De Zwarte Christus van Wyck
In de Sint-Martinuskerk in Wyck, aan de overkant van de Maas tegenover Maastricht-stad, hing sinds de 15e eeuw een licht-houten Christusbeeld. In de nacht van 14 februari 1748 werd het beeld zwart. De pastoor las er een boodschap in.
1 De zwartwording
Op de avond van 13 februari 1748 was het beeld licht-eiken, zoals altijd. Op de ochtend van 14 februari, toen pastoor Jacob Vrijthoff voor de zes-uur-mis kwam, was het beeld diep zwart — alsof het in roet was gedoopt. De houten balken eronder en achter waren niet zwart. Geen kaars in de kerk had die nacht gerookt; geen brand; geen vuur. Vrijthoff schreef in de pastoor-aantekeningen: «Het beeld is in de nacht van zelf zwart geworden. Geen menselijke hand. Wat het betekent vraag ik mij af.»
2 Wat hij erin las
Vrijthoff studeerde drie weken op het beeld. Hij las elke dag de gemeente-registers, de stadsraadbesluiten, de armenboeken. Op 6 maart preekte hij voor de gemeente: «De Zwarte Christus heeft drie weken stilgezwegen. Vandaag spreek ik wat ik in zijn zwart heb gelezen. In Wyck zijn in 1747 elf armen van honger gestorven. De stadsraad weigerde tweemaal de armenkas op te trekken. De Zwarte Christus is rouw. Hij wordt licht weer wanneer Wyck eerlijk voor zijn armen zorgt.» De stadsraad verhoogde de armenkas met 40 procent. De Zwarte Christus bleef zwart. Vrijthoff stierf in 1763. Hij gaf in zijn testament instructie het beeld nooit te wassen: «Hij wordt zelf wit wanneer dat moet. Tot dan blijft hij rouwen voor de armen die wij niet hebben gered. Het zwart is niet smet, het is bondigheid.» Het beeld is in 2026 nog zwart.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


