Kasteel Batestein en de Grote Geus
Hendrik van Brederode (1531-1568), heer van Vianen, woonde op kasteel Batestein. In 1566 ontving hij daar de Edelen die het Verbond der Edelen tekenden tegen Filips II. Hij werd de «Grote Geus» genoemd; zijn bijnaam is sinds 1566 het symbool van de Nederlandse opstand. Batestein brandde af in 1696.
1 De beker
Hendrik van Brederode was 35 jaar oud, lange baard, harde stem, ridder van de Gulden Vlies, heer van Vianen. Op 8 april 1566, twee dagen na het indienen van het Smeekschrift bij regentes Margaretha van Parma in Brussel, kwamen 300 Edelen die het Smeekschrift hadden gesteund naar Batestein voor een banket. De graaf van Berlaymont had Margaretha gefluisterd: «Ce ne sont que des gueux» (het zijn maar bedelaars). De Edelen hoorden dat. Op het banket op Batestein nam Brederode een houten bedelnap, vulde hem met wijn, dronk en gaf hem door: «Vivent les gueux! Wij zijn de geuzen!» Negen Edelen dronken na hem. De negende was Lodewijk van Nassau, broer van Willem van Oranje. Sindsdien noemde men de opstandelingen geuzen.
Dit verhaal is voor Supporters
Je las de opening. De volledige vertelling — alle hoofdstukken, in vier talen — is er voor wie Heimweer steunt. Eénmalig, levenslang toegang tot alle premium-verhalen.
Word Supporter
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


