Shield
Dwingeloo, Drenthe / Zuidwest-Drenthe

De juffer van Batinghe

Tier 0+ - Publiek 5 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Op de brink van Dwingeloo, onder de eiken, staat de Sint-Nicolaaskerk met een torenspits die nergens anders in Drenthe te vinden is: een ui van hout en lei, door de Dwingelders kortweg de siepel genoemd. Wie vraagt waarom juist dit brinkdorp in Zuidwest-Drenthe zo’n uitheemse bekroning draagt, krijgt geen bouwkundig antwoord maar een verhaal. Het gaat over een jonkvrouw van de havezate Batinge, over een bouwmeester die zijn berekeningen vergat, en over een droombeeld in het maanlicht. De sage staat op het informatiebord bij de kerk en is opgenomen in de Volksverhalenbank, en al klopt er geen jaartal van, ze verklaart de toren mooier dan enig archiefstuk.

HW HW

1 De juffer en de bouwmeester

Toen de Sint-Nicolaaskerk werd gebouwd, zo vertelt de sage, reed elke dag de juffer van Batinghe voorbij. Zij had haar oog laten vallen op de bouwmeester, en zij lachte hem toe. Die lach deed meer dan duizend woorden: de man kon zijn gedachten niet meer bij zijn werk houden, en de berekeningen en tekeningen van de nieuwe toren kwamen maar niet gereed.

Dat bleef niet onopgemerkt. De drost van Drenthe sprak er de heer van de havezate Batinghe op aan, en de heer sprak met zijn dochter. Zij wond er geen doekjes om: zij wilde niemand anders dan de bouwmeester. Haar vader begreep het en zond haar op reis, ver van Dwingeloo. Maar voor zij vertrok, reed zij nog eenmaal haar ronde. Toen de maan tussen de bomen leek te hangen, zag zij ineens de nieuwe torenspits voor zich, rond en vreemd en prachtig. Zij steeg af, zocht de bouwmeester op en vertelde hem wat zij gezien had en hoe mooi het leek. Daarna ging zij weg.

Diezelfde avond had de bouwmeester zijn ontwerp klaar. De drost keurde het goed, al leek het in de verte niet op wat in Drenthe gebruikelijk was. Een jaar later had de Sint-Nicolaaskerk haar bekroning. Toen de juffer voor de wijding terugkeerde, zegende de drost de beide jonge mensen, zonder wie zulk een schoon bouwwerk nooit verrezen zou zijn; volgens de overlevering zijn zij daarna alsnog getrouwd.

2 De siepel: sage naast steen

Tot zover de sage. De stenen vertellen een nuchterder verhaal, dat er merkwaardig dicht bij in de buurt komt. De Sint-Nicolaaskerk dateert uit de vijftiende eeuw, en haar toren geldt als mogelijk de oudste gotische toren van Drenthe. Wellicht is hij het werk van Johan die Werckmeyster uit Ruinen, aan wie ook de torens van Beilen, Rolde en Ruinen worden toegeschreven, al bestaat daarover geen zekerheid.

De beroemde ui is echter jonger dan de toren zelf. De oorspronkelijke spits stortte in, en in 1631 kreeg de toren zijn huidige bekroning, op initiatief van Rutger van den Boetzelaer, drost van Drenthe en bewoner van de havezate Batinge. Zo bevat de sage een kern die klopt: het was werkelijk een bewoner van Batinge en een drost die Dwingeloo zijn afwijkende spits bezorgde. Alleen was het geen verliefde jonkvrouw, maar een landjonker met smaak voor het bijzondere. Siepel is Drents voor ui, en die naam heeft de spits nooit meer losgelaten.

De kerk zelf heeft meer doorstaan dan een ingestorte spits. Bij de grote dorpsbrand van 1923 ging vrijwel het hele meubilair in vlammen op; de portretten van Rutger van den Boetzelaer en zijn derde vrouw Batina van Lohn werden gered en hangen nog altijd in de kerk. Bij de restauratie die volgde, onder leiding van architect Jans Boelens, kreeg het schip een houten tongewelf met bloemmotieven in art-decostijl, een tweede verrassing in een Drentse dorpskerk.

3 Batinge, het huis achter de sage

En de havezate van de juffer? Batinge was een van de vijf havezaten die Dwingeloo rijk was, volgens dorpspredikant Cornelis van Schaick de meest imposante van allemaal. Al in de veertiende eeuw wordt het huis als adellijk goed genoemd. Aan het eind van die eeuw woonden er Johan de Vos van Steenwijk en Hadewich van Ansen; hun zoon Coenraad, aanvoerder van de Drentse Vetkopers, nam in 1415 met zijn broer aan het hoofd van Drentse troepen de stad Groningen in en werd er burgemeester.

In de zestiende eeuw kwam Batinge in handen van stadhouder Georg Schenck van Toutenburg, die het uitbreidde en versterkte. Daarna volgden erfeniskwesties en processen; de familie Van den Clooster nam het huis zelfs gewapenderhand in bezit, tot stadhouder Willem van Nassau hen verdreef en Batinge aan de familie Van den Boetzelaer kwam. Rutger, de drost van de siepel, verbouwde het tot een verblijf dat naar zijn oordeel bij zijn stand paste. Onder drost Elbert Anthony van Pallant telde het huis vanaf 1686 drie verdiepingen met zesendertig kamers; hij bood er gevluchte hugenoten onderdak en liet in het dorp de zogenaamde Franse huizen bouwen.

Het einde was minder groots. Aan het eind van de achttiende eeuw stond Batinge geregeld leeg, en in 1830 werd het geveild. Koper was Aalt Willem van Holthe tot Oldengaerde, burgemeester van Dwingeloo, en het was hem om de landerijen te doen: in 1832 liet hij het huis afbreken. Van Batinge rest geen steen. Maar op de brink, vlak bij de kerk, staat het standbeeld dat Charles Henri de Vries van de juffer maakte, en zo rijdt zij haar ronde langs de siepel verder, de spits die er zonder haar, zo wil Dwingeloo het, nooit gekomen was.

Bron: Sage opgetekend in de Volksverhalenbank van de Lage Landen (MHOFST01, «De sage van de Juffer van Batinghe», naar een informatiebord, 1997). Historische gegevens: nl.wikipedia (Sint-Nicolaaskerk (Dwingeloo), Batinge) en Drenthe.nl.
Wist je dat? Siepel is Drents voor ui, en zo heet de torenspits in de volksmond nog altijd. Bij de dorpsbrand van 1923 ging vrijwel het hele kerkmeubilair verloren, maar de portretten van drost Rutger van den Boetzelaer en zijn derde vrouw Batina van Lohn werden gered en hangen nog in de kerk. Op de brink herinnert een standbeeld van Charles Henri de Vries aan de juffer van Batinghe.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard