De zwaneridder van Nijmegen
De zwaneridder — in het Frans de Chevalier au Cygne — meert volgens de Brabants-Geldersche traditie aan in Nijmegen voor de Sint-Maartenskerk in 1170. Een zwaan trekt zijn boot. Hij vraagt naar de hertogin van Brabant: zij heeft een verdediger nodig. Hij is gekomen.
1 De zwaan op de Waal
De hertogin van Brabant, weduwe, werd door een vazal beschuldigd van overspel. Naar middeleeuws recht moest een verwante ridder voor haar in het strijdperk komen. Geen verwante kwam. Op de zevende dag van haar wachten meerde aan de Waalkade van Nijmegen een boot. Een witte zwaan trok de boot. In de boot stond een ridder, jong, in zilveren wapenrusting. Hij heette Helias. Hij was niemands verwante, maar hij kwam.
2 De voorwaarde
Helias verdedigde de hertogin in het strijdperk en versloeg de aanklager. De hertogin gaf hem haar dochter Beatrix tot vrouw. Helias stelde één voorwaarde: zij mocht hem nooit naar zijn naam, geboorte of land vragen. Beatrix beloofde het. Vier jaar leefden zij gelukkig in Brabant. Drie kinderen. Op een avond, in een nieuwsgierige bui, vroeg Beatrix de drie verboden vragen.
3 De terugkeer van de zwaan
De ochtend daarna verscheen aan de Waal opnieuw de zwanenboot. Helias kuste zijn vrouw en kinderen, stapte erin, en de zwaan trok hem stroomopwaarts. Hij keerde nooit terug. De hertogin Beatrix stierf van verdriet binnen het jaar. Hun drie kinderen droegen elk een witte zwaan in hun wapen, en hun nazaten in Brabant en Gelre tot op heden.
Aan de Waalkade van Nijmegen, onder het Valkhof, ligt een kleine ijzeren plaquette van 1893 met één regel: «Hier kwam Helias aan. Hier vertrok hij. Vraag niet naar zijn naam.»
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


