Shield
Angers, Pays de la Loire / Maine-et-Loire

Het Apocalyps-tapijt van Angers en de sinaasappelbomen

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In het kasteel van Angers, achter zeventien torens van donkere leisteen, loopt een lange galerij waarin het licht met opzet laag gehouden wordt. Aan de wand hangt het grootste bewaarde wandtapijt van de middeleeuwen: de tenture de l’Apocalypse, geweven naar de Openbaring van Johannes. Wat er hangt, is niet het hele werk. Het is wat een negentiende-eeuwse kanunnik stuk voor stuk heeft teruggekocht van boeren, tuinlieden en stalknechten, nadat dit tapijt bijna een halve eeuw als afdankertje door de Anjou was gezworven.

HW HW

1 Honderdveertig meter Openbaring

Rond 1375 gaf Lodewijk I van Anjou, broer van koning Karel V, opdracht voor een wandtapijt zonder weerga. De hofschilder Hennequin de Bruges — ook Jean Bondol genoemd, afkomstig uit Vlaanderen — tekende de kartons en leende daarvoor een verlucht handschrift uit de koninklijke bibliotheek. Het weven gebeurde in Parijs, in het atelier dat op naam staat van Nicolas Bataille, in wol en met draad van verguld zilver. In ongeveer zeven jaar was het werk af.

De maten zijn nauwelijks te bevatten: ongeveer honderdveertig meter lang en zes meter hoog, verdeeld over zes stukken van elk een goede twintig meter. Negentig taferelen ontrolden zich in twee rijen boven elkaar, tegen afwisselend rode en blauwe achtergronden. Elk stuk begon met een grote zittende lezer onder een baldakijn, een figuur die het boek openslaat en de kijker als het ware naar binnen wenkt.

Daarna kwam de hele Openbaring: de vier ruiters, de vrouw bekleed met de zon en de maan onder haar voeten, het beest dat uit de zee oprijst, de val van Babylon, en de draak die het onderspit delft tegen de heilige Michael. Wie ervoor stond keek omhoog en las de rijen af zoals men vandaag een stripverhaal leest, van beeld naar beeld. Koning René vermaakte het tapijt aan de kathedraal van Angers, waar het bij de grote feesten werd opgehangen.

2 Stalisolatie en sinaasappelbomen

Vier eeuwen later was de smaak omgeslagen. In de achttiende eeuw gold het middeleeuwse werk als grof, ouderwets en versleten; men had liever gladde barokke stoffen aan de muur. In 1782 werd de tenture definitief uit de kathedraal gehaald. Ze werd te koop aangeboden en er kwam geen koper. De Revolutie deed de rest: kerkbezit werd staatsbezit, en niemand die zich nog druk maakte om een oud vod.

Wat volgde is het merkwaardigste hoofdstuk van dit werk. De banen werden met de schaar in stukken geknipt en verdeeld naar bruikbaarheid. Delen van de Openbaring gingen als isolatie tegen de wanden van paardenstallen. Andere stukken werden in de winter om de stammen van sinaasappelbomen gebonden, tegen de vorst. Weer andere dienden als afdekzeil op een kar, als vloerkleed of als deurmat. De draak en de ruiters lagen jarenlang met de beeldzijde omlaag in de modder van een boerenerf.

3 De kanunnik die snippers opkocht

In 1843 werd kanunnik Joubert belast met de schat van de kathedraal. Hij vond nog enkele lappen in een hoek, herkende wat het was, en begon aan een werk dat hem de rest van zijn leven zou kosten: het opsporen en terugkopen van de verstrooide stukken. Hij trok van dorp tot dorp, onderhandelde met mensen die niet begrepen waarom iemand geld bood voor een oude lap, en liet elk fragment reinigen, vlak leggen en herstellen.

Ongeveer twee derde is zo gered: een kleine honderd meter met eenenzeventig taferelen. De rest is voorgoed verdwenen. Sinds 1954 hangt het geheel in een galerij die speciaal daarvoor in het kasteel van Angers werd gebouwd, in gedempt licht, met een bank ervoor voor wie de rijen wil aflezen.

Het werk bleef doorwerken. In 1938 zag de schilder Jean Lurçat de tenture voor het eerst en beschreef die als een schok. Twintig jaar later begon hij in Angers aan Le Chant du Monde, tien monumentale wandtapijten die je kunt lezen als een modern antwoord op de Openbaring: geen engelen en draken, maar de atoombom en de mens in het heelal. Twee apocalypsen, zeshonderd jaar uit elkaar, in dezelfde stad.

Bron: Kapittelarchief van de kathedraal Saint-Maurice te Angers; testament van koning René van Anjou; aankoopregisters en herstelnota’s van kanunnik Joubert (vanaf 1843); dossiers van het Centre des monuments nationaux.
Wist je dat? Het bewaarde deel beslaat nog altijd zowat achthonderdvijftig vierkante meter weefsel en geldt daarmee als het grootste middeleeuwse wandtapijt ter wereld. In de galerij van het kasteel brandt nauwelijks vijftig lux licht, omdat de plantaardige kleurstoffen onherstelbaar verbleken; de achterzijde, die eeuwenlang in het donker hing, toont nog de oorspronkelijke felheid van rood en blauw. In mei 2023 nam de Unesco de tenture op in haar Memory of the World-register. En het Chant du Monde van Jean Lurçat hangt een paar straten verderop, in het middeleeuwse Hôpital Saint-Jean aan de overkant van de Maine.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard