De heks en de bakker
In een Geldersch dorp had bakker Willem Holt een rare zorg: elke ochtend ontbrak in zijn oven één brood. Niet meer; niet minder. Hij telde ’s avonds, hij telde ’s ochtends; altijd een minder. Op één nacht ging hij in de bakkerij liggen wachten.
1 De vermissing
Willem bakte ’s avonds twaalf broden. ’s Ochtends waren er elf. Twaalf, elf. Twaalf, elf. Drie weken lang. Geen tekenen van inbraak, geen kruimels, geen ramen open. Willem dacht dat hij gek werd; zijn vrouw dacht dat ze gek werd; de knecht dacht hetzelfde.
2 De wacht
Willem ging op een nacht in een hoek van de bakkerij liggen, achter een meelzak. Om half drie ’s nachts ging de oven open van binnen uit. Een vrouw — oud, klein, gewone kleren — stapte uit de oven, nam één brood, stapte terug in de oven, en sloot hem.
3 De vraag van Willem
Willem stond op en deed de oven open. De vrouw zat op de bodem. Willem zei: «Mevrouw, waarom?» De vrouw zei: «Ik heb een kleinkind dat hongert. Ik heb geen geld. Ik weet de weg door de oven uit een gevangenis-cel waarin men mij heeft gezet voor diefstal twintig jaar geleden. Ik kom alleen ’s nachts. Ik neem alleen wat overschot.»
Willem zei: «U neemt elk twaalfde brood, ook als ik er maar twaalf bak. Dat is geen overschot.» De vrouw boog. Willem sloot de oven. Hij bakte voortaan dertien. De vrouw nam de dertiende. De andere twaalf bleven. Willem heeft het noch tegen de pastoor noch tegen de schout gezegd. Bij de begrafenis van de vrouw — in 1822, in het cellen-gedeelte van het kerkhof — lag op haar graf een brood. Niemand zag wie het had gelegd. De bakker Willem Holt is in 1845 gestorven. Zijn dochter zette de traditie voort; tot de Beckers-bakker in 1899 sloot, lag elke ochtend één brood meer in de oven dan ervoor was ingelegd. Hoe dat kon, weet niemand. De heks heeft betaald.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


