daar nog, dan had Badilon nooit iets meegenomen. De pelgrims kozen het zuiden. Vézelay verarmde, hugenoten plunderden de kerk in 1569, de Revolutie sloopte wat restte, en rond 1830 stond het schip op instorten.

In 1840 kreeg een architect van zesentwintig de opdracht te redden wat er nog stond: Eugène Viollet-le-Duc. Hij werkte er bijna twintig jaar. Zijn ingrepen worden nog altijd bekritiseerd, omdat hij niet herstelde wat er was maar wat er volgens hem had moeten zijn — toch staat de kerk er dankzij hem.

Rond het zomersolstitium gebeurt in dat schip iets dat bezoekers als teken lezen. Tegen het middaguur valt het licht door de hoge zuidelijke vensters in negen ronde vlekken die precies op de middenas van het schip liggen en langzaam naar het koor schuiven. Wie de zonnestand narekent, ziet dat oriëntatie en raamplaatsing volstaan om het te verklaren; of de bouwmeesters het zó bedoelden, is nooit bewezen. In 1920 kreeg de kerk de titel van basiliek, in 1979 kwamen heuvel en basiliek op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Bron: Abdijtraditie van Vézelay sinds de elfde eeuw; bul van paus Stefanus IX (1058); Hugo van Poitiers, «Historia Vizeliacensis monasterii» (ca. 1167); Jacobus de Voragine, «Legenda aurea» (ca. 1260).
Wist je dat? Vézelay telt nog geen vijfhonderd inwoners en ontvangt bijna een miljoen bezoekers per jaar. Op het kerkhof bij de basiliek liggen de schrijvers Georges Bataille, Max-Pol Fouchet, Maurice Clavel en Jules Roy begraven; Romain Rolland woonde er van 1938 tot zijn dood in 1944. Sinds 2017 draagt de wijn van de omringende hellingen een eigen appellation, Vézelay, uitsluitend voor witte chardonnay.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard