De zevensprong
De zevensprong is een oud-Nederlandse kring- en sprong-dans, in Gelderland en de Achterhoek populair op kermisavonden. In zeven coupletten ga je op de grond zitten met één been, twee benen, één elleboog, twee ellebogen, voorhoofd, neus, en heel het lichaam. In het Geldersch volksverhaal danste één keer iemand mee die niet had moeten meedansen.
1 De kermis van Aalten
Op de kermis van Aalten in 1851 dansten zestien jongelui de zevensprong onder de markttent. Op het zesde couplet kwam een vreemde mee — man, niet jong, niet oud, in één grijs gewaad. Hij ging op één been zitten, op twee benen, op één elleboog, op twee ellebogen, op zijn voorhoofd. Op zijn neus. Op heel het lichaam.
2 De zeventiende danser
Bij de laatste sprong — heel het lichaam tegen de grond — gingen alle zestien dansers tegelijk neer. De vreemde ging niet neer. Hij bleef recht. Hij keek op de zestien neer en boog. Hij telde: zestien. Hij zei zachtjes: «Ik ben de zeventiende. Ik dans niet voor de zeventiende couplet. Het bestaat niet voor mij.»
3 De volgende sprong
Hij hief één hand op en zei een woord dat de zestien niet onthielden. Toen de zestien jongelui weer overeind kwamen, was hij weg. Drie van hen waren een uur later ook weg — gedeserteerd, vrijwillig, niet verdwenen. Zij hadden besloten weg te gaan uit Aalten en wel: één naar Hannover, één naar Antwerpen, één naar Suriname. Geen van de drie kon later uitleggen waarom.
Aalten kent sindsdien een variant van de zevensprong: een achtste couplet, dat alleen wordt gezongen door wie niet meedanst. De tekst luidt: «En de zeventiende mag niet vallen, want hij dwingt drie van ons.» Wie de zevensprong gewoon danst, springt zeven keer. Wie de Aaltense versie danst, telt één vraag mee om te onthouden: wie van de zestien is bereid te gaan, als de zeventiende komt?
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


