De prins die de taal van de dieren verstond
Een oud Fries sprookje, in honderden landen verteld, vertelt van een prins die de taal van de dieren leert verstaan. Het brengt hem fortuin, maar ook moeilijkheden — want hij mag niemand vertellen wat hij verstaat, op straffe van zijn eigen leven.
1 Het geschenk van de tovenaar
In het oude Fryslân leefde een prins, Hessel, jongste zoon van koning Eisebius van Stavoren. Op zijn zestiende verjaardag dwaalde hij in de bossen rond Beetsterzwaag toen hij een oude man tegenkwam, klein, gerimpeld, met een groene jas. De man vroeg hem zijn boterham. Hessel gaf het. Toen sprak de oude: «Voor uw goedheid geef ik u een geschenk dat ge nooit kunt uitspreken: gij zult vanaf vandaag de taal van alle dieren verstaan. Doch zwijg erover. Wie ooit hoort dat ge het kunt, doodt u op die plek.»
Hessel ging met dat vreemde geschenk naar huis. De volgende ochtend hoorde hij twee mussen op het kozijn praten. «De koning is ziek,» zei de ene. «Hij sterft binnen het jaar,» zei de andere. Hessel zweeg. Doch hij paste op zijn vader. Een week later viel inderdaad de oude koning ziek — doch Hessel had alle medicijnen al klaargezet, en zijn vader genas.
2 Het paard en de hond
Toen Hessel volwassen werd, kreeg hij een prachtig zwart paard, Tjerk genaamd, en een herdershond, Wytske. Op een dag, terwijl hij op een veld in Idaerd wandelde, hoorde hij Tjerk en Wytske met elkaar spreken. Tjerk zei tegen Wytske: «Vannacht, om twaalf uur, zal er een knecht komen om de prins te vermoorden, in opdracht van zijn oudere broer. Hij sluipt de stal binnen en verbergt zich tussen de strobalen.» Wytske zei: «Wij waarschuwen onze meester. Doch hij mag niet zeggen waardoor.»
Hessel zette die nacht zijn wachters in de stal. De moordenaar werd gegrepen. Onder marteling bekende hij dat de oudere broer hem had gestuurd. De broer werd verbannen. De koning vroeg Hessel: «Hoe wist gij het?» Hessel zweeg. «Een droom, vader.» Het was de eerste keer dat hij over zijn geschenk loog.
3 De drie raven
Vele jaren later was Hessel zelf koning. Op zijn vijftigste reed hij door het bos van Beetsterzwaag toen drie raven op een tak voor hem dropen. De ene zei: «De koning rijdt zijn dood tegemoet. Achter de derde bocht ligt een gravenkuil.» De andere: «Hij weet dat. Hij verstaat onze taal.» De derde: «Wie hem dit doodvonnis hoort uitleggen, sterft met hem.»
Hessel begreep. Hij zette zijn paard om. Hij reed terug naar het paleis. Hij riep zijn raadsheren samen en zei niets. Doch hij vertelde aan zijn zoon, op het sterfbed, niet van de gravenkuil, niet van de mussen, maar deze ene zin: «Luister naar de dieren, mijn zoon. Zij weten wat de mensen verzwijgen. Doch zwijg erover, want kennis die ge niet kunt uitspreken, is altijd ook gevaar.» Hessel stierf op zijn vijftigste, niet in de gravenkuil, en het geheim van de taal der dieren ging met hem mee.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


