Shield
Aigues-Mortes, Occitanie / Gard

De Tour des Bourguignons van Aigues-Mortes

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aigues-Mortes ligt als een vierkant van steen in het vlakke moeras van de Camargue: een muur van ongeveer zestienhonderd meter, vijftien torens, tien poorten, en binnenin een schaakbord van rechte straten. Koning Lodewijk IX liet de stad vanaf 1240 aanleggen omdat Frankrijk geen eigen haven aan de Middellandse Zee had. Eén van die torens draagt een naam die niemand vergeet: de Tour des Bourguignons.

HW HW

1 De vierkante stad in het moeras

In 1240 ruilde koning Lodewijk IX met de monniken van de abdij van Psalmodi een stuk moerasland tegen bezittingen elders. Frankrijk had toen geen enkele eigen haven aan de Middellandse Zee: de kust in het oosten was gravengoed van de Provence, de kust in het westen hoorde bij Aragon. De koning wilde niet van Genua of Pisa afhangen om zijn leger overzee te brengen, en liet dus midden in de lagunes een stad bouwen, op de enige plek waar de bodem het dragen kon.

Hij lokte bewoners met belastingvrijstellingen en liet vanaf 1242 de Tour de Constance optrekken, een ronde donjon van tweeëntwintig meter doorsnede met muren die aan de voet zes meter dik zijn. In augustus 1248 voer Lodewijk IX vanuit deze haven uit met een vloot voor de zevende kruistocht; in 1270 vertrok hij hier opnieuw richting Tunis, waar hij aan ziekte stierf. De wallen zelf kwamen later: zijn zoon Filips III de Stoute begon er in 1272 aan, en pas rond 1300, onder Filips IV de Schone, sloot de ring zich.

2 Het jaar 1421

Een kleine tweehonderd jaar later scheurde Frankrijk in twee. De Armagnacs, de partij van het huis Orléans en later van de dauphin Karel VII, stonden tegenover de Bourguignons, de aanhang van de hertogen van Bourgondië, die met de Engelsen heulden. De burgeroorlog werd vooral in Parijs uitgevochten, maar hij bereikte ook de uithoeken, en een koninklijke haven was een prijs. In 1421 lag Aigues-Mortes in Bourgondische handen; een bezetting hield de poorten.

Wat er die zomer gebeurde, vertelt men zo. Inwoners die het met de Armagnacs hielden, openden bij nacht een poort. De Armagnac-troepen kwamen binnen en dreven de bezetting de nauwe straten in, waar niemand kon uitwijken of vluchten. Toen het licht werd, lagen er meer doden dan de stad begraven kon — geen kerkhof groot genoeg, geen tijd, en een hitte die uit het moeras opsloeg. Bederf binnen een gesloten muur betekent besmetting.

Men droeg de lichamen daarom naar de onderste zaal van een van de ronde torens en stapelde ze op, laag na laag, met tussen elke laag het enige middel waarvan Aigues-Mortes te veel had: zout uit de eigen zoutpannen. Zo bewaarde men ook vis en varkensvlees. De spotnaam bleef hangen — les Bourguignons salés, de gezouten Bourgondiërs — en de toren draagt sindsdien hun naam. Eerlijk is eerlijk: dat de stad in 1421 van hand wisselde, staat vast; het zout en de gestapelde lijken kennen we vooral uit latere plaatselijke beschrijvingen, zoals de Notice van E. di Pietro uit 1821. Geen enkele bron uit de tijd zelf noemt een aantal doden. Niemand heeft ze geteld.

3 Zout, een weggelopen zee en de vrouwen van de Tour de Constance

Het zout was er vóór de stad. Al in de Romeinse tijd werd er gewonnen in de moerassen van Peccais; de overlevering hangt die naam aan een ingenieur Peccius. Het procédé is nog altijd hetzelfde: zeewater met achtendertig gram zout per liter loopt van bassin naar bassin, verdampt, en bereikt op de ondiepe tables salantes ruim tweehonderdzestig gram per liter. In die pekel leeft nog maar één alg, Dunaliella salina, die zich met een rood pigment tegen het licht beschermt — vandaar de roze bassins. Op windstille avonden vormt zich bovenop een dun kristallen vlies dat met de hand wordt afgeschept: fleur de sel.

De zee daarentegen is weggelopen. Slib en aangroeiende stranden schoven de kustlijn zuidwaarts, en de haven waaruit twee kruistochten vertrokken ligt nu enkele kilometers landinwaarts, met een kanaal naar Le Grau-du-Roi als navelstreng. De haven verdween, het zout bleef. Verderop in de Camargue trekken pelgrims naar Saintes-Maries-de-la-Mer, maar Aigues-Mortes houdt het bij zijn eigen twee torens.

Want de Tour de Constance kreeg een tweede leven als gevangenis. Filips IV liet er in 1307 tempeliers opsluiten. Na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 werden er protestantse vrouwen vastgezet die weigerden hun geloof af te zweren; sommigen bleven decennialang in de ronde bovenzaal. Marie Durand uit de Vivarais kwam er op haar negentiende binnen en ging pas achtendertig jaar later weer naar buiten, toen de prins de Beauvau rond 1768 de laatste gevangenen liet gaan. In de rand van de put in die zaal staat het woord REGISTER in de steen gekrast: verzet, in het oude taalgebruik van de streek. Dat het woord er staat, kan iedereen zien. Dat Marie Durand het zelf kraste, is overlevering.

Bron: E. di Pietro, «Notice sur la ville d’Aigues-Mortes» (1821); plaatselijke overlevering; Centre des monuments nationaux, Tours et remparts d’Aigues-Mortes.
Wist je dat? De wallen van Aigues-Mortes meten ongeveer zestienhonderd meter, met vijftien torens en tien poorten, en zijn nooit ingrijpend verbouwd omdat de stad na de middeleeuwen haar militaire belang verloor. Enkele kilometers noordelijker staat de Tour Carbonnière, een losstaande tolpoort midden in het moeras die de enige landweg naar de stad bewaakte. In de salins stapelt de oogst zich op in camelles van tien tot vijftien meter hoog; het zout gaat de handel in onder namen als La Baleine en Le Saunier de Camargue.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard