De strop — route naar Arnhem
Buiten de oude muren van Arnhem, op een heuvel ten noorden van de stad, stond eeuwenlang de Galgenberg. Wie in het hertogdom Gelre door het hooggerecht ter dood was veroordeeld, werd daarheen gevoerd — soms van zo ver als Doesburg, Zutphen of Tiel, te voet, met de strop al om de hals. Dit is het verhaal van die route.
1 De drie vragen
Wie van Doesburg of Zutphen naar de Galgenberg moest, liep drie dagen. Hij had een touw om de hals, een schout vooraan, twee dienders achteraan, en een paard met de doodkist op zij. Onderweg mocht hij drie keer iets vragen. Niet om vergiffenis — dat had hij al gevraagd, en het was niet gegeven. Drie keer iets gewoons. Brood. Water. Een laatste blik op zijn dorp.
De legende zegt dat er één veroordeelde was, in 1671, die zijn drie vragen anders gebruikte. Hij was Hendrik Ploeger uit Wehl, schaapherder, beschuldigd van moord op een knecht. Toen ze bij de Drostendijk kwamen, vroeg hij voor de eerste keer. Niet om brood. Hij vroeg om naar de schapen te kijken die op het land naast de weg liepen.
2 De tweede vraag
De schout liet hem kijken. Hendrik liep naar het hek, telde de schapen, knikte. «Ze zijn er allemaal,» zei hij. De schout vroeg waarom hij dat wilde weten. Hendrik zei: «Het zijn niet de mijne. Ik heb sinds drie maanden geen schapen meer. Maar ik wilde zien dat er ergens nog schapen staan.»
Bij Velp vroeg hij voor de tweede keer. Hij wees naar een vrouw die water uit een put haalde. Hij vroeg of hij haar mocht groeten. De schout knikte. Hendrik zei niets. Hij stond aan de overkant van de weg en keek de vrouw aan tot ze zijn blik beantwoordde. Toen tilde hij een hand op zo ver de strop het toeliet. De vrouw boog haar hoofd. Hendrik liep door.
De schout vroeg later wie zij was. Hendrik zei: «Ik weet het niet. Maar ze leek op een vrouw die ik kende.»
3 De Galgenberg
Op de Galgenberg, met de stad Arnhem in de diepte, vroeg Hendrik voor de derde keer. Niet om brood. Niet om vergiffenis. Hij vroeg of hij de schout iets mocht vertellen. De schout knikte voor de laatste keer.
Hendrik zei: «De knecht is niet door mijn hand gestorven. Ik weet wie het deed. Ik heb het niet eerder gezegd omdat hij mijn broer is. Vraag mijn broer wanneer u hem ontmoet of hij in de winter van ’70 in Wehl was. En als u me niet gelooft, kijk in de zoom van mijn jas. Daar zit een briefje.»
De schout deed het niet. Het oordeel was geveld; de strop hing. Hendrik werd opgehangen op één september 1671. Drie weken later vond een wachter bij het opruimen van het lijk een briefje in de zoom van de jas. Het bevatte een naam, een datum, en de woorden: «Vraag het hem.»
De broer werd in 1672 opgepakt en bekende. Hendrik was toen al begraven onder de Galgenberg, naamloos. In het oude gerechtelijke archief van Arnhem staat onder zijn naam één regel toegevoegd: «Onschuldig bevonden, postuum, 1672.» De Galgenberg werd in 1820 afgegraven. De namen die eronder lagen waren tegen die tijd vergeten.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


