Kaspar van Hoensbroek
Kaspar Brand was van 1798 tot 1855 knecht op kasteel Hoensbroek. Hij kende elke trap, elke kelder, elke balk. Op zijn doodsbed in 1855 zei hij één zin tegen zijn opvolger Frans Senden: «De vierde balk in de noordkelder. Vraag niet meer.»
1 Zevenenvijftig jaar
Kaspar werd in 1798 op zijn vijftiende aangenomen door baron Lodewijk van Hoensbroek. Hij begon in de stallen, werd in 1812 huisknecht, in 1830 hoofdknecht. Hij sprak weinig, werkte hard, klaagde nooit. Hij wist alles van het kasteel: welke balk dragend, welke deur knarste, welk schilderij scheef hing. De drie barons die hij diende (Lodewijk t/m 1818, Karel t/m 1841, Eduard t/m 1860) vertrouwden hem volkomen. Hij werd nooit gepromoveerd tot rentmeester — hij weigerde — maar bleef knecht. «Ik kan in het knechtenkleed alles zien zonder gezien te worden,» zei hij in 1846 tegen baron Eduard.
2 De vierde balk
Op zijn sterfbed, 11 mei 1855, was Kaspar tweeenzeventig en zwak. Frans Senden, opvolger sinds 1850, zat naast hem. Kaspar zei: «Frans, ik heb één ding niet aan jou doorgegeven. Vraag niet waarom. De vierde balk in de noordkelder. Sla er één keer op met een hamer. Wat antwoordt is van het kasteel. Het wordt één zin. Niet meer. Vraag het kasteel niet wat de zin betekent. Doe wat de zin zegt.» Hij stierf. Frans Senden ging na de begrafenis naar de noordkelder, sloeg de vierde balk één keer. Iets antwoordde — geen mens, geen geluid dat Frans kon plaatsen, maar één zin in zijn hoofd: «Bewaar de baron tegen zijn broer.» Frans deed dat tot 1898. Baron Eduard’s broer Karel-Jozef plande in 1858 een vergiftiging om het barons-vermogen te erven. Frans, geen bewijs maar zekerheid, zorgde dat Karel-Jozef nooit alleen met Eduard at. Eduard stierf vredig in 1860. Karel-Jozef stierf gefrustreerd in 1872 zonder ooit te begrijpen waarom hij niet was geslaagd.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


