Shield
Maaseik, Limburg

De duivel gefopt

Tier 0+ - Publiek 5 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In de tijd van lange geleden, toen de wegen nog van zand waren en de Maas zachter stroomde langs Maaseik, liep daar een man over de velden van Limburg.

HW HW

1 De dode man in de velden

In de tijd van lange geleden, toen de wegen nog van zand waren en de Maas zachter stroomde langs Maaseik, liep daar een man over de velden van Limburg. Zijn naam is vergeten, maar zijn verhaal leeft voort in ’t gehucht.

Deze man was armer dan arm. Wat hij eenmaal bezeten had – een klein stukje grond, wat paarden, wat veestapel – was allemaal verloren gegaan. Door domheid, door ongeluk, door de korrels van zand die tussen zijn vingers door gleden. Nu had hij niets meer. Niets dan de kléren aan zijn lijf en de vraag in zijn hoofd: waarom konden anderen wel alles, en hij niet?

Op zekere dag liep hij door de akkers, vol bitterheid en gramschap. Hij vloekte op zijn lot, op zijn zwakheid, op de rijken die het goed hadden. “Waarom kan ieder ander wat doen, en ik niet?” riep hij uit naar de hemel. “Waarom ben ik verdoemd tot armoede?”

Terwijl hij zo voortliep en jammerde, verscheen er een heer te paard. Een mooi man, gekleed in de fijnste stoffen die je maar kon bedenken. Zijn paard was zwart als de nacht, en zijn ogen glinsterden als twee kopermunten in het zonlicht.

2 De pact van bloed

“Goedendag, mijn vriend,” zei de heer. “Ik hoor dat je jammerklachten. Wat kan ik voor je doen?”

De man staarde naar deze vreemde, mooie verschijning. Er was iets niet zuivers aan hem, iets wat zijn ziel deed rillelen. Maar uit pure wanhoop antwoordde hij: “Ik wil rijk zijn. Ik wil macht hebben. Ik wil alles kunnen wat anderen kunnen.”

“Dat kan ik voor je regelen,” zei de heer glad. “Ik ben een zakenman. Een goed zakenman. Ik kan je alles geven wat je wenst: rijkdom, aanzien, macht zonder maat. Je zult de meest begeerde man in het land zijn. Je zult alles krijgen wat je hart begeert.”

“Maar wat kost dat?” vroeg de man voorzichtig.

“Ah, een handige vraag! De prijs is eenvoudig. Je ondertekenst hier een contract met mij. In bloed, natuurlijk – anders is het niet bindend in mijn wereld. Voor zeven jaren zul je alles hebben. Goud, grond, vrouwen, eerbewijzing, macht. Alles. Na zeven jaren... dan kom ik je halen en krijg ik jouw ziel. Een eerlijk ruilmiddel, zou je niet zeggen?”

De man voelde het kwaad in deze woorden, maar de honger in zijn buik was sterker dan de angst in zijn hart. Hij beet in zijn duim tot het bloed stroomde, en zette zijn merk op het perkament dat de heer hem toeschoof.

Meteen veranderde alles. De man werd schatten nabij. Binnen een week stond er een paleis op zijn naam. Binnen een maand had hij meer goud dan hij tellen kon. De zeven jaren van roem waren begonnen.

3 De jaren van overvloed

O, wat waren het zalige jaren! De man werd de beroemdste burger van Maaseik. Hij gaf groot feest na groot feest. De mooiste vrouwen viel voor zijn voeten. De machtigen van het land kwamen naar hem toe met buigingen. Niemand kon hem weigeren. Alles wat hij aanraakte veranderde in goud – niet letterlijk, maar het voelde zo.

De zeven jaren vlogen voorbij als vogels in de lucht. En toen, op de eerste dag van het achtste jaar, voelde de man dat iets ergs naderde. In zijn dromen zag hij de heer met de koperglans in zijn ogen. Hij hoorde het geluid van hoeven in de nacht.

De duivel was op komst. Het contract werd fällig.

In pure paniek zocht de man hulp. Hij ging naar alle wijzen in de streek, naar alle dokters en tovenaars. Niemand kon hem helpen. Totdat iemand hem zei: “Ga naar de kapelaan van de kerk. Hij is een man van God, en waar God is, daar is hoop.”

4 De list van de kapelaan

De kapelaan was oud en mild. Hij luisterde naar het hele verhaal van de man zonder hem te veroordelen. Toen zei hij langzaam: “Mijn zoon, God vergeeft zelfs de ergste zonden. Maar we moeten voorzichtig zijn. De duivel is vernuftig, maar hij is ook dom. Hij kan veel dingen, maar niet alles.”

“Wat kan hij niet?” vroeg de man.

“Hij kan niet tellen. Niet echt. Miljarden jaren oud, machtig zonder maat, en toch kan hij geen telwerk af waar geduld en nauwkeurigheid nodig is. Het is een malle zwakheid, maar het is zijn ondergang.”

De kapelaan fluisterde de man toen een plan in het oor. Die nacht, toen de duivel op de stoep stond – groot als een toren, met voeten als klauwen en horns als maansikel – was de man klaar.

“Moment!” riep hij. “Ik betaal mijn schuld, maar eerst moet je me schónen dat je almachtig bent. Tel alle granen van zand op die hoop daar. Tel ze tot op het laatste korrel. Dan geef ik je mijn ziel zonder tegenspraak.”

De duivel bromde minachtend. “Een klein graanwerk! Gemakkelijk gedaan!” En hij ging aan het werk.

Maar uren gingen voorbij. Uren werden dagen. De duivel telde: “Eenduizend, tweeduizend, drieduizend...” Maar de zandkorrels verschoven. Wind blies eraan. De telwerk raakte in de war. Na drie uur gaf hij het op en brulde: “Dit is bedrog! Dit kun je niet van me eisen!”

“Een contract is een contract,” zei de man kalm. “Je zei dat je alles kon. Je kunt dit niet. Je hebt verloren.”

De duivel schreeuwde een schreeuw die de hele Maas deed trillen. Rook en vlammen omhulden hem. En toen verdween hij, brullend van woede, terug naar de hel.

De man was bevrijd. Hij had de duivel gefopt. En hoewel hij niet het hele leven in luxe blijven kon – want het contract was verbroken – leefde hij voort als een eerlijk man, met dankbaarheid voor zijn redding en eerbied voor de kapelaan die hem het pad naar verlossing had gewezen.

Bron: Verhalenbank (ID:10709), Limburgs mondeling overgeleverd (Maasvallei)
Wist je dat? In Maaseik stonden twee vestingwerken: de Citadel en het Steenfort. De stad ligt aan de Maas, de grensrivier tussen Belgiё en Nederland.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard