Egbertien de Toveresse
Nabij Coevorden, in het Veengebied van Drenthe, leefde een vrouw met een sinistere naam: Egbertien. Zij was geen gewone vrouw, want zij bezat krachten die voorbij het normale reiken. Zij was een toveresse — een vrouw die gedacht kon geven aan verbogen willen en vervloekingen spreken die ervoor zorgden dat vee niet meer gaf, dat gewassen verwelkten en dat gezinnen door onverklaarbare ziekten werden geteisterd. Wie Egbertien tegenkwam en haar op het verkeerde moment ergerde, kon zeker zijn van onheil.
1 De Vrouw van Meppen
Egbertien bewoonde een klein huisje aan de rand van Meppen, waar het land overging in moeras. Haar huis was oud en donker, omgeven door grijze jeneverstruiken en dode bomen. Niemand wist hoe lang zij daar al woonde — sommige ouders zeiden dat zij her reeds als jong meisje had gezien, anderen zworen dat zij al honderd jaar oud was. Wat ze met zekerheid wisten, was dat zij alleen woonde en geen bezoek ontving, behalve van degenen die haar kwamen zoeken omdat zij wanhopig waren.
Haar uiterlijk was net zo angstaanjagend als haar reputatie. Zij was dun en hoekig, met grijs haar dat voor zich uit stak als droog gras, en haar ogen hadden een glans die niet menselijk leek. Wanneer zij sprak, was haar stem laag en raspend, alsof zij niet had gesproken sinds jaren. En toch konden alle woorden die uit haar mond kwamen, verandering brengen — verandering die akelig was.
2 De Vervloekingen en het Herstel
Een boer die Egbertien had beledigd — door haar voedsel te weigeren of door haar te bespotten — vond dat zijn koeien geen melk meer gaven. Twee weken later waren de dieren dood, hun ogen staarden leeg naar het plafond van de schuur. Aan de andere kant van Meppen, verwelkte de oogst van een bouwer zonder reden. Het graan stond nog overeind, maar het was droog en dood als hooi, vol van een merkwaardig wit poeder dat geen kruid was.
Maar Egbertien was geen toveresse die alleen vervloekte. Zij kon ook genezen. Voor de juiste betaling — altijd zwart brood en boter, altijd giften die zij voorzag — zou zij naar de plaats van de vervloeken gaan en oude woorden mompelen. Zij zou cirkels trekken in het stof en knopen leggen in touw. En dan — langzaam — zou de vloek worden opgeheven. De koeien zouden weer geven. Het graan zou groeien. De zieke kinderen zouden beter worden.
3 De Waarschuwing in de Ogen
Maar Egbertien had één regel, en die regel was heilig. Wanneer zij werkte, wanneer zij haar woorden sprak en haar kunst uitoefende, mocht je haar niet in de ogen kijken. Als je dat deed — als je de diepte in haar blik probeerde te lezen — zou de vloek verdubbelen. Niet alleen zou het onheil voortduren, het zou erger worden. Twee koeien zouden sterven in plaats van één. De hele oogst zou verwelken. Ziekte zou huizen aantasten en niet meer weggaan.
Slechts één keer in het verleden had iemand deze waarschuwing genegeerd. Een jonge man, dronken van moed of van sterkedrank, had staande gehouden dat hij niet in zulke bijgeloof geloofde. Toen Egbertien haar werk deed, staarde hij haar recht in de ogen, trotserend haar macht. Egbertien zei niets. Zij voltooide haar werk zonder woord. Maar de jong man werd drie dagen later krankzinnig. Zijn geest verscheurd, zijn lichaam broos als glas. Hij stierf in de waanzin, gillend naar dingen die niemand anders kon zien.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


